Column: Die pot past ons allemaal

Nette mensen doen hun behoefte, tegenover peuters spreek je van een drukje, arbeiders kakken en kakkers schijten. De zuster vraagt naar je ontlasting en de pizzabezorger vraagt tot je ontzetting 'of hij even van het twallet gebruik mag maken'. Er zijn veel woorden voor, maar vaak is er maar één pot.
Eén pot is bij een verantwoord gebruik van de wc ruimschoots voldoende. In kinderrijke gezinnen ontstaat misschien eens een verstopping bij de pleedeur en we kennen ook allemaal het gezeik over de brilstand. 'Jongens doe de bril omhoog, moe zit ook graag droog.' Dat er af en toe bezoek, of een pizzabezorger met aandrang naar de wc gaat, valt ook nog binnen de tolerantiemarges. Een zwaarwegend 'één pot-criterium' is dat je niet schrikt van degeen die je uit de wc ziet komen.
In openbare ruimtes en op de zaak ligt dat anders. Ten eerste zou de ophoping voor die ene wc-deur ontaarden in totale constipatie en ten tweede schrik je je als gebruiker elke keer weer de blubber als je ziet wie er nú weer naar buiten stapt. En daar moet jij dan ná. Vandaar dat er dan meerdere toiletten zijn en ook altijd, al sinds het begin van de preutse negentiende eeuw, dames- en herentoiletten, opdat een eerzame vrouw niet geconfronteerd worde met een plassende man.
Maar linkse jongerenorganisaties in Groningen willen de klok twee eeuwen terugdraaien, of wellicht een paar jaar naar voren: als het stadhuis dan toch verbouwd wordt, mogen wat hen betreft de toiletten 'uniseks' worden. Niet omdat ze daar middeleeuwse toestanden willen, maar ter voltooiing van de emancipatie van de transsekssueel. Want op welke pot die moet, is even precair als de vraag wat je moet doen als het wc-papier op blijkt.
Inmiddels zweeft zo'n 2% van de bevolking tussen de twee seksen in, hetgeen de resterende 98% bestempelt tot 'cis-seksueel'. Vroeger zouden we zeggen 'normaal', maar dat is politiek incorrect. Óf niemand is normaal, óf we zijn het allemaal, belijden we met politiek correct geknepen billen. Alleen een toiletjuffrouw mag nog erkennen dat ze bij een misverstand over de sekse bij zichzelf denkt 'doe dan ook andere kleren aan'. Het lijkt dan ook een prima plan van de Groningse politieke jeugd om die geborneerde hokjes los te laten. Door genderneutrale toiletten in te voeren, bespaart ze ons de schrik dat er ineens een vrouw uit de heren stapt.
Het idee ontmaskert dat we als wc-bezoekers al twee eeuwen slachtoffer zijn van identity politics op sanitair niveau. Dat we ons op basis van ons geslacht in een toilethokje hebben laten drukken. Het gaat in het leven immers niet om wat we zijn, maar om wat we doen? Maar dan gaat voor de ware liberaal het voorstel nog lang niet ver genoeg. Want zoals we ook niet meer allemaal in een zwarte Ford rondrijden, zo hebben we ook recht op een vrije pot-keuze. Er zou in elk toiletblok minstens een pot met vastgelijmde bril moeten zijn, óók voor de geestelijk gecastreerde zittend plassende man, een lees-wc voor wie er de tijd voor wil nemen, een pot die registreert hoevéél je uitplast en daar ook de high score van bijhoudt (leuk modelletje voor de horeca) en voor de hypochonders onder ons één die meet hoeveel suiker, alcohol en eiwitten er meekomen.
Het is politiek gezien nog onontgonnen terrein, maar dankzij de voorzet van links staat de wc in deze verkiezingstijd eindelijk op de agenda. Geen achterkamertjes-, maar kleinstekamertjespolitiek.

Willem van Reijendam