Column: Troeteldieren

Als de korte broek weer uit de kast kan en het horretje weer voor het slaapkamerraam gaat, komen Archie en Edith onze straat in gewaggeld. Elk jaar komen ze, met z’n twee. Vanuit de haven steken ze omzichtig de weg over en via het voetpad strijken ze neer op het grasveldje schuin tegenover nummer 13

Archie en Edith zijn geen dakloos schippersechtpaar dat in de Oranjestraat komt kamperen. Nee, Archie en Edith zijn een woerd en een eend, een mannetjes- en vrouwtjeseend. Jaar in jaar uit komen ze naar mijn straat om om elkaar heen te drentelen, tegen elkaar te snateren of zich samen in het gras van ons mini-speeltuintje te vleien.

Archie en Edith zijn genoemd naar de Bunkers. Dankzij buurman. Misschien weet u het nog wel, de sitcom All in the Family uit de jaren zeventig met Carol O’Connor als Archie Bunker de luie echtgenoot en Edith Bunker de ietwat zeurderig schreeuwerige maar o zo lieve huisvrouw, gespeeld door Jean Stapleton.

Buurman en ik hadden het vorig jaar over het gras van mijn gazon dat toch behoorlijk geel begon te worden. Buurman wist wel een oplossing. Maar die kon ik niet verstaan door het oorverdovend gesnater vanaf het grasveldje van vrouwtjeseend tegen woerd. ‘Kiek. t Binnen net de Bunkers’, schreeuwde buurman boven het gesnater uit. Archie en Edith werden ter plekke gereïncarneerd in twee eenden.

Archie en Edith zijn de troeteldieren van de straat. Buurman van nummer 36 zet ze op de foto. Buurvrouw van nummer 19 houdt een oogje in het zeil. De kat van nummer 15 gaat er zonder ‘a view to a kill’ naast liggen en leutje buurwichje mag ze onder toeziend oog van buurvrouw de restjes witbrood voeren.

Wat Archie en Edith nu elk jaar komen doen op dat grasveldje is me een raadsel. Ik heb wel een vermoeden dat ze de natuurlijke drang in uitvoering willen brengen. Maar ik heb nog nooit een Gloria Bunker uit een ei zien komen. Sterker nog. Ik heb nog nooit een broedende Edith gezien. Merkwaardig is ook dat er in onze straat helemaal geen water is. Het water van de haven op honderden meters is nog het dichtste bij.

Oude buurvrouw Drent van de overkant kwam met een plausibele verklaring. Jaren geleden waren er een paar enorme stortbuien in de lente, waardoor de straat en het grasveldje lange tijd blank stonden. Archie en Edith hadden zich toen voor het eerst vertoond. De vertroeteling van de straat deed de rest. Archie en Edith doen me denken aan een eend in de Poelestraat in de Stad.

Als de avond viel kwam eend vanuit de singel de kade opgeklauterd, waggelde het zebrapad over en hield halt bij de Stadtlander. Het eetcafé van mijn oude buurmeisje vond hij de ideale plek voor het avondeten. Dat vonden de gasten ook. Want stukjes stokbrood en restjes gebakken aardappel vlogen eend om de oren. Het schiet door me heen dat deze eend misschien wel All-in the Family waren met Archie en Edith.

Vrijdag was ik met Lientje bij pa en moe. Pa is 83 geworden. Hij glunderde van oor tot oor. ‘Met Kerst dacht ik niet dat ik dit nog zou halen. Dat ik heb toch maar even gered’, zei hij trots, een dikke plak leverworst naar binnen werkend. De ouwe taaie laat zich niet zo maar kisten. Pa keek naar een natuurfilm op de West Deutsche Rundfunk, de WDR. Dat Duitse TV kijken zit er nog steeds in.

Een luipaard in achtervolging op een kudde gnoes. In de razende snelheid kiest het roofdier een kalf. Je ziet de doodsangst in de ogen van de jonge gnoe. Hij probeert alles om zijn achtervolger af te schudden. Dan springt het luipaard de gnoe naar de hals. Het jonge beest vliegt door de aanval over de kop, rolt nog een paar meter door en is al dood voor ie op kan krabbelen. ‘En hier kieken joe nou noar pa op joen verjoardag?’, zeg ik verongelijkt. Ik kan het niet aanzien. ‘Dat is natuur mejong’, zegt pa. Lientje kijkt me meewarig aan. ‘Hou mout zo’n beest aans aan eten kommen’, zegt ze.

Lientje is van de natuur. Ze is naar Zuid-Afrika en Zimbabwe geweest voor de bescherming van olifanten. Lientje vertelt een verhaal over een jonge olifant. Die was gestorven in een strop van stropers. De beschermers hadden het dier te laat gevonden. Het dode olifantje werd bij een waterplaats neergelegd als voer voor de hyena’s en andere aaseters.

Het olifantje had er nog geen uur gelegen of drie volwassen olifanten naderden door de bomen en het struikgewas. Woede en verdriet klonk door in het gesnuif en getrompetter. Met gezamenlijke krachten namen de drie het dode olifantje mee. Ze kwamen hun kind halen. Het kind van de kudde. Om te rouwen. Om het een waardig afscheid te geven. Een olifantenafscheid. Als Lientje en ik ‘s avonds van mijn vaders verjaardag terug naar huis lopen, is onze straat op een paar auto’s na leeg. We lopen over het voetpad langs het grasveldje. De speelattributen staan er verlaten bij. De bladeren van de lindes hangen slap door de hitte van de dag. We willen net oversteken naar nummer 13, als mijn oog valt op iets wat op het grasveld ligt.

Het lijkt wel een hoopje bladeren. Als ik nog eens goed kijk, zijn het veren. Heel veel veren...

Erik Hulsegge
Meer over dit onderwerp:
columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws