Column: Accent

© RTV Noord
Hij is er weer. De beetje vreemde onhandige vriendelijke kelner die hier al jaren met een stralende glimlach langs de tafels zwiert.

Ik kom hier eigenlijk altijd alleen. Als Roberto moet werken, of met zijn ouders iets familie-achtigs in de stad gaat doen. Dan ga ik hier zitten. Mensen kijken. De krant lezen. De stad proeven.
De kroeg is typisch Italiaans. Breed en lang, met een gebogen donkerbruine toog, een enorme vitrine met gebak, een grote espressomachine en de hele dag de geur van zoete broodjes, koffie en de zee. Op het pleintje staan vier tafeltjes en zestien stoeltjes. En die zijn bijna altijd bezet.
De kelner loopt hier al tien jaar rond. Hij lijkt iedereen te kennen. Dat komt omdat iedereen hier altijd terugkomt. Voor de kelner. Denk ik. Omdat hij zo vriendelijk is. Geduldig. Zachtmoedig. Gastvrij. Zelfs na de opkomst van het toerisme.
Sinds een jaar of vijf komen hier namelijk meer en meer verwende toeristen die geen woord Italiaans spreken en ongeduldig hun ingewikkelde IPA-biertjes en Franse wijntjes bestellen. Onbegrijpelijk voor een Italiaan. Ik zie de kelner dan vaak beschaamd uitleggen dat hij alleen een lokaal wijntje en Genuees biertje heeft. Maar de beste koffie ter wereld.
Een kort praatje lukt hem ook steeds minder goed. Verloren staat hij dan te staren bij een tafeltje. Met een droeve blik richting de vreemde vogels en rare snuiters met hun aparte taaltjes en bestellingen.
Ook mijn bestellingen gaan regelmatig mis. Een koffie wordt dan een cola, een 'birra' een 'bicchierre' (glas wijn). Maar ik laat het vaak zo. Ik denk dat hij het dan te druk heeft. Of dat mijn rare Gronings-Italiaanse accent hem verwart.
Roberto en zijn ouders zijn vandaag ook in het centrum. Ze zijn naar de dokter geweest (in Italië gaan ze soms met de hele familie) en schuiven gezellig aan. Giovanni steekt vriendschappelijk zijn hand uit naar de kelner. 'Ciao Antonio' zegt hij met zachte stem, en vraagt ons wat we willen drinken.
Vijf minuten later verschijnt Antonio aan ons tafeltje met zijn dienblad. Een cappuccino voor Roberto, Crodino voor Giovanni, prosecco voor Alma en cola voor mij. Die had ik niet besteld. Maar ik laat het zo.
Ik vertel Giovanni dat ik hier al jaren kom. Dat Antonio zo'n lol in zijn werk heeft. En hoe hij zichtbaar steeds meer moeite heeft met buitenlandse gasten en hun vreemde bestellingen.
Giovanni legt zijn hand op mijn arm. 'Antonio is doof. Hij lipleest. Alles wat je zegt, begrijpt hij denk ik voor de helft. Italiaans gaat nog. Maar een accent, elk accent, is voor hem eigenlijk onverstaanbaar.'
Verbijsterd kijk ik naar de kelner, die verlegen naar me knikt. Alsof hij ons gesprek heeft gevolgd. Via de bewegingen van onze lippen. Zelfs voor een liplezer heb ik nog een Gronings accent. Vol ontzag kijk ik hem aan. En articuleer met mijn lippen zo duidelijk mogelijk 'grazie'. En krijg een onvergetelijke glimlach terug.

Marc Wiers

Marc is altied onderwegens tussen Genua (Italië), Straatsburg (Frankrijk) en Groningen. Wat hij onderweg tegenkomt vertelt hij hier elke maandag. Volg Marc op Twitter