Opleiden voor de maakindustrie: 'Het type werk verandert'

De maakindustrie innoveert, en dat heeft zijn weerslag op de interne organisaties van maakbedrijven. Wat betekent dit voor de arbeidsmarkt? Welke kwalificaties zijn er nodig voor de maakindustrie? En welke rol heeft het onderwijs hierin?


NoordZaken heeft de afgelopen periode diverse maakbedrijven bezocht, om te achterhalen welke innovaties zij doorvoeren, en welke gevolgen dat heeft voor de opleiding en de arbeidsmarkt. Drukkerij Lijnco, Bollegraaf Appingedam, Drenth Holland uit Oude Pekela, perforeerbedrijf Perfox uit Veendam, De Haan Special Equipments uit Stadskanaal en machinefabriek Börger uit Hoogezand innoveren ieder op hun eigen manier, en lopen tegen de grenzen van de arbeidsmarkt aan. Dit verhaal over de veranderende opleiding en de arbeidsmarkt is het slot van de serie.

Door Martijn Folkers
De gevolgen zijn groot, zo betoogt Jouke van Dijk, hoogleraar regionale arbeidsmarktanalyse van de Rijksuniversiteit. Er ontstaat een kloof tussen Stad en Ommeland, zegt hij. 'De krimp is weliswaar ingezet, maar de banen op het platteland verdwijnen harder dan de krimp kan ondervangen.'

Dat vraagt om een verandering op de huidige arbeidsmarkt. Van Dijk erkent: dat is bijzonder lastig te realiseren. 'Het type werk dat de maakindustrie jarenlang voortbracht, verdwijnt grotendeels. Sommige functies keren helemaal niet meer terug. Vooral werknemers op mbo niveau 2 en niveau 3 krijgen het heel moeilijk. Door de automatisering van productielijnen neemt het niveau van werk toe. Daar zijn werknemers die op mbo niveau 4 of op hbo-niveau geschoold zijn, voor nodig.'

Lichtpuntjes
Toch ziet Van Dijk ook lichtpuntjes voor de mbo'ers. 'Het datacentrum van Google biedt bijvoorbeeld werk voor deze groep. Bijvoorbeeld bij het onderhouden van de servers; daar is wel eens wat mee. Dat kunnen mbo'ers prima doen.'

Alternatieven voor de verdwijnende banen zijn er volgens Van Dijk wel. De hoogleraar ziet het werk in de dienstensector ook toenemen. 'Kijk naar de Verenigde Staten. Twintig jaar geleden lunchte daar iedereen al buiten de deur. In Nederland namen we trouw onze boterhammen mee naar het werk. En kijk nu, in Nederland lunchen we ook massaal buiten de deur. Daghoreca is dé groeisector van dit moment. Daar kunnen mbo'ers prima terecht.'

'Lerarenbestand vergrijst'
De mbo-instellingen zullen hun onderwijs anders moeten organiseren, willen ze zich goed kunnen voorbereiden op de grote veranderingen op de arbeidsmarkt, zo betoogt Van Dijk.

'ROCs hebben het probleem dat hun lerarenbestand is vergrijsd. Jonge docenten hebben over het algemeen een directer contact met het bedrijfsleven en de praktijk. Daar zullen het Alfa-college en Noorderpoort op moeten inspelen. Verder, maak de opleidingen breder, leerlingen moeten er vooral de 21st century skills leren, vaardigheden die vandaag de dag nodig zijn, en een bredere basis moeten krijgen, voordat ze de arbeidsmarkt betreden.'

Wim Moes, voorzitter van het College van Bestuur van ROC Alfa-college, weet dat de mbo-instellingen voor een belangrijk tijdperk staan. Hij herkent ten dele de vraagstukken die Van Dijk schetst, maar ziet ook beren op de weg om de kloof tussen het onderwijs en de vraag op de arbeidsmarkt te verkleinen. 'De gemiddelde doorlooptijd van een opleiding is drie jaar', zegt hij. 'Stel, je begint in het eerste jaar van je mbo-opleiding, en je bent over drie jaar klaar. Tegen die tijd ziet de wereld er heel anders uit.'

Veranderen is noodzaak
Van Dijk ziet dat probleem, maar geeft aan dat ROC's alsnog veranderingen kunnen doorvoeren. 'ROC's zullen hun denkwijze moeten leren aanpassen. Daarnaast moeten ze de leerlingen leren flexibel te leren dingen, oplossingsgericht leren werken. Deze vaardigheden sluiten aan bij de 21st century skills. Zo kunnen ze gemakkelijker van werkgever verwisselen. De machines vergen dan weliswaar iets andere kennis, maar door die basisvaardigheden maken ze die kennis sneller eigen.' De hoogleraar pleit ervoor om keuzes te maken in het opleidingsaanbod.

Moes geeft aan dat het Alfa-college keuzes probeert te maken om deze veranderingen op de arbeidsmarkt op te vangen. 'Natuurlijk zullen er altijd beroepen verdwijnen. Dat is van alle tijden. Wij proberen daar als Alfa-college ook op in te spelen. Dat doen we bij voorbeeld door in technologie-opleidingen in te spelen op de ontwikkeling van drones. Ook hebben we een opleiding 'Serious Gaming', waarbij we leerlingen voorbereiden op de vaardigheden die vandaag de dag op de arbeidsmarkt worden gevraagd.'

'Gemakkelijker gezegd dan gedaan'
Volgens Van Dijk is dit nodig. Sterker nog, de hoogleraar regionale arbeidsmarktbeleid pleit ervoor dat ROC's het mes zetten in hun onderwijsaanbod. Opleidingen die geen toegevoegde waarde hebben, dienen volgens hem uit het aanbod te worden gehaald.

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, zo luidt de visie van Moes. De kritiek op de toegevoegde waarde van studies als sport en bewegen en administratief medewerker is hem bekend.

'Met een opleiding als sport & bewegen haal je een interessant punt aan. We hebben het over de 21st century skills. Juist deze leerlingen ontwikkelen de vaardigheden die nodig zijn. Deze leerlingen zijn over het algemeen sterk in het organiseren van activiteiten, handelen vaak pro-actief, werken met een bepaalde discipline en zijn vaak in staat om een baan te vinden na hun opleiding. Misschien niet direct in de sport, maar bijvoorbeeld wel in de toeristische sector of in een winkel. Dat is ook veel waard.'
Meer over dit onderwerp:
Industrie Ondernemers economie GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws