Door de mand: Blief mit dien poten van mien poedie

Beste Lois, wat was je goed afgelopen week. Van harte met je bronzen plak. Eens zullen jullie die Noren verslaan. Tot die tijd lijkt het me frustrerend om te beseffen dat ze nu gewoon (nog) beter zijn. Weet je getroost met de gedachte dat ik meer wedstrijden heb verloren dan dat jij ooit zal winnen. Je hebt in ieder geval de afgelopen week wel mijn gedachten bepaald.

'Dat meen je niet. Spelen die meiden echt al om half zes? Waar slaat dat op? Dan moet ik training geven. Ja, precies op dat moment. Lekker dan.'

Ja, afgelopen vrijdag speelden de Nederlandse handbalvrouwen de halve finale van het WK. Er werd kansloos verloren. 'Onze' Lois Abbingh ging helaas ook koppie onder in het Noorse geweld. Tijdens de samenvatting kreeg ik medelijden met Lois. Werd ook boos op die Noorse heksen. 'Blief mit dien poten van mien poedie', siste ik vrijdagavond laat.

Ik heb het dus niet live kunnen zien. Moest training geven aan de C-ers van Nic. Werk gaat voor de meisjes. Dat werk was in de Wijerthal. Had moeite om mijn gedachten er bij te houden. Estavana, Nycke, Tess en natuurlijk Lois vochten in Hamburg tegen die Noorse trollen en tegelijkertijd in mijn hoofd om aandacht. Tijdens de korfbaltraining kwamen er ook beelden binnen van mijn eigen handbal verleden. Dat speelde zich ook af in de Wijerthal.

Zo rond 1996 speelde ik samen met Taco Poelstra in het handbalteam van mijn oom. Dat deden we stiekem. We speelden namelijk toen voor een godsvermogen ook in Nic.1 en het Nederlands Team. Korfbal praat ik dan over. Verzekeringstechnisch was dat niet zo slim van ons maar we waren jong en wat kon ons nou gebeuren. Dachten we. Op donderdagavond handbalden we dus illegaal in de Groninger bedrijvencompetitie. We speelden in het team van mijn ome Jack, machinefabriek Jansen en Heuning. Ik voelde me ondanks de hardheid van de sport altijd heel veilig. Dat kwam door de collega's van ome Jack. Jansen en Heuning speelde met een paar moordenaars in de gietijzeren verdediging. Daar stond wel wat op de verdedigende cirkel. Bankdraaiers. De cirkellopers van de tegenstanders werden bij de eerste schotpoging in de bankschroef gedraaid. Daarna kozen ze wijselijk voor andere looplijnen.

Taco en ik liepen, net als die Noorse vrouwen, alleen maar looplijnen in de fastbreak. Hadden ze nog nooit gezien, onze bankdraaiers. Taco zat trouwens ook regelmatig met een onbegrepen gezicht op het strafbankje na weer een tijdstraf wegens commentaar op de leiding. Had hij nog nooit gezien. We eindigden keurig als derde in de competitie. Onze bankdraaiers verloren trouwens nooit een derde helft. Mooie tijd.

Waar ik vrijdag plichtsgetrouw de training verzorgde heb ik in het verleden ook regelmatig tegen team- of schoolafspraken in gekozen voor de pleziertjes.

1986, Elfstedentocht. We zaten in Atheneum 4 en kregen geen toestemming van de schoolleiding om naar Friesland af te reizen. We gingen toch en zagen op de Bonkevaart hoe Evert van Benthem zijn tweede Tocht won om daarna in Franeker onder muzikale leiding van de Blauhûster Dakkapel de polonaise te lopen met de politie. Wat een dag. De sanctie vanuit school loog er niet om. We moesten voor het vak Nederlands een opstel schrijven over deze dag.

1987, kwalificatiewedstrijd voor de EK, Nederland-Griekenland. Kreeg samen met mijn schoolmaat Arnold Reinders geen toestemming van de conrector om naar De Kuip af te reizen. School gaat voor. We gingen toch en zagen keeper Hans van Breukelen blunderen waarna onze held Marco van Basten uit een corner de gelijkmaker binnen schopte. Wat een dag. De sanctie van de conrector loog er niet om. We moesten een half uurtje het schoolplein aanvegen. Spartaanse opleiding.

Uiteraard stond ik ook wel eens aan de andere kant van de streep. Als beginnend trainertje was ik in 1997 een beetje aan het bijbeunen bij korfbalvereniging Asko in Assen. In de selectie speelde ene Roelof. Roelof was behalve korfballer ook een enorme fan van PSV. Die had je er toen ook al tussen lopen. Roelof was een typische Drentse 'zandgrond speler'. Goede schutter, geen vechter. Eigenlijk een echte PSV-er. In die tijd speelde Asko in de eerste klasse en PSV in de Champions League. Op een woensdagavond trainden we met Asko op het oude veld aan de Houtlaan. PSV speelde voor de Champions League in en tegen Barcelona. Roelof had aan mij als trainer gevraagd of hij de training mocht overslaan om zijn PSV te kunnen zien op tv. Ik weigerde dit verzoek. Roelof baalde maar kwam toch trainen. In een wedstrijdshirt van PSV.

In de kantine stond de tv aan. Barcelona-PSV. Wat ik niet wist was dat Roelof de kantinejuffrouw Trijntje gevraagd had om bij een doelpunt van PSV de lichtmasten rond het trainingsveld uit te schakelen. Dan wist Roelof dat zijn favoriete club gescoord had. Trijntje was een schat van een vrouw en kon het verzoek van Roelof niet weigeren. We waren nog geen kwartier bezig met de training toen opeens, floep floep, de lichtmasten uit sprongen. Daar stonden we in het pikkedonker op een grasveld aan de Houtlaan. Iedereen stond stil. Ik vloekte binnensmonds. Amateurs. Roelof schreeuwde het uit terwijl hij met zijn shirt over zijn hoofd als een malle tussen de korfbalpalen door rende. Hij kwam voor me staan. 'Hé trainert. Voordat die lichtmasten weer aan kunnen zijn we eenhalf uur verder. Zullen we lekker in de warme kantine voetbal gaan kijken?'

Ik kon in het donker alleen het wit van zijn ogen en zijn blinkende tanden zien. Ik knikte. 'Laten we dat maar doen.' Barcelona-PSV eindigde in 2-2. We hebben niet meer getraind.

Over lichtmasten gesproken. Twee maand geleden was ik voor een clinic in Zuid-Oost Drenthe. Na afloop van de clinic, op een mooi groen sappig grasveld, was er koffie en koek in de kantine. De voorzitter vertelde vol trots over zijn club. Kinderen en ouders waren enthousiast. Wat hij niet begreep was dat de competieleider van de bond een doordeweekse avondwedstrijd had ingepland. Dat was niet te doen voor zijn selectie. Die bestond uit boerenjongens en die moesten rond dat tijdstip de koeien melken. Zijn klaagzang hield nog even aan. Zo was hij ook niet te spreken over de ondersteuning vanuit de gemeente. Zo hadden ze problemen met de lichtmasten en waren ze genoodzaakt om de ingelaste avondwedstrijd van het eerste over een week af te lasten. Lichtinstallatie kapot. Ik nam het voor kennisgeving aan en stuurde het gesprek weer naar trainingsbegeleiding. Daarin was nog een hoop te winnen voor dit mooie cluppie. Het was een prettig gesprek. Na een uurtje werd het wat minder serieus en vlogen de anekdotes uit het scheidsrechterverleden van de voorzitter over tafel. Vanuit de kantine zagen we de zon langzaam achter de korven verdwijnen. Het veld lag er prachtig bij. Ik genoot.

Ondertussen kwamen er wat mannen op klompen de kantine binnen lopen. Sporttas over de schouder. 'Moi', riepen ze naar niemand in het bijzonder. Dit waren de spelers van het eerste. Ze kwamen om te trainen. Maar eerst koffie. De kantinejuffrouw liep naar de meterkast en drukte op een knop. Floep floep, de lichtmasten buiten sprongen aan. Het veld werd fel verlicht. Ik keek de voorzitter verbaasd aan. 'De lichtinstallatie is toch kapot?'
De voorzitter antwoordde stoïcijns: 'Nee man, volgende week pas.'

Kees Vlietstra

Meer over dit onderwerp:
sport columns opinie GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws