Column: 'Arabieren'

'Morgen komen ze aan. Met die Arabieren.' Samenzweerderig kijkt het kleine Italiaanse mannetje met vuile bruine pet de kroeg rond. Ik zit in de hoek, kan alles horen en niemand die het ziet.

'We moeten een plan maken. Met Arabieren weet je het wel.' De andere man, wat statiger en langer, type foute en gepensioneerde bankier, frommelt een papiertje uit z'n binnenzak en schuift dat over de bar. Roberto is verzonken in zijn krantje. Soms kijkt hij me peinzend aan.

Maar echt oog voor z'n omgeving heeft hij niet. Ondertussen zie ik het kleine mannetje wat op het papiertje terugschrijven. Opnieuw kijkt hij de kroeg rond. Vlak voordat zijn blik de mijne treft, sla ik mijn ogen neer, richting krant.

Als ik weer opkijk, knikt de lange knipogend naar de kleine. 'Dit varkentje gaan we samen wassen. Niemand weet het van die Arabieren volgens mij. Ze zijn allemaal op... euhm... de ander gefocust.' Het kleintje schudt z'n hoofd. 'Is dit niet illegaal? Ze zijn helemaal niet ingeschreven...'

In mijn hoofd ontspint zich een hemeltergend scenario van Noord-Afrikanen die berooid worden gedropt in de haven van Genua, om vervolgens radeloos richting Frankrijk proberen te komen. Of een vrachtwagen met een dubbele laadruimte, verstikkende hitte en verloren moeders en kinderen. Ik begin me af te vragen of ik niet iets moet doen, naar de politie gaan ofzo. Ik trek Roberto aan z'n mouw. Afwezig trekt hij met een ruk zijn arm los, en houdt zijn blik op de krant.

'Hoeveel denk je?' fluistert de lange naar zijn gesprekspartner. Die haalt z'n schouders op. 'Als we geluk hebben honderdduizend. Maar dan moeten we het wel ab-so-luut stilhouden.' De kleine steekt twee vingers op naar de barvrouw. Verveelt klapt die een fles Cynar (artisjoklikeur) voor de mannen op de bar, en schenkt hun glazen bij.

Het kleine mannetje veegt met een grauwe zakdoek het zweet van zijn lippen. 'O dio, ik heb nog nooit zo'n klus gehad in mijn leven. Hoe wist je het van die...', hij dempt zijn stem, 'Arabieren?' De lange grijnst, houdt zijn wijsvinger voor zijn smalle lippen en legt de vinger dan onder zijn oog. 'Ogen open, lippen dicht, mijn vriend. En zorgen dat alles op rolletjes loopt. Dat er niks mis gaat. Dat ze op tijd zijn. En dan...' Zijn laatste woorden kan ik niet verstaan. Nerveus kijkt de kleine weer de kroeg in. Deze keer ben ik te laat. Hij kijkt me nu recht in de ogen. Geschrokken kijkt hij de lange aan. Mijn ogen zijn weer op de krant gericht.

Ik slik mijn inmiddels gegroeide zenuwen weg met een slok espresso. 'Roberto...' Mijn man kijkt gestoord op van de krant. 'Ik heb die twee aan de bar de hele tijd horen praten over iets illegaals volgens mij. Nu weet die kleine dat ik heb meegeluisterd. Als we Nederlands blijven praten denkt 'ie misschien dat ik er niks van begrepen heb.' Onbegrijpend kijkt Roberto me aan. 'Wie? Wat? Waarover hadden ze het dan?'

Ik wil hem over de mensonterende plannen van de twee boeven vertellen, als ik in mijn ooghoek de lange Italiaan langzaam onze kant op zie lopen. Lachend kijkt Roberto hem tegemoet.

'Verdomme!' vloek ik binnensmonds, en zie de lange steeds dichterbij komen. Bij ons blijft hij staan, en buigt zich met een stalen blik over onze tafel richting mij. Verlamd kijk ik hem aan. Dan hoor ik Roberto met krachtige stem zeggen 'Mijn man is Nederlander. Hij verstaat geen woord van wat u wilt zeggen. Kan ik iets voor u doen?'

De man knippert even met zijn ogen, draait zich naar Roberto en tovert een zalvende glimlach op zijn gezicht. Dan steekt hij zijn hand in zijn binnenzak, en haalt er een soort visitekaartje uit. 'Ik meen de indruk te hebben dat uw man bovengemiddeld geïnteresseerd is in onze branche. Vraagt u hem vooral niet te schromen contact met ons op te nemen als hij ook een gokje wil wagen.'

Inmiddels heeft mijn man het kaartje in zijn trillende hand, maar ik kan niet zien wat er staat. 'Gare di cavalli' barst Roberto in lachen uit. Ik kijk hem vragend aan. 'Da's Italiaans voor paardenraces.'

Marc Wiers

Marc is altied onderwegens tussen Genua (Italië), Straatsburg (Frankrijk) en Groningen. Wat hij onderweg tegenkomt vertelt hij hier elke maandag. Volg Marc op Twitter.

Meer over dit onderwerp:
columns opinie GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws