Column: Schoonmaakster

Ik kijk op van mijn boek, in de hal van het station. Met een zachtmoedige blik kijkt ze me aan, terwijl ze haar doek behendig langs mijn spullen op het tafeltje laat glijden. Het is vroeg. Het is nog stil om ons heen.

Vermoeid gaat ze naast me zitten. Ik had net koffie met water gehaald, en bied haar het flesje aan. Ze wuift vriendelijk maar afwijzend. 'Grazie.' Ik vraag haar hoe laat ze is begonnen. 'In 1981,' antwoordt ze met een vermoeide blik. Ik corrigeer mezelf lachend, en zeg dat ik het tijdstip, deze ochtend bedoelde. 'Oh, vijf uur. Dan ben ik namelijk om twee uur weer thuis voor mijn man. Als hij thuis is. Hij is namelijk chauffeur, en vaak onderweg. De kinderen zijn het huis uit. Al jaren. Dan wordt het nog stiller.' Ze zucht, en staart voor zich uit.

Ik herhaal het jaartal dat ze net noemde. 1981. Ruim 35 jaar elke dag in alle vroegte met het doekje de stations afnemen. Ik vraag haar of ze dat had verwacht. Ze schiet in de lach. 'Ik wilde ballerina worden! Ik kon altijd goed dansen. Had lenige benen. Een goeie kop...', ze zwiept haar benen omhoog. Schrikt van zichzelf. Slikt even. 'Maar een opleiding kostte geld. Dat hadden mijn ouders niet. Mijn ouwe vadertje was hier opzichter.' Ze wijst met haar ogen naar de balie waar een groepje verdwaalde, slaperige Duitsers probeert kaartjes te kopen voor de eerste trein richting Milaan. Dan kijkt ze me aan. 'Waar gaat uw reis naartoe, als ik zo vrij mag zijn?' Ik schud mijn hoofd. 'Ik wacht op mijn man. Die komt zo met de nachttrein via Zwitserland deze kant op.' Ze glimlacht. 'Mijn zoon heeft ook een man. We hebben ons jarenlang zorgen gemaakt. Niet vanwege zijn sexuele geaardheid, maar vanwege zijn zachtmoedige karakter. De wereld is zo hard geworden...' Ze staart voor zich uit. 'Eigenlijk was ze dat altijd al. Mussolini, communisme, nu draait alles om geld. Ik ben zo gelukkig dat hij de liefde heeft gevonden.' Ze legt haar hand even op mijn arm. 'Ik moet verder. Bedankt voor het gesprek.'

Een groep opgeschoten scholieren loopt schreeuwend en rokend de wachthal binnen. Zichtbaar brak, na een avondje stappen. Met een krijsende stem roept de schoonmaakster de jongens tot de orde. 'Hé! Jullie daar, eruit! Geen gerook hier! Giorgio ik ken jouw moeder, laat ze het niet horen dat jij hier hebt staan paffen!' Blozend en stil verlaten de pubers de hal. Twee bejaarde vrouwtjes trekken de schoonmaakster aan de mouw. Ze vragen haar waar ze vanaf hier de bus kunnen nemen naar de Corso Italia, de mooie boulevard langs de villa's en cipressen aan de kust. 'Hier eruit, dan over het plein, bus 36. Als die al rijdt trouwens. Maar dames wel alvast hier een kaartje kopen. Wacht, ik loop wel even mee.' Ik heb geen boek meer nodig. Het theater van de schoonmaakster is veel mooier om naar te kijken.

Opeens voel ik de hand van Roberto op mijn schouder. We omhelzen elkaar en ik help hem met zijn koffer richting auto. Als we de hal uitlopen, horen we de stem van de schoonmaakster. 'Ragazzi, wacht!' We draaien ons om. Ze pakt onze handen. 'Blijf altijd goed voor elkaar zorgen. Dat hebben mijn man en ik ook gedaan. Jullie generatie is zo snel afgeleid. Als iets niet bevalt wisselen jullie gelijk van baan, van huis, van partner. Maar de liefde is zo kwetsbaar. Houd haar vast.' Ik zie tranen in haar ogen. 'Het ga jullie goed.'

Beduusd manouvreer ik ons autootje door het inmiddels drukke centrum richting thuis. Ik voel dat Roberto me aankijkt. 'Wie wás dat?' vraagt hij ontroerd. Ik kijk liefdevol terug. 'De schoonmaakster. Wat die wel niet allemaal doen om ons heen, zonder dat iemand het ziet.' En in stilte voelen we ons even heel erg verbonden met deze te onzichtbare krachten in de levens van ons allemaal.

Marc Wiers

Marc is altied onderwegens tussen Genua (Italië), Straatsburg (Frankrijk) en Groningen. Wat hij onderweg tegenkomt vertelt hij hier elke maandag. Volg Marc op Twitter

Meer over dit onderwerp:
columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws