Column: Op de Eikenlaan zullen de laatsten de eersten zijn

In de natuur geldt het recht van de sterkste. De natuurlijke staat der dingen is dus ook dat de auto voorrang heeft boven de fiets. Een auto is sneller, zwaarder en duurder dan een fiets. Fietsers mogen moreel dan zóóó superieur zijn, ze zijn wel veel kwetsbaarder dan een automobilist.
Omdat ware beschavingen daar niet in berusten en opkomen voor de rechten van de zwaksten, bestaan er van oudsher verkeersregels. In sommige situaties moeten automobilisten wachten op fietsers, zo gek als het klinkt. Er zijn stoplichten, voorrangskruisingen en 30-kilometerzones, waar fietsers van rechts voorrang hebben. De roofdieren worden als het ware aan de lijn gehouden, en de schaapjes, gnoetjes en geitjes krijgen hun eigen weitjes waar ze de leeuw nog wel horen brullen, maar waar hij niet meer kan doorbijten.

Voor een fietsstad als Groningen is dat niet genoeg. Je kunt natuurlijk geen hoge ogen gooien bij de wereldwijde fietsende creative class als zo’n hoogopgeleide hipster, met zijn MacBook onder de snelbinders van zijn stadsfiets, ergens op weg tussen de barber shop en de barista zou moeten afremmen voor een ordinaire stadsbus. Affreus! Je gaat als fietsstad internationaal af als een gieter. Dus heeft de stad er op de hoek van het Wilgenpad en de Eikenlaan een schepje bovenop gedaan. Daar moeten de auto’s voortaan stilstaan voor die duizenden veelbelovende studenten die daar dagelijks oversteken op weg naar hun creatieve broedplaats op het universiteitscomplex in Paddepoel. Sterker nog, ze moeten zelfs stoppen voor de mislukte studenten die de andere kant op fietsen!

En dus wachten auto’s, taxi’s, bussen, ambulances, brandweerauto’s en andere knorrende beesten in lange files op de stroom fietsers, die als een reusachtige kudde gnoes op hun jaarlijkse tocht naar de Serengeti, eindeloos voor ze langs trekt. Net als ze gas willen geven, doemen er nog wat nagekomen hertjes op in de vorm van vier kwetterende en appende studentes van links en meteen daarna is er alweer een plukje van drie, verdiept in hun smartphone, de andere kant op. En zo druppelt het maar na, als de plas van een ouwe man. De enige troost die je als automobilist in de Eikenlaan hebt, is dat je zelf achter het stuur veilig je mail kunt checken, de krant lezen of in de binnenspiegel een puistje uitdrukken.

Prachtig natuurlijk dat de gemeente, de Bijbel indachtig, vindt dat de laatsten de eersten moeten zijn. Na de dood van God moet íemand dat klusje tenslotte klaren. Lastig is alleen dat de eersten dan ook meteen de laatsten worden. De ouderen in de bus die hun aansluiting willen halen, gewonden die op een ambulance liggen te wachten die vaststaat in de file, en wat te denken van de fietsers op de Eikenlaan zelf, die nu hun soortgenoten van links voor moeten laten gaan. Zijn zij nu ineens tweederangs gnoes geworden? Problemen worden in de regel niet opgelost maar verplaatst.

Natuurlijk moet een overheid de zwaksten beschermen. Een fietser moet veilig kunnen rondrijden. Maar ten eerste is het kruispunt er, met in één maand twee ongevallen, niet veiliger op geworden en ten tweede gaat het niet aan om ineens te doen alsof de gnoe, en niet de leeuw, koning is van het dierenrijk. Ook de sterkste heeft tenslotte rechten.

Willem van Reijendam
Meer over dit onderwerp:
columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws