Stad neemt afscheid van 'minder goede' inburgeringsmethode

Statushouders in de gemeente Groningen gaan op een nieuwe manier inburgeren. De taal leren en tegelijkertijd werken of studeren gaat vanaf nu hand in hand met elkaar. Dat was volgens wethouder Ton Schroor (D66) tot voor kort wel anders.
'Eerder brachten we de statushouder onder in een woning, zeiden we dat ze moesten inburgeren, gaven een uitkering en zeiden; tot over drie jaar.' Van die methode stapt de stad nu af. 'We zeggen nu; hier zijn we.'

Samenwerking

De gemeente Groningen, Alfa-college, Noorderpoort en de Hanzehogeschool slaan de handen ineen door een samenwerking aan te gaan. Educatie en integratie staan centraal bij de inburgering.
'We zeggen niet eerst dat ze de taal moeten leren voordat ze vervolgstappen kunnen zetten', aldus wethouder Schroor.

Regie voor statushouder

De statushouder blijft de regie houden in het proces. Wethouder Schroor bestrijdt dat de druk te hoog wordt voor vluchtelingen nu ze zich moeten focussen op het leren van de taal en studie.
'We overvragen niet. We gaan kijken wat iemand heeft gedaan in zijn land van herkomst. Vervolgens bekijken we hoe iemand hier een opleiding kan halen of een onderneming kan starten. De taal leren en dus werken of studeren is een parallel spoor.'

Rol voor onderwijs

Het onderwijs moet bijdragen aan een snellere inburgering. 'Wij willen onderwijs en vluchtelingen bij elkaar brengen. Dat deden we al, maar we willen dat nog beter doen. Wij gaan bekijken welke vorm van onderwijs het beste past bij de statushouder', zegt Rob Verhofstad van de Hanzehogeschool.
Het convenant, waarin de partijen hun afspraken hebben gebundeld, richt zich niet alleen op onderwijs. Ook de arbeidsmarkt en de samenwerking met werkgevers zijn van belang. De vier ondertekenaars bieden taalstages en werkervaringsplaatsen aan.
'We nemen afscheid van het klassieke model. Taal en werk gaan nu samen', zegt Wim Moes van het Alfa-college.

50 deelnemers

De nieuwe manier van inburgeren is in eerste instantie een proef. Er kunnen 50 deelnemers meedoen. De pilot gaat ook gevolgd worden door middel van een wetenschappelijk onderzoek. Dat onderzoek moet uitwijzen of de proef succesvol is.

Lees ook: