Column: Noordpolderzijl

Het haventje is leeg. Op de verste meerpaal zit een meeuw in de wind. Het slik glimt in de winterzon. Boven het wad een schip met zure appels. Een oude man en een jongetje komen op de trap in gelijke tred de dijk op.

Ze dragen allebei blauwe klompen met een rood motiefje. Het ritmisch geklepper van de klompen op de trap waait weg in de harde zuidwester.

De oude man is klein van stuk. Hij heeft een grote snor, die wappert in de wind. Hij heeft een zwarte muts op, een verrekijker op zijn borst. Het jongetje is bijna even groot als de man. Hij heeft blond haar en heeft wel iets van Emiel, het jongetje vol kattenkwaad uit de Zweedse kinderserie.

Opa en kleinzoon, denk ik. Het jongetje geeft mijn gedachte gelijk als hij boven aan de dijk is aangekomen, naar de zee wijst en zegt: 'Kijk opa, een schip'. En inderdaad. Vanuit de richting Eemshaven komt een schip onze kant op. Het is hel blauw. 'Genoatenkottertje', zegt opa een geeft zijn kleinzoon de verrekijker.

'Kun je ook lezen wat erop staat?' Het jongetje zet de verrekijker aan de ogen. 'UO 15', tuurt hij naar de zee. 'Kiek nog mor es goud', zegt opa.

'Ha, UQ 15', zegt het jongetje langzaam en laat zijn verrekijker zakken om verbaasd naar zijn opa te kijken. Opa geeft meteen uitleg. UQ staat voor Usquert. En het getal geeft aan welk schip. Zo hebben alle vissersschepen een paar letters met een getal. ZK staat voor Zoutkamp. TM voor Termunterzijl en DZ voor Delfzijl. Zo kun je meteen zien wat de thuishaven van het schip is.

'Maar ons dorp ligt helemaal niet aan zee, opa', zegt het jongetje die zijn opa denkt te betrappen op een flauwekulverhaal. Opa gaat verder met zijn uitleg. Dat je heel vroeger vanuit Usquert rechtstreeks naar zee kon varen en dat er heel wat vissers in het dorp woonden. Met de inpoldering verdween ook de verbinding tussen Usquert en de zee. Maar niet de vissers.

Het jongetje haalt zijn neus op. Niet figuurlijk voor het verhaal van zijn opa maar letterlijk, vanwege een flinke snottebel. 'Drup aan t neus mejong. Der staait ook n nuver poessie wiend'. Opa en geeft zijn kleinzoon een grote rooie zakdoek.

'Dat schip, de UQ 15 is van Meijer. Die wonen vlakbij ons aan de Wadwerderweg', maakt opa zijn les nog even af. Ik kies ondertussen de trap naar beneden richting Zielhoes. Dat poessie wind gaat dwars door mijn kleren en ik ril van de kou. En ook ik voel een drup aan mijn neus.

Op de trap komt me een vrouw tegemoet. Ze heeft een felgeel regenjack aan met bruine modieuze laarzen. Ze heeft de capuchon over haar hoofd getrokken. Een bruine sjaal maakt het dat je amper haar gezicht kan zien. Bij het elkaar passeren, knik ik vriendelijk. 'Moi'. De vrouw knikt terug zonder iets te zeggen.

Twee treden lager draai ik me om. De vrouw boven mij heeft zich ook omgedraaid. 'Hé Erik!', is zij het eerst met haar reactie. 'Moi Katja. Dat is grappig. Wat doe jij hier?' Katja is journaliste. Een collega van een ander medium. Ooit ben ik samen met mijn tweelingbroer door haar geïnterviewd. Ze is van Groningse komaf maar woont en werkt in de Randstad. Het is raar dat ik haar hier op de dijk van Noordpolderzijl tref.

Ze moest even uitwaaien. Krijg ik even later onder een kop koffie met appelgebak uitleg in Het Zielhoes. Haar verhaal is te bizar.

Op een avond stond haar appartement vol met potige mannen van de politie.
Ze moest onmiddellijk samen met haar man het huis uit. Ze kreeg zelfs geen tijd om tampons mee te nemen. Volgens de geheime dienst stond haar man op een liquidatielijst. De dreiging was uiterst ernstig.

Sindsdien zaten ze ondergedoken in een safehouse. Een geen enkel idee hoe lang dat nog ging duren. Als ze even weg wou uit dat huis, kreeg ze meteen vier bodyguards mee. Haar ogen staan moe en bezorgd.

Haar ouders weten het allemaal nog niet en ze ging het hen nu vertellen. 'Een beetje moed verzamelen zeg maar', zegt ze zacht. Ze kijkt naar buiten zonder iets te zien.

'Vertel me dat verhaal nog eens. Dat Bob Dylan hier was in Noordpolderzijl'.

Op de parkeerplaats nemen we afscheid. 'Fijne jaarwisseling en groeten aan je broer', zegt ze als ze in haar auto stapt. Ik kijk haar na als ze de weg afrijdt terug in de polder.

Vanaf de andere kant van het Zielhoes rijdt een dure zwarte auto voorbij in het spoor van de eerste auto. Erin vier mannen met een nieuwsgierige blik.

Erik Hulsegge

Veul haail en zegen

Meer over dit onderwerp:
blogs columns Noordpolderzijl
Deel dit artikel:

Recent nieuws