Commissie Van Zijl: 'Oost-Groningen heeft regisseur nodig'

Oost Groningen heeft een regisseur nodig, die zorgt dat de gemeenten, ondernemers en andere betrokkenen eendrachtig de werkloosheid aanpakken. Dat schrijft de commissie van Zijl in het eindrapport over de economische achterstand van Oost Groningen.
Het rapport is vrijdagochtend gepresenteerd in Westerlee.

Kenmerken

In het rapport staat al een vijftal concrete voorstellen om gebruik te maken van kenmerken van deze regio:
-de nabijheid van Duitsland
-de landbouw
-de vraag naar zorg
-de vraag in de bouw als gevolg van de aardbevingen
-de rust en ruimte in de regio

Goede samenwerking

Maar Van Zijl stelt vast dat zulke plannen niet meer dan een aanzet zijn om de problemen in Oost-Groningen op te lossen. Die zijn zo groot, dat er een langdurige gezamenlijke inspanning nodig is: een strategisch beleidsplan dat goede samenwerking vereist.

Regisseur

Volgens Van Zijl is er een onafhankelijke en gezaghebbende regisseur nodig. Die moet tot 2018 toezicht houden op de uitvoering van bovenstaande vijf plannen. Ook moet de regisseur gemeentes helpen om een langetermijnstrategie te schrijven voor het gebied.

Voorwaarden

Volgens Van Zijl moet er aan zeker acht voorwaarden worden voldaan, wil het gebied de weg omhoog weer kunnen vinden:
-bestuurders van gemeenten an andere organisaties moeten willen samenwerken
-de gemeenten moeten elkaars fouten durven accepteren
-dat betekent ook dat gemeenten een deel van hun autonomie los durven te laten
-ondernemers moeten meer ruimte krijgen van de overheden
-provincie en gemeenten moeten samen optrekken
-er moet snel internet komen
-de bereikbaarheid van het gebied moet beter
-en de bestaande subsidiemogelijkheden moeten beter worden benut

Overkoepelende organisatie

Eerder had Van Zijl speciaal voor de toekomst van de werkvoorzieningsschappen Wedeka en Synergon al een plan geschreven. Ook daarin staat een verregaande samenwerking met een sterke overkoepelende organisatie centraal. Maar de afgelopen weken werd duidelijk dat twee betrokken gemeenten, Veendam en Stadskanaal, niet van plan zijn om een deel van hun autonomie los te laten.