'Mam, zijn wij arm?'

Jet en haar man raakten hun bedrijf kwijt na gezondheidsproblemen. Wat overbleef was een grote schuldenlast. Haar man werkt nu in loondienst om die weg te werken, maar desondanks zijn ze aangewezen op noodhulp. Net als vorig jaar schrijft ze tijdens de actie over haar dagelijkse ervaringen.
Tijdens het avondeten stelt de jongste plots de vraag: 'Zijn wij arm?'
Ik heb geen idee waar die vraag vandaan komt en weet ook even niet hoe te reageren. Ik kauw een paar keer extra op mijn aardappel en zoek onderwijl naar een passend antwoord. Uiteindelijk antwoord ik dat we niet rijk zijn maar een dak boven ons hoofd hebben, verwarming, eten op ons bord (al is het een unieke combinatie) en elkaar.
'Ja, maar hebben wij geen geld?'
Ik had kunnen weten dat hij zich niet af zou laten schepen met een algemene dooddoener. 'We hebben net genoeg vent. En er zijn mensen die nog minder hebben. En nee, dan bedoel ik niet de kindjes in Afrika.'
Voordat hij zijn volgende vraag af kan vuren om tot op de bodem van dit vraagstuk te komen, stel ik een wedervraag: 'Mag ik vragen waarom je dit wilt weten?'
'Nou, iemand zei op school tegen me dat we arm zijn en geen geld hebben voor internet en tv. En dat ik daarom niet op zijn feestje mag komen. En ook dat ik nooit een andere fiets zal krijgen en altijd op deze moet blijven fietsen.'
Ik val compleet stil en loop naar het aanrecht om iets belangrijks te doen. Weg van de tafel om niet te laten zien dat de tranen over mijn wangen lopen. Plots realiseer ik me dat je nog zo je best kan doen om je kinderen te beschermen; deze dingen hou je niet tegen. En dat doet zeer. Heel erg zeer.
'Joh wat kan jou het schelen', zegt de middelste. 'Dat zeggen ze ook wel tegen mij maar daar lach ik om. En naar zo'n stom feestje wil je toch niet! Wij gaan we samen wat doen morgenmiddag!'
Ze verdwijnen naar boven en terwijl ik de borden naar het aanrecht breng, blijven de tranen stromen. Wat zou ik ze graag allebei een andere fiets geven! Wat zou ik graag willen dat dit soort opmerkingen ze bespaard bleef. Wat zou ik graag 's avond gaan slapen zonder te piekeren over hoe het nu allemaal moet. Want soms weet ik het ook niet.
Na een uurtje komt de jongste naar beneden om een beker ranja. 'Je bent lief mam en ik wilde toch al niet naar dat feestje. Ik ben toch liever bij jullie.' En verdwijnt weer naar boven.
Ik moet toch maar eens een gesprek met hem voeren. Over dat je best verdrietig mag zijn om een feestje waar je niet voor uitgenodigd bent. Dat je mag balen van je te kleine rijp-voor-de-sloop-fiets.
Maar voor nu ben ik trots op mijn kanjers! Onze kinderen hebben hier niet om gevraagd. Zij zijn misschien wel de echte slachtoffers van deze rotsituatie en maken er het beste van. Daar kan ik weer wat van leren!