Column: De Mercedes van Hitler

Het is met de Mercedes van Hitler net als met de voorhuid van Jezus: er zijn er meer van. Zo worden er in zo'n twintig verschillende kerken evenzovele voorhuidjes van onze Heiland gekoesterd als relikwie, en duikt er van tijd tot tijd weer ergens een exemplaar van Hitlers paradewagen op.

Kort na de oorlog was dat al het geval in de stad. Want een van de Mercedessen waarin Hitlers zich liet rondparaderen, zou daar in 1947 gewoon aan het Zuiderdiep hebben gestaan, blijkens een foto uit het Parool van 1 juli van dat jaar. Volgens het bericht van de Parool-correspondent zou de auto kort na de oorlog in Duitsland door een Amerikaan zijn weggegeven aan een Nederlandse militair en via via in handen zijn gekomen van de Groningse autosloper Mulder, die hem blijkbaar in de stad parkeerde toen dat nog betaalbaar was. Archivaris Harry Perton zocht het uit en concludeerde onlangs dat de auto, nadat hij was omgebouwd tot stationwagen, spoorloos is verdwenen met een rondreizend accordeongezelschap.

Wie even googlet, kan vaststellen dat er binnenkort in Arizona weer eens een veiling is van een Mercedes van Hitler. Nog even afgezien van de vraag wie een auto zou willen bezitten van pakweg de grootste misdadiger ooit, die bovendien ook nog eens 1 op 2 rijdt, kun je je, net als bij de Zuiderdiep-Mercedes, afvragen of het wel een échte is. Tuurlijk, er zit een Stiefelstreicher aan, waar je je bemodderde laarzen aan kunt afvegen, en onder de achterbank zit een uitschuifbaar voetenbankje waar je tijdens eventuele toejuichingen op kunt staan. Maar zolang er geen neuspulkje, of desnoods een beetje oorsmeer, met het dna van Hitler onder de bank wordt aangetroffen, zullen we nooit zeker weten of hij er zelf in heeft gezeten.

Maar maakt dat überhaupt wat uit? Moet een goed verhaal ook nog eens echt gebeurd zijn? Wat hadden we eraan gehad als die Parool-correspondent was aangekomen met het vage verhaal dat hij op het Zuiderdiep een auto had zien staan die misschien wel wat weghad van die wagen van Hitler, maar dan geel, en met een parkeerbon en een Nederlandse nummerplaat? Boeiuh, door naar de volgende pagina. Dus: het was gewoon Hitlers auto en zijn dagboek lag misschien wel in het dashboardkastje. Het leven wordt tenslotte wel wat kleurloos als we het moeten doen met de grauwe, meetbare en controleerbare werkelijkheid. We hebben mythes nodig, en spannende verhalen. Niet alleen wat is en was, maar ook wat kan of had gekund. We gaan heus niet wachten met griezelen over dat bericht van gisteren over een rondzwervende vogelspin in de Rivierenbuurt, genaamd Pluisje, tot we hem echt hebben gezien en gedetermineerd.

Een goed verhaal moet je niet doodchecken, laat staan een waar verhaal. Dat geldt ook voor het kerstverhaal. Jezus is vast niet in een stalletje in Betlehem ter wereld gekomen, en al helemaal niet midden in een winternacht. Maar dat doet niets af aan de betekenis van het verhaal van de komst van een aangekondigde Verlosser en de ontroering die dat al eeuwen teweegbrengt. En dat rare praatje over die twintig voorhuiden nemen we dan maar op de koop toe.

Willem van Reijendam

Meer over dit onderwerp:
columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws