Loedertje, Lotje en de je-weet-wel kater

Een siameese kat, een teckel en een gecastreerde ('geholpen') kater. Liefhebbers van Jan, Jans en de kinderen weten genoeg: dit gaat over Loedertje, Lotje en de rode-je-weet-wel kater.
De drie huisdieren van de beroemste stripfamilie van Nederland figureerden niet alleen in een bijrol. Meer dan eens speelde rode kater zonder-echte-naam de hoofdrol. Geestelijk vader Jan Kruis liet hem dan een monoloog afsteken, waarin de lezer (de mens, zo u wilt) een spiegel wordt voorgehouden.
Zo is er die aflevering waarin de drie huisdieren onder elkaar foeteren op de smerige gewoonten van de mens. Loop je als kat of kater 's nachts nietsvermoedend een portiek in, trap je in plas of poep... van een mens. Getsie, bah!
Die je-weet-wel status was overigens wel een dingetje voor de 'dikke rooie', zoals de kater ook wel werd genoemd. Hij had er niet om gevraagd, maar ja.
De kater had het er soms moeilijk mee, zeker als Loedertje na een wilde nacht op straat weer het huis kwam binnengeslopen. Maar als het loeder zich dan vleide tegen de rode vacht, maakte dat toch weer iets goed.
De 'dikke rooie' groeide uit tot een icoon, met zijn filosofische wijsheden en beschouwingen. Veel mensen herkenden hun eigen rode kat erin, of meenden hem er in te herkennen.