Column: Pieptoon

In onze palazzo klinkt een pieptoon bij de buren onder ons. Zo'n alarmpiep die je hoort als de batterij van je rookmelder bijna leeg is. Dat doet 'ie al drie dagen. Zo leeg is die batterij dus niet.
De piep schalt echt dwars door alle muren heen. Tijdens de eerste nacht hoor ik Alma een kamer verderop steeds harder zuchten, binnensmonds vloeken en uiteindelijk de ramen keihard en vooral demonstratief dichtknallen. Uiteindelijk stapt ze meer schreeuwend dan pratend op haar pantoffels het portaal in, de trap af. Inmiddels hangt er op de deur van nummer 4 op de tweede etage een briefje van haar. 'Bedankt voor een heerlijke nachtrust!!' Het is niet het enige briefje op die deur.
Op dag twee vraag ik haar of ze het telefoonnummer heeft van de bewoners. Ze lijken niet thuis te zijn, is mijn niet bijster intelligente opmerking. 'Ze nemen daar nooit op' wuift ze mijn woorden weg en mompelt iets over altijd geschreeuw daar beneden, nooit open doen, een familie uit het zuiden. 'Bijna niemand kent ze. Ze woonden hier al jaren toen wij hier kwamen. Maar ze hebben weinig contact met de buren. Volgens mij komen ze uit Calabria. Da's net Sicilië. Nou, dan weet je het wel' voegt Giovanni er aan de lunchtafel filosoferend aan toe. Na dag drie besluit hij samen met buurman Giuseppe poolshoogte te nemen. Met opgestroopte mouwen stappen de twee oude mannetjes heroïsch de trap af. Onder de armen dragen ze een zaklantaarn, koevoet, touw en schroevendraaiers. Na tien minuten schuifelen ze bedremmeld onze woonkamer weer binnen. 'In de voordeur is geen beweging te krijgen, en vanaf de straat kun je niks zien op die hoogte' mompelt Giuseppe en opent een fles likeur.
De pieptoon wordt het gesprek van de dag bij alle bewoners. Hangend uit de ramen, in het trappenhuis, in de hal bij de postbusjes: iedereen vraagt zich af waarom de familie Manzo niet reageert. Aanbellen, telefoontjes, gebons op de deur: geen reactie. Na vier dagen besluit Alma kordaat de gemeentepolitie te bellen. 'Die hebben toch niks te doen.' Na lang aandringen begrijp ik uit het telefoontje dat de agenten onderweg zijn. En er wordt zowaar binnen een uur al aangebeld bij de centrale ingang. De hele flat verzamelt zich opgewonden in het kleine portaaltje van de tweede etage bij de voordeur van nummer 4. Als één van de agenten op de voordeurbel drukt kijken Giovanni en Giuseppe elkaar beschaamd aan. Alma ziet het en schopt Giovanni tegen zijn scheen. 'Hebben jullie niet eens aangebeld?!' Bedremmeld slaat mijn schoonpa zijn ogen neer. 'Alsof dát helpt' mompelt hij. Maar hij heeft zijn zin nog niet afgemaakt of iemand draait ergens binnen alle sloten open en opent voorzichtig de voordeur. Erachter verschijnt een stokoud vrouwtje van een jaar of 90 met een boodschappentas in haar gerimpelde handje. Onverstoorbaar wil ze de hal inlopen tot ze plotseling de groep buren ziet staan. En de twee agenten. 'Si?' vraagt ze verbaasd over zoveel belangstelling. Voorzichtig informeert de agent naar de pieptoon. 'Che?' ('Wat?') vraagt ze de agent, terwijl ze nog steeds met grote ogen de groep tegenover zich aanstaart. 'De pieptoon, we horen allemaal een pieptoon. Is die bij u?' Ze haalt haar schouders op. En dan schreeuwt ze met haar krakende stem naar binnen. 'Andreaaaa, we gaan!! Andreaaa, kom!!' Vervolgens draait ze zich terug naar ons, en richt zich op de andere agent 'Goed dat u hier bent agent! Er was hier deze week een poging tot inbraak. Kijk maar naar deze beschadigingen in de deur!' Blozend kijken Giovanni en Guiseppe elkaar aan. Opnieuw schopt Alma haar man tegen zijn scheenbeen.
Ondertussen horen we hem allemaal. De pieptoon. Om de paar minuten. Het vrouwtje kijkt ons nog altijd onbegrijpend aan. De agent probeert het opnieuw. 'Die pieptoon. Die is van u. Of bij u! Mogen we even binnenkomen? Dan kijken we wat het probleem is. En kunnen we het oplossen!' De vrouw staart met grote ogen naar de agent. Achter haar verschijnt haar stokoude echtgenoot. Ze steekt kordaat een vinger op richting agenten, en zegt op strenge toon 'We moeten gaan! Mijn man en ik hebben nieuwe gehoorapparaten nodig. Die ouwe krengen deden het al heel lang niet meer!'

Marc Wiers

Marc is altied onderwegens tussen Genua (Italië), Straatsburg (Frankrijk) en Groningen. Wat hij onderweg tegenkomt, vertelt hij hier elke maandag. Volg Marc op Twitter.