Column: Mijn moeder eet hachee met foute groenten

'Smaakt heerlijk, mam', zegt mijn broer. Het is donderdagavond. Mijn broer en ik eten bij mijn moeder: bloemkool met aardappelen en een gehaktbal. Traditionele kost, die mijn moeder nog steeds heel smakelijk kan klaarmaken.
Haar hele leven heeft ze gekookt in vaste combinaties: rode bieten met spek, andijvie met een saucijsje, koolraap met een runderlapje.
Ook wanneer het gezin vroeger op kampeervakanties ging naar Torbole aan het Gardameer probeerde ze deze stijl van koken vol te houden. Dat viel niet mee. Ze wist zich geen raad met Italiaanse groenten als rucola, romanesco of cavolo nero. En de Italiaanse aardappelen waren volgens haar smakeloze gladjakkers. Daarom werd elk jaar een mud bloemige aardappelen van de Friese klei naar Torbole meegesleept.
De Italiaanse slagerij lag ook al vol excentrieke overbodigheden. Dat probleem dacht mijn moeder ooit op te lossen met behulp van de slager in ons dorp. Die adverteerde met ingeblikt vlees, dat wil zeggen, hij blikte vlees in dat klanten eerst zelf naar eigen smaak hadden bereid. Dit leek mijn moeder het ei van Columbus. Ze kocht een voorraad vlees voor drie weken, was dagenlang aan het bakken en braden en bracht het resultaat naar de slager. Een week later kon ze haar blikken ophalen, een stuk of twintig in totaal. Ik stelde voor om thuis alvast eens zo'n blik open te maken om te proeven.
'Niks hoor', zei mijn moeder, 'we nemen ze allemaal mee naar Italië. Ik heb het vlees gewoon klaargemaakt zoals ik gewend ben, dus ik zou niet weten wat er mis mee is.'
Eenmaal op de camping in Torbole ging het eerste blik open. De inhoud werd in een braadpan opgewarmd, de Friese aardappelen werden gekookt en we hadden er sperziebonen en komkommer bij. Het gezin nam plaats aan de kampeertafel en we namen de eerste hap van het blikvlees. Het zag er heerlijk uit. We kauwden en slikten…. en keken elkaar verwonderd aan.
'Wat voor vlees is dit eigenlijk?', informeerde mijn vader voorzichtig.
'Karbonade', zei mijn moeder. Haar blik vergleed van verbaasd naar teleurgesteld. Niemand durfde nog iets te zeggen en zwijgend werkten we ons door die blikkarbonade heen.
'Nou, het is toch goed eten hoor', zei mijn vader toen hij het op had.
'Maar het smaakt nergens naar.' Mijn moeder zegt altijd onomwonden waar het op staat.
'Misschien is er iets mis gegaan met dit ene blik', hoopte mijn zus. Uiteindelijk hebben we tien blikken weggegooid.
De gehaktbal die mijn moeder deze donderdag serveert, smaakt ouderwets. Mijn broer informeert of ze de rest van de week ook lekker heeft gegeten.
'Jawel', zegt mijn moeder, 'gisteren at ik beneden in het restaurant. Er stond hachee met rode biet op het menu. En watergruwel na.'
'Met rode biet?!', roepen mijn broer en ik in koor.
'Ja, biet', zegt mijn moeder. 'Iedereen was verbaasd, aan alle tafeltjes hoorde je de mensen erover praten, over die rode biet. Je zag het verschil met rodekool trouwens niet, het was heel fijn gesneden. En het smaakte prima. Maar het zal wel een leerling-kok geweest zijn, denken jullie niet?'

Alice Buitenga schrijft elke vrijdag over haar 85-jarige moeder, die in een aanleunflat ergens in de provincie Groningen woont.