Bureau Steinfort: meer of minder misdaad?

Negentig procent van alle aanhoudingen in Nederland wordt gedaan op basis van een aangifte of een getuigenverklaring. Het doen van aangifte is volgens de politie van groot belang voor de effectiviteit van de opsporing. Toch daalt de aangiftebereidheid in ons land. Slechts bij vier op de tien van alle misdrijven wordt aangifte gedaan.
In Nederland doen we kort door de bocht om twee redenen aangifte. Voor de verzekering en omdat we onze samenleving graag veiliger willen maken. En met name in het tweede geval worden we niet echt serieus genomen door de politie, blijkt ook uit onderzoek.
De inspectie Veiligheid en Justitie stelt in 2012 in het onderzoek 'Aangifte doen: de burger centraal?: 'Burgers hebben behoefte aan een partnerschap met de politie. Beide partijen hebben elkaar nodig om hetzelfde doel te realiseren: een veilige leefomgeving. Ze gaan een relatie aan waarin ze gelijkwaardig behandeld willen worden. De aangever wil gehoord worden en ervaren dat de aangifte leidt tot zichtbare actie.' Iets waar de politie onvoldoende rekening mee houdt, zo wordt geconcludeerd.
Een simpel voorbeeld. De auto van een collega wordt in een paar jaar tijd drie keer vernield. Variërend van een ontzette deur tot een afgetrapte spiegel. En van een afgebroken antenne tot de ster van de Mercedes die wordt gejat. Hij doet keurig netjes digitaal aangifte. De laatste keer heeft hij z'n aangifte nog niet verstuurd of hij krijgt al antwoord van de politie. 'Sorry, maar er zijn onvoldoende aanknopingspunten om een onderzoek in te stellen.' Ja,
dan breekt inderdaad je klomp.
Het doen van aangifte is niet alleen belangrijk voor het 'politiewerk', het speelt ook een belangrijke rol bij de interpretatie van cijfers. Het Centraal Bureau voor de Statistiek presenteerde deze week de jaarlijkse criminaliteitscijfers. De politie registreerde vorig jaar net iets meer dan een miljoen misdrijven. Een daling ten opzichte van 2007 met ruim een kwart. Maar wat is de oorzaak van de afname? En welke conclusies moeten we er aan verbinden?
Geen enkele, zeggen deskundigen. Want het is maar zeer de vraag of de cijfers de ware omvang van de criminaliteit weergeven. Op de eerste plaats omdat, inderdaad, de aangiftebereidheid al jaren aan erosie onderhevig is. En op de tweede plaats omdat de cijfers vooral betrekking hebben op de 'klassieke misdaad'. De politie zou niet of nauwelijks zicht hebben op 'nieuwe' vormen van georganiseerde misdaad, zoals cybercrime.
Toch worden de cijfers niet zelden door de politiek gebruikt om beleid te verdedigen. En ook de politie grijpt ze vaak aan als bewijs voor een succesvolle aanpak van de misdaad. Waar de afdeling communicatie momenteel staakt en de pers slechts mondjesmaat te woord wordt gestaan, was de hoogste baas van de politie in Noord-Nederland maar wat graag bereid om een toelichting te geven. 'We zijn heel tevreden als de criminaliteit daalt. Want daar zijn wij van', aldus Oscar Dros.
Natuurlijk moet de politie prioriteiten stellen. Ook als dat betekent dat kleinere vormen van criminaliteit, zoals vandalisme, blijven liggen. En ja, er wordt resultaat geboekt. Zo is het aantal misdrijven in het Noorden de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald. Maar zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek al aangaf: 'Wij leveren slechts de feiten. De bouwstenen voor een maatschappelijke discussie.' En die discussie moet in mijn ogen vooral gaan over de 'verstoorde' verhouding tussen burgers en politie. En over het oplossen van zaken. Want van alle misdrijven in onze regio wordt er momenteel één op de vier opgelost.
In Bureau Steinfort werpt misdaadjournalist Peter Steinfort elke woensdag om 20:30 uur een nieuwe blik op de misdaad en politie in Stad en Ommeland. Tips voor Peter?