Column: Van binnen

Ze is dik in de zestig. Staat achter het kraampje met Sardijnse worsten. Straalt als de zon. En haar lichaam zit vol met wratten.
Alma noemt haar 'het wrattenmeisje'. Zij en haar vier broertjes werden hier in de wijk Sestri eind jaren '50 als de pest gemeden vanwege de donkere behaarde bulten op hun gezichten en elders op het lijf. Iedereen liep met een grote boog om de familie heen. Behalve Alma. 'Van binnen zijn we allemaal gelijk' bromde haar moeder en duwde Alma als zesjarige richting de wrattenkinderen. Met tegenzin leerde Alma de familie kennen. Maar die tegenzin veranderde snel in een diepe liefde voor de familie. Ze genoot van de enorme gastvrijheid en zachtmoedigheid van de ouders. Ontdekte de humor van de verlegen broertjes. Was geraakt door de oprechtheid en onbevangenheid van haar vriendinnetje Carlotta. En Alma leerde hoe graag de familie alles deelde, hoe weinig ze ook hadden in het grote rommelige huis tegen de heuvels van de Apennijnen. Ze was de enige. Want verder kwam er niemand.
Op een zaterdagochtend huppelde Alma als jonge tiener zoals altijd naar het rommelhuis. Tot haar verbazing kwam ze voor een afgesloten hek te staan. De luiken waren dicht. De deuren op slot. Verbaasd liep ze om het huis. Rammelde aan sloten. Gooide steentjes tegen de luiken. Maar een antwoord kwam er niet. Op zondag bleven de zeven kerkstoeltjes van de familie Passalaqua leeg. Bezorgd keek Alma haar moeder aan. Die haalde haar schouders op. Na de mis huppelde ze opnieuw naar het grote rommelhuis tegen de heuvel. Maar er brandde geen licht. En het bleef er stil. Thuis belde ze huilend het nummer van Carlotta en haar vier broertjes. Er werd niet opgenomen. Met betraande ogen rende ze naar haar moeder, die haar in de armen nam. 'Die dingen gebeuren' susste ze haar dochter, die de nacht erop maar slecht kon slapen.
Hoopvol liep Alma op maandagochtend naar school. Verwachtingsvol tuurde ze vanaf het schoolplein naar het weggetje bij het huis van Carlotta, tot na de schoolbel. Het weggetje bleef leeg. Het tafeltje naast dat van haar in de klas ook. Treurig constateerde Alma dat ze was verlaten door de liefste familie van Sestri. De zaterdag erop huppelde Alma niet meer naar het rommelhuis tegen de heuvel. Ze liep stil naar huis, waar haar moeder haar opwachtte met met een glas melk en een 'biscotto'. Dat deed ze wekenlang. Totdat ze op een middag van school kwam en er een grote gele envelop op de keukentafel op haar lag te wachten. Blij herkende ze de slordige hanepoten van Carlotta. Nieuwsgierig begon ze te lezen. Over de opa en oma op Sardinië die ziek waren geworden. De boerderij. De geldzorgen. De haat in het eilanddorp tegen de familie. De eenzaamheid. En dat ze Alma zo miste.
De meisjes zetten de vriendschap voort per post. Elke week schreven ze elkaar lange brieven. En leerden ze elkaar nog beter kennen. Zo las Alma over de pesterijen richting de familie Passalaqua. Het harde boerenleven. De mooie natuur. De zeelucht van Sardinië. Zelf schreef ze over hun school. De jongens in de wijk. Vakanties in de bergen. Pubermeisjesdingen. Maar ze werden ouder. En hun levens veranderden. Carlotta ging in de kost bij een wijnboer. Alma verloofde zich met Giovanni. De brieven werden korter. En kwamen steeds minder vaak. Het laatste briefje kreeg ze toen Alma 21 was.
In 2009 liep Alma over de markt, op zoek naar een stuk Provola-kaas voor de risotto. Ze dacht het eerst niet goed te horen maar iemand achter haar riep toch echt haar naam. 'Alma?' Ze draaide zich om en herkende haar meteen. Achter een marktkraampje met Sardijnse worsten ontdekte ze het stralende gezicht van Carlotta Passalaqua. De omhelzing was intens. De vriendschap alsof 'ie nooit was weggeweest.
Een jaar later liep ik met Alma over dezelfde markt. Bij de worstenkraam trof ik voor het eerst het vrouwtje met het gezicht vol wratten. Ik kon mijn afschuw niet onderdrukken. Alma zag het, trok me aan mijn mouw en fluisterde in m'n oor 'Van binnen zijn we allemaal gelijk'. En gelijk, dat had ze.

Marc Wiers

Marc is altied onderwegens tussen Genua (Italië), Straatsburg (Frankrijk) en Groningen. Wat hij onderweg tegenkomt, vertelt hij hier elke maandag. Volg Marc op Twitter