Column: Snoezelen in de binnenstad

In de binnenstad spreken we al jaren niet meer van lantaarnpaal, prullenbak of bankje, maar van ‘straatmeubilair’. Eigenlijk gaat zelfs dat woordje ‘straat’ al niet meer op, want de binnenstad is tegenwoordig een huiskamer.
De huiskamer van de regio, zo noemt het Groningse stadsbestuur zijn binnenstad. Het staat in de woensdag aangenomen Binnenstadsvisie en dus is het waar. Een of andere planoloog zal dat wel een keer hebben bedacht tijdens een sessie met ambtenaren op de hei, of gewoon in de kroeg: ‘Weet je, jongens, eigenlijk vind ik een binnenstad best wel een soort huiskamer. De centrale plek waar iedereen de hele dag door samenkomt. Wat vinden jullie?’ En omdat iedereen naar huis wil, wordt hij niet uitgelachen of tegengesproken, maar wordt er vermoeid geknikt. ‘Mooi beeld, Joop. Heel diep. Zullen we afronden?’ Voor je het weet, staat het vervolgens in een beleidsstuk en wordt het een nieuw toverwoord. Het slaat nergens op, maar het klinkt lekker.

Dat is dus het beeld dat we voortaan van de Grote Markt en de straten eromheen moeten hebben: Een huiskamer. Een plek waar de hele regio op zijn pantoffels een beetje kan ronddrentelen, de krant lezen, kopje thee drinken en hopen dat er niemand op bezoek komt om de serene rust te verstoren. Leuke meubeltjes ook: bankjes in de zon, schattige prullenbakjes, kekke lantaarntjes, en misschien zelfs een fontein. Af en toe een zindelijk stukje muziek binnen de geluidsnormen. Schoon, zonder obstakels en gevaren. Een blije binnenstad (‘Jongens, eigenlijk vind ik dat een binnenstad gewoon blij moet zijn, vinden jullie ook niet?’), een keurig aangeharkt reservaat waar je heerlijk kunt wandelen en winkelen. Een decor (‘Jongens, eigenlijk vind ik de binnenstad best wel een decor…’) dat een beetje doet denken aan het volmaakt geregisseerde dorpje in The Truman Show. Waar je ongestoord kunt snoezelen.

De gemeente heeft besloten om de Duitse binnensteden met hun onafzienbare voetgangersgebieden hierheen te kopiëren. En om ook het laatste beetje spanning en dynamiek eruit te halen, worden na de auto’s ook de bussen uit de binnenstad geweerd. Nooit meer opzij moeten springen voor een sjagrijnige buschauffeur die op een zebrapad gewoon doorrijdt. Geen hinderlijk getoeter, fijnstof en opstoppingen meer. De binnenstad is geen urban jungle meer, maar een comateus park en daar hoort wandelen bij. Veel wandelen. Ook als het regent. Dat ouderen en ‘anders mobielen’ (welke gek zou die term nou weer hebben gemunt?) nu niet meer op de Grote Markt uit de bus kunnen stappen, is overkomelijk. Een paar honderd meter strompelen of ‘anders mobiel’ de Hondsrug bestijgen is juist goed voor ze.

Bovendien, anders dan vroeger is een bezoek aan de binnenstad geheel vrijwillig. Er is met al het online winkelen geen enkele noodzaak meer om naar het centrum te komen. Tegenwoordig gaan we voor ons plezier. Boodschappen doen is funshoppen geworden. Huishoudelijke artikelen maken geleidelijk plaats voor hebbedingetjes en exotische hapjes. En waar de terrasjes, eetkraampjes en algehele gezelligheid vroeger een aangename bijzaak waren, als je eindelijk het boodschappenlijstje had afgewerkt, zijn ze nu de voornaamste reden om naar de ‘huiskamer van de regio’ te reizen.

De huiskamerisatie van de binnenstad is bijna voltooid. Het wachten is nog op verplichte rijwielstallingen langs de diepenring, niet meer schreeuwen op straat, verboden te roken, hoge boetes op spugen in de fontein en verplichte consumptie op het terras. ‘Jongens, eigenlijk vind ik de binnenstad best wel saai.’

Willem van Reijendam
Meer over dit onderwerp:
binnenstadgroningen columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws