Column: Nog altijd bij mama

© RTV Noord
Davide is al jaren een van Roberto's beste vrienden. Hij is 41. En woont nog steeds bij zijn mama.
Met Davide afspreken heeft nogal wat voeten in aarde. Als Roberto hem belt voor een pizza, glas wijn of avondje op een terras aan zee, overlegt hij niet met zijn gezin, vriendin of vrouw (want die heeft hij niet) maar met zijn moeder. Aan Roberto's gezucht en rollende ogen merk ik dan dat de onderhandelingen in casa Davide moeizaam verlopen. Vaak wordt het een compromis: pizza maar geen film. Om elf uur thuis. En niet teveel drinken. Bij hem thuis afspreken gaat om de een of andere reden niet. We hebben zo'n vermoeden waarom. En inmiddels lachen we er hartelijk om.
Italiaanse veertigers die nog thuis wonen. Tien jaar geleden vroeg ik Roberto of dat normaal was. Hij keek me verbaasd aan. 'Túúrlijk! Wat móet je als vrijgezel ook alleen in een flatje? Mama kookt, strijkt, wast, maakt het bed op, en dat doet ze met liefde', besloot hij tevreden. 'En ze bepaalt hoe laat je thuis moet zijn. En met wie', mompelde ik er achteraan. Ik vroeg of het aan de economie lag. 'Hoezo? We doen dat al honderd jaar zo!' antwoordde mijn man verontwaardigd. 'In Groningen zijn we dan echt anders', dacht ik nog, maar zei het niet.
Vorige maand zaten we op onze vriend te wachten op onze vaste stek op de Piazza dell'Erbe, toen Roberto's mobieltje ging. Het was Davides moeder. Hij was wat later maar kwam eraan. We moesten binnen gaan zitten, want het was minder dan twintig graden die avond. En we mochten drie wijn, niet meer! Met grote ogen verbrak Roberto de verbinding. Sindsdien ben ik steeds nieuwsgieriger geworden naar die mama. Wat wás dat voor type? Had ze altijd en schort voor, pantoffels aan en was ze de hele dag in de keuken te vinden? Was het stiekem een flamboyante kunstenares? Een sensuele mannenverslindster? Een sterke zakenvrouw? En hoe zat het eigenlijk met zijn vader? Roberto wist het ook allemaal niet. Hij was tenslotte nog nooit bij hen thuis geweest. 'En ik heb hem ook nog nooit met zijn moeder in de stad gezien' voegde hij er afwezig aan toe.
Die avond besloten Roberto en ik op weg naar huis dat het tijd werd het privédomein van Davide te betreden. Ging het niet goedschiks via een etentje bij hen thuis, dan maar kwaadschiks met de een of andere vage Italiaanse smoes. Na urenlang overleg met Alma en Giovanni bedachten we dat we hem iets belangrijks te vertellen hadden. 'Wat dan?' vroeg Alma theatraal, 'hij wéét toch dat jullie allang getrouwd zijn?' 'Dat maakt toch niet uit?', antwoordde ik, 'we verzinnen wel wat.'
Maar na één telefoontje waren we tot onze verbazing de zaterdag daarop al welkom. Zelfs Alma was opgewonden. 'Ik bak een taart! Jullie moeten een fles Limoncello meenemen! Giovanni, haal even een fles rode Piëmontese wijn uit de kelder. De goeie!' Als twee pakezels namen we die avond de bus richting centrum. 'Ik ben eigenlijk best wel zenuwachtig' fluisterde ik Roberto in zijn oor terwijl ik me vasthield aan de stang bij de deur. Hij knikte en slikte nerveus. Achter het centraal station namen we een weggetje de berg op. 'Hier rechts, het moet hierachter ergens zijn.' Des te verder we liepen, des te chiquer de omgeving werd. Geurende cipressen, citrusbomen en bloeiende oleanders omarmden de hoge herenhuizen in de warme zware lentelucht. En daar stonden we, na een kwartier lopen, bij de koperen voordeurbel van huize Davide.
Nadat de gong had geklonken hoorden we gerommel achter de voordeur. Langzaam gleed die open. En daar zat ze. In een rolstoel. Zijn moeder. Trots stond hij achter haar met de handvatten in zijn hand. 'Ach jongens, eindelijk ontmoeten we elkaar. Ik ben zo blij dat mijn steun en toeverlaat zulke goeie vrienden aan jullie heeft. Jullie zijn hier altijd welkom.' Beschaamd vanwege onze vooroordelen begonnen we ons etentje. Maar door haar hartelijkheid werd het al snel een ouderwets lichte, vrolijke, overvloedige Italiaanse avond. Sindsdien begrijpen we als geen ander 'om elf uur thuis, en niet teveel drinken.' Davide moet namelijk zijn moeder nog verzorgen. En dat doet hij met liefde.

Marc Wiers

Marc is altied onderwegens tussen Genua (Italië), Straatsburg (Frankrijk) en Groningen. Wat hij onderweg tegenkomt, vertelt hij hier elke maandag. Volg Marc op Twitter