Column: Slagboom

In de krochten van de Mediacentrale, in de wandelgangen van Noord, ergens op de eerste verdieping hangt een grote foto, een immense luchtfoto van ons gebouw. Een verstild plaatje op een zomerse dag. Ik ben er trots op.

De foto is in 2006 genomen vanaf de spoorkant. Je ziet het gebouw, de letters en nog een beetje van het oude Winschoterdiep, met erachter het stadion.

Wat je ook ziet is de parkeerplaats. Op die parkeerplaats staat een handvol auto's en één van die auto's is mijn vuurrode Peugeot 206. Hij staat helemaal alleen, geschurkt tegen het gebouw alsof-ie erbij hoort. 'Mooi!', dacht ik, als ik vol trots langs de foto liep. Een tijd waarin de parkeerplaats nog een immense vlakte was.

In de loop der jaren kwamen er behalve Noord steeds meer bedrijven bij in de Mediacentrale, maar ook buiten het gebouw verrees het ene na het andere prestigieuze pand. De lege vlakte van een parkeerplaats werd steeds voller. Roy van het UWV, Richard van FC Groningen en tante Jantje en oom Klaas, die een weekendje bij nichtje Geesje in Helpman op bezoek gingen, wisten er ook een gratis parkeerplekje te vinden.

Ook Sharon van de tippelzone aan de Bornholmstraat maakte er diep in de nacht haar afwerkplek van. Ach, het maakte allemaal niet zoveel uit. Plek zat.

Wat wel uitmaakte was het licht, althans het gebrek eraan. Heel lang hadden we geen licht op de parkeerplaats. En dat was vooral 's avonds erg lastig als je na een avonddienst naar huis moest. Zo schuifelde ik eens om half twee 's nachts naar mijn auto, stak de sleutel in het slot, draaide om, maar er gebeurde niets.

Nog een keer. Niks. Kapot zeker, dacht ik. Ik naar het portier aan de bijrijderskant. Niks. Nog één keer. Wéér niks. Het duurde daarna nog een half uur voordat ik erachter kwam dat ik in het slot van de rode Peugeot 206 van een ander zat te porren.

Dat is nog lachen. Maar een collega viel op een koude novembernacht over een stenen rand en donderde ondersteboven, raakte even buiten bewustzijn en brak z'n schouder. Het is dat-ie een mobiele telefoon op zak had, anders was-ie van de kou gestorven. Gelukkig maakten de gemeente en de eigenaar van het gebouw na jaren een einde aan hun ruzie wie de lantaarnpalen moest betalen, zodat we weer veilig naar ons autootje kunnen.

Deze week hebben ze het nog veiliger gemaakt. Plotseling was-ie er. En even zo plotseling ging-ie naar beneden: de slagboom.

Bij onze parkeerplaats, de vroegere kale vlakte, staat nu een roodwitte slagboom. Een echte die je bij bruggen ziet en je vroeger bij grensovergangen had. De slagboom is er om ongewenste gasten te weren. Én meer dan de helft van mijn collega's.

Collega's? Ja, u leest het goed. Ook collega's. Sinds de invoering van de werkende slagboom heeft Noord negentien parkeerplekken toegewezen gekregen, wellicht gebaseerd op de ooit roemruchte radiohitparade van Noord.

Negentien parkeerplekken voor een bedrijf met een viervoud aan werknemers en dan heb ik het nog niet over gasten voor programma's of bestuurders en collega's van andere omroepen. Dat zit zo: iedereen heeft een TAG (spreek uit: TEK) gekregen.

Dat is een grijs plastic plaatje dat je langs een scanner haalt, zodat de slagboom omhoog gaat. Maar als nummer 19 van Noord binnen is, kan de rest van de Noorderlingen het vergeten. Daar gaat de poort niet meer voor open. Smeken, schelden of spugen. De stem aan de andere kant van de intercom is onverbiddelijk.

Deze collega's kunnen hun auto achthonderd meter verderop zetten op een parkeerplaats. Dat lijkt op zich niet zo'n probleem. Maar wat als je 's nachts als vrouw van Noord 800 meter over een verlaten bedrijfsterrein moet lopen naar een aardedonkere parkeerplek?

En dan heb ik het nog niet over de verslaggevers (man/vrouw) die met hun loodzware cameratas, laptop, statief en pukkel voor de lunch honderden meters moeten sjouwen. Stel even voor: Er is brand in het casino. Verslaggever Eva Hulscher wordt er meteen op afgestuurd. Ze pakt haar spullen, sjouwt er eerst achthonderd meter en twintig minuten mee om dan nog eens tien minuten later kapot, bezweet en veel te laat op de plek van bestemming te komen.

Een ramp voor een rampenzender.

Er doemt mij een beeld op van negentien Noord-medewerkers die verkneukeld kijken naar een stroom Noord-medewerkers die woest over een halflege parkeerplaats van de Mediacentrale benen. Want zo is het. Sinds de invoering van de slagboom is de parkeerplaats niet meer vol. De meeste auto's staan nu achthonderd meter verderop.

En dan heb ik het nog niet eens over de gasten die voor een drie minuten durend tv-optreden naar een godverlaten parkeerplek moeten. Die kijken voortaan wel uit. 'Bekiek 't mor aan dij toavel'.

'Richtlijnen van de gemeente', is het botte antwoord van de eigenaar van het gebouw en haalt de schouders op.

Ik heb het Lientje al honderd keer verteld van die slagboom. In geuren en kleuren. Al die honderd keren luisterde ze met een meewarig gezicht. Bij editie 101 van het slagboom-verhaal krijg ik ook antwoord.

'Volgens mie is 't apmoal gain slagboom'. Ik weet niet wat ik hoor. 'Hou, 't is gain slagboom?' vraag ik korzelig.

'Nee heur, ik wait wel wat veur boom t is. 't Is 'n VAN slagboom….'

Erik Hulsegge

 

Meer over dit onderwerp:
blogs columns opinie Winschoten
Deel dit artikel:

Recent nieuws