Column: Koezenropper

Zo aan de vooravond van de winter waaide er een koude vleug van vrees door het dorp. Het had niks te maken met het dalende kwik in onze thermometer aan het achterraam. Nee, die vleug van vrees was voor de grote witte wagen.

De grote witte wagen van de schooltandarts.

Bij het ijzeren hek naar het schoolplein fluisterde Henkie dat zijn oompie Knelis hem al had zien staan in het dorp andere kant spoor. 'Koezenropper' echoode het in de lange schoolgang. Gezichten werden bleek, een meisje kwam huilend van de wc en eens was het zo erg dat we twee broertjes die nog maar net op school zaten, nooit meer gezien hebben, toen de witte wagen het dorp inreed.

Met trillende benen en kokhalzend zaten Tieke, Roelie, Peule en Tjerkie te wachten tot ze uit de klas werden geroepen. Bij de een opluchting dat de boor stil bleef, bij de ander een gekweld gezicht door een getrokken kies.

Ikzelf heb de schooltandarts nooit gezien. Omdat ik er niet heen hoefde en omdat ie altijd in die wagen zat. Nooit kwam ie eruit. Heel soms zag ik eens wat bewegen achter het gele gordijntje van het grote raam van de tandartswagen. Zien deed je alleen als in je de stoel kwam te liggen. En dat hoefde ik dus niet.

Waarom weet ik eigenlijk niet zo goed, maar ik ging naar de tandarts in Winschoten. Vlakbij het station. Een kast van een villa met een ouderwetse deur die krakend openging. Daarna moest je via een hele brede trap met een dikke rode loper naar boven. Daar moest je wachten tot er een deur openging.

Olthof heette de man. Een lieve oude man die er in zijn witte jas ook uitzag als een tandarts. Ik had nooit wat. 't Was altijd goed. De angst van mijn klasgenootjes voor de 'koezenropper' voelde ik niet. Die kwam pas veel en veel later. Met de verstandskiezen.

Olthof was al lang niet meer onder ons, toen mijn verstandskiezen op begonnen te spelen. Ze wilden onder het juk van het vel vandaan. Ze klopten er hard tegen aan. 'Ik help ze wel even een handje' zei mijn nieuwe tandarts die even verderop in de Molenstad woonde. Zonder verdoving sneed hij een sneetje in mijn kaakvel zodat de verstandskiezen mijn gebit konden versterken.

Die wilden dat wel. Graag zelfs. Och, och ik kon wel door een muur. Het deed zo'n pijn. In strips zie je dan sterretjes boven iemand zijn hoofd. Ik zag ze echt.

Die tandarts was sowieso ruig. Na een controle deden mijn kaken zo'n pijn dat ik mijn mond niet meer kon dichtkrijgen. Mijn angst voor de 'koezenropper' was geboren. Gelukkig was de nieuwe tandarts snel toe aan zijn pensioen. En kreeg ik weer een ander. En het moet gezegd, de beste die ik ooit heb gehad.

Ik durf dat met recht te zeggen. Vorige week moest een verstandskies eruit. Hij drukte te veel tegen de rest van mijn fietsenrek. 'Dij wup ik der zo eem oet', zei de tandarts. 'Huh huh' stemde ik toe terwijl hij met een metalen lepeltje in mijn mond zat. Bij de immer vrolijke assistente maakte ik vrolijk een afspraak.

Met het dichterbij komen van dat 'der oetwuppen' kwam ook de angst. Ineens was erbij iedereen een verstandskies getrokken. Een had het over weerhaken aan zijn kiezen zodat ze met heel veel bloed naar buiten kwamen, een ander had het over een verdoving die na een week nog niet was uitgewerkt en een meisje vertelde dat haar kies met een grote tang was vermorzeld omdat hij er helemaal niet uitwilde. En dan heb ik het nog niet over de operaties in ziekenhuizen.

Met een dakgoot aan lood in de schoenen ging ik heen. Nergens voor nodig. Mijn tandarts is de beste 'koezenropper' van de wereld. In dertig tellen had ie 'm eruit. En pijn? Helemaal niks. Ik had niet eens een aspirientje nodig. De bewondering voor mijn tandarts is groot. Die werd nog veel groter toen ik hem twee dagen later zo maar bij mijn ouders in de woonkamer zag staan.

Mijn vader kan niet zo veel meer. Hulpbehoevend heet dat geloof ik. Maar hij geniet nog elke dag van zijn krantje, van het luisteren naar Noord en vooral van het bezoek van zijn oogappel Lientje. Maar ook van een stukje 'dreuge worst' en daar ging met mis. Het stukje was net iets te droog.

De voortand brak er op stuk. Mijn tandarts kwam zonder dat ik dat wist de boel even repareren aan huis, in z'n middagpauze. En hoe. Pa heeft op z'n 83-ste nog nooit zo'n gaaf gebit gehad. Mijn tandarts heeft de oudjes hoog zitten.

'Zorg voor ouderen begint bij het gebit' is zijn motto. Je kunt mensen nog zulk gezond voedsel voorzetten maar als je het niet kunt kauwen heb je der niks aan. Hij heeft er boeken over geschreven, prijzen voor gekregen en het in de Tweede Kamer verteld en voert het uit in de praktijk. De held.

Dat ik nou een stukje over hem schrijf vindt ie helemaal niet leuk. Hij werkt liever gewoon door. Toch wil ik het even zeggen. Van deze mensen zijn er veel te weinig. Elk jaar kiezen we de Groninger van het Jaar. Ik als man van Noord mag er niet aan meedoen. Maar hij is het voor mij. Zonder enige twijfel.

De beste koezenropper van de heule wereld.

Erik Hulsegge

Meer over dit onderwerp:
blogs columns Winschoten
Deel dit artikel:

Recent nieuws