'Srebrenica mag nooit vergeten worden'

Het monument ter nagedachtenis aan de slag bij Srebrenica
Het monument ter nagedachtenis aan de slag bij Srebrenica © Flickr/Kathleen Franklin (Creative Commons)
Donderdag wordt in Potocari in de voormalige moslimenclave Srebrenica een museum geopend. Het is gevestigd in het hoofdkwartier dat de Nederlandse VN-troepen bij de stad in voormalig Joegoslavië hadden. Bij de opening zijn veel Dutchbatters aanwezig, onder wie een groot aantal uit het Noorden.
Paul Boomsma uit Vierhuizen is daar niet bij. 'Het moment is er niet rijp voor', zegt hij. Boomsma lijdt onder een posttraumatische stressstoornis (PTSS). 'Dat is in 2015 weer komen opzetten, omdat het toen twintig jaar geleden was dat Srebrenica viel.' Op een aantal reünies van Dutchbat is hij dan ook niet geweest. Het rijt oude wonden weer open.

'In de molen van de therapie'

Voor zijn PTSS is hij wekelijks in behandeling in een gespecialiseerde kliniek in Beilen. 'Er zijn weer veel dingen boven water gekomen', vertelt hij. 'Dus ik zit weer in de molen van de therapie.' Boomsma houdt zich niet bezig met de opening van het museum. 'Op zich vind ik het wel een goed initiatief. Om het levend te houden. Het is iets dat nooit vergeten mag worden.'

Nationaal trauma

De enclave werd bijna 22 jaar geleden ingenomen door Servische troepen. Met fatale gevolgen voor zo'n 8000 mannen en jongens onder de moslimbevolking die in Srebrenica toevlucht had gezocht. Het is een nationaal trauma. Ook voor de Dutchbatters. Veertig procent van de vierhonderd Dutchbatters leed bij thuiskomst aan de zogeheten 'Joego-tik': aanvallen van agressie, relatieproblemen, overmatig drank- of drugsgebruik en zelfmoordneigingen. Boomsma weet van zeker zes collega's dat ze tot zelfdoding zijn overgegaan.
Een aantal van de Dutchbatters houdt er blijvend psychisch letsel aan over. Ook Boomsma denkt dat hij niet meer van het PTSS af komt. Dat heeft ook gevolgen voor zijn werk. Hij is in dienst bij garnalenverwerker Heiploeg. 'Ik zit nu in de ziektewet.' Later volgt hij een reintegratieprograamma bij Heiploeg. Hij verwacht dat hij daarna weer aan het werk kan.

Noordelijk bataljon

Boomsma houdt contact met zijn kameraden van Dutchbat. Dat er zoveel uit het Noorden komen, maakt het makkelijker. 'Ons bataljon destijds bestond denk ik voor tachtig procent uit noorderlingen.' De band is sterk, zeker met kameraden die ook een PTSS hebben. 'Dat praat in elk geval een heel stuk beter.'
Boomsma sluit niet uit dat hij ooit nog eens naar Potocari gaat, naar het museum. 'Misschien dat ik het met mijn gezin combineer met een vakantie in een naburig land.'