Column: Pornoacteur

Ik mis Freddie. Freddie was er altijd. Freddie hoorde erbij als twee vingers schuim op een heerlijk helder biertje of in dit verband misschien iets beter gezegd als een golfstok in een golftas. Freddie was lid van de golfclub waar ik ooit ook fanatiek lid van was.
De entree binnen de club van Freddie was stormachtig. In een tweezits cabrio sportautootje kwam hij de parkeerplaats opgereden. Op de bijrijdersstoel stond kaarsrecht omhoog zijn tas. Van het duurste merk evenals de stokken, hij noemde ze clubs, die erin stonden. Ook zijn golfkledij was het nieuwste van het nieuwste en het chicste van chicste.
Flamboyante Freddie baarde opzien in mijn club waar gespeeld wordt om rollades en dreuge worsten. Door zijn uitdossing maar ook om zijn spel. Spelen kon Freddie als de beste. Ballen werden als een prof in het veld in geslagen. Ik overdrijf niet als de ballen van Freddie de driehonderd meter-grens haalden. Zijn favoriete zin die hij bezigde als hij weer zo'n raket afvuurde: 'I do not even go that far on vacation.' Zo ver dat het zijn vakantiebestemming oversteeg.
Als het goed ging, ging het ook goed met Freddie. Maar andersom was dat ook zo. Als het spel niet het niveau haalde wat Freddie voor ogen stond, dan werd hij een ander mens. Trekjes die je niet bij de goedlachse flamboyante Freddie zou verwachten. Het begon steevast met vloeken, dan schelden. Daarna volgden de golfstokken die door de lucht vlogen als klokkende fazanten.
Na een wedstrijd, waarin Freddie speelde als een natte krant, gooide hij zelfs voor een vol terras zijn tas inclusief stokken in de vijver voor het clubhuis. Op het terras bestelde hij een groot glas bier om er achter te komen dat zijn portemonnee nog in de golftas zat die een halve meter onder water lag.
Freddie bedacht zich niet, trok zijn schoenen uit, krulde zijn broek omhoog, stapte het water van de vijver in en trok zijn tas eruit. Hij haalde zijn portemonnee uit het voorste vakje van de golftas om diezelfde tas inclusief golfstokken opnieuw met een grote plons in de vijver te smijten. 'Mag ik drie bier?' zei hij teruggekeerd op het terras tegen ober Jan wiens Friese mond nog wagenwijd openstond van het gebeuren.
Zo was Freddie. Met Freddie viel altijd wat te beleven. Zo liep hij een hernia op tijdens het golfen omdat hij achttien holes rondliep met een kapot golfkarretje. Freddie had een karretje gekocht om zijn tas tijdens het golfen op mee te nemen. Zo'n ding kost een paar tientjes. Die van Freddie niet. Die tikte de duizend euro aan. Een supersonisch karretje. Van het merk Porsche. 'Puur design', zei Freddie achteloos. En het moet gezegd. Het was een strak karretje.
Bij de eerste de beste keer dat Freddie zijn supersonisch karretje meenam op de baan, had hij het bij de allereerste afslagplaats op een iets schuine helling gezet. De wind deed de rest. Het karretje met tas viel met een luide knal om. De knal kwam van de stang met handvat waarmee je het karretje voorttrekt. De stang brak middendoor. Freddie wilde geen woord hebben. Hij trok het kapotte karretje vier en een half uur met zich mee en liep als de gebochelde van Notre Dame over de baan. Freddie haalde het einde wel maar zijn rug niet.
Nadat hij weer hersteld was van zijn hernia, deed Freddie ook mee aan de competitie. In het eerste team van de club. Freddie hield van intimidatie. Hij schermde met regels die zelfs de grootste golfregelneukers de wenkbrauwen deed fronsen of hij moest plotseling niezen op het moment dat zijn tegenspeler net een bal het gaatje in wilde slaan.
Zijn grootste troef was zijn beroep. Niemand op de golfclub wist wat Freddie deed. Hij had het altijd over aandelen en verzekeringen. Wat ons deed vermoeden dat hij een soort financieel tussenpersoon was. Maar echt helemaal helder werd het nooit.
Maar op de baan had Freddie een heel ander beroep. Tijdens een competitiewedstrijd worden altijd wat beleefdheden met de tegenspeler uitgewisseld. Bij spannende momenten of bij achterstand vroeg Freddie steevast naar het beroep van zijn tegenstander. Salesmanager, directeur van een mediabedrijf of ceo van een slagerij kreeg hij dan als antwoord. Zijn tegenspeler vroeg uit beleefdheid – dat wist Freddie – wat hij dan deed. 'Pornoacteur!' zei Freddie met een stalen gezicht.
Zijn tegenstander raakte letterlijk en figuurlijk zo van slag van het legendarische antwoord dat Freddie zijn partij immer wist te winnen.
Ik mis Freddie, want Freddie was er plotseling niet meer. Van de ene op de andere dag, kwam zijn cabriosportautootje de parkeerplaats niet meer opgereden. Geen gevloek en getier, geen stokken en tassensmijterij en geen raketten van ballen meer. Het werd stil op en rond de baan.
Niemand weet waar 'ie is gebleven. Laatst had iemand van de club gehoord dat Freddie was gescheiden en in Holland woonde met een Russische blonde en zijn gezicht had laten verbouwen. Zo laten verbouwen dat 'ie zelfs niet meer te herkennen was.
Vriend P. fluisterde vorige week op hole 19 (dat is de derde helft oftewel bier drinken in golftermen) dat 'ie Freddie had gezien. In een film. 'Een film???', vroegen wij hard in koor. 'Ssst...' zei Vriend P. en hij keek samenzweerderig om zich heen. 'Een natuurfilm', fluisterde vriend P.
'Een natuurfilm???' vroegen wij andermaal veel te hard in koor. 'Nee niet zo'n gewone natuurfilm', antwoordde vriend P. geïrriteerd. 'Ach stik toch', kwam er achteraan omdat Vriend P. ook wel wist dat wij wisten wat hij bedoelde.
Vriend P. had 'm eerst niet herkend maar bij de climax van de film én van de acteur, riep de hoofdpersoon in kwestie:
'I do not even go that far on vacation…'
Erik Hulsegge
* Als u dit leest ben ik een weekendje weg. Met golfvrienden. Een ding is zeker: Freddie en zijn gevleugelde uitspraak komen ergens voorbij. (Erik)