OPINIE: De Bovenkamer van Nederland

De economische situatie van Noord-Nederland hangt samen met de de perifere ligging van het gebied. Econoom Ronald Mulder geloofde er niet in, maar wil alsnog dat de Zuiderzeelijn op de politieke agenda wordt gezet.
Door Ronald Mulder
In de jaren negentig van de vorige eeuw werd er hard nagedacht over de economische toekomst van Noord-Nederland. Den Haag wilde eigenlijk wel af van het steunbeleid voor achterstandsgebieden. De nieuwe filosofie was dat juist de sterke gebieden, vooral de mainports Schiphol en Rotterdam, verder versterkt moesten worden.

Daarvan zou het hele land profiteren. De Noordelijke bestuurders voelden hier weinig voor. De Noordelijke economie stond op achterstand vergeleken met de Randstad, dus verdere steun was op zijn plaats. Als het Noorden toch op eigen benen zou moeten staan, dan zou er in ieder geval een forse afkoopsom op tafel moeten komen, zo was de gedachte.

Dus er kwam een commissie van wijze mannen, de commissie Langman, die de afkoopsom op zo'n tien miljard gulden berekende: zeven miljard aan infrastructuurprojecten en de andere drie in een vrij te besteden 'Centraal Stimuleringsfonds'.

De Haagse politiek vond het een prachtig advies, behalve dan het stuk dat over geld ging. Het Centraal Stimuleringsfonds kwam er niet. De uiteindelijke steun (het 'Kompas-programma') bestond, in de woorden van het hoofdredactioneel commentaar van het Fries Dagblad, vooral uit 'Haagse en Europese subsidieprogramma's en uit investeringen in infrastructuur waarvan men in het Noorden meende dat ze al lang waren toegezegd'.

En, als konijn uit de hoed, zou er vóór 2010 begonnen worden met de aanleg van de Zuiderzeelijn, iets wat volgens Langman pas rond 2030 aan de orde zou zijn. De toenmalige verantwoordelijke minister, mevrouw Jorritsma, wilde daarmee een van de oorzaken van de achterstand aanpakken: de perifere ligging van Noord-Nederland.

Ik was indertijd niet zo'n fan van de Zuiderzeelijn. Het probleem met die perifere ligging, zeg maar de grote afstand van Amsterdam naar Groningen, is dat deze vooral in de hoofden van Amsterdammers zit. En iedere keer dat iemand het heeft over de perifere ligging van het Noorden, of over het Hoge Noorden, of over hoe belangrijk luchthaven Eelde is voor onze bereikbaarheid, dan neemt die afstand weer met tien kilometer toe en komen er honderd werklozen bij. Bovendien, zo meende ik, zou afstand steeds minder belangrijk worden.

Met de opkomst van internet en de kenniseconomie en met een groeiend aantal zelfstandigen kon iedereen immers werken waar hij maar wilde. Noord-Nederland, met zijn uitstekende woonklimaat, zou vanzelf de 'bovenkamer van Nederland' worden. Want wie wil er nu in Nieuw-Vennep of Purmerend wonen als je je werk ook vanuit Winsum of Dwingeloo kunt doen?

Zelden heb ik er zo naast gezeten. De noodzaak om middenin de drukte te zitten, op de plek waar het gebeurt, is juist voor de flexibele kenniswerker enorm groot. Niet om te werken, maar om zichtbaar te zijn en te netwerken: om de volgende klus te scoren. Dus puilt de Seats2Meet in Utrecht CS iedere dag uit, en is die in Groningen niet rendabel te krijgen. En dus loopt de periferie leeg, en gaan de huizenprijzen in Amsterdam door het plafond. En in Haarlem, en Leiden en Utrecht. Je kunt namelijk overal wonen en werken, als je maar rap in Amsterdam kunt zijn.

Het wordt tijd om de Zuiderzeelijn weer op de agenda te zetten. Niet om de afstand van Amsterdam hierheen te verkleinen, maar de afstand van hier naar Amsterdam.

Ronald Mulder adviseert ondernemers over innoveren en is een van de oprichters van de Stichting Mies, die experimenten organiseert met onder meer het basisinkomen.

Lees hier andere NoordZaken-opinies.
Meer over dit onderwerp:
Ondernemers economie opinie GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws