Column: Nummer ain

Het Straatsburgse zaaltje zat vol met, hoe zeg je dat netjes, welgestelde gepensioneerde babyboomers. De lezing ging over iets internationaals, maar de meeste aanwezigen waren zichtbaar gekomen voor iets heel anders: de gratis, door de organiserende krant beloofde biertjes en flammkuchen.

Voor me zat onze Nederlandse vriend die al veertig jaar in de Elzas woont, Hans. We kennen Hans al heel lang. Met zijn Canadese vrouw Paulette had hij het Groningse leven in de vorige eeuw moeiteloos achter zich gelaten. Bij een barbecue, vorig jaar zomer in hun grote glooiende tuin, voor alle Nederlandse 'expats', hoorde Hans voor het eerst dat ik uit Groningen kom. Hij maande de aanwezigen tot stilte, tikte met een theelepel tegen zijn bierglas, stak bezwerend zijn vinger op, en brulde door zijn tuin 'Veur mie stait ain Grunneger altied op nummer ain!!' De meeste bezoekers begonnen vertwijfeld te applaudisseren, zonder precies te begrijpen wat de beste man bedoelde.

Die Hans zat dus voor me. Hij luisterde maar half naar de verschillende sprekers voorin het zaaltje, want hij werd zichtbaar afgeleid door het gemurmel en gedoe om hem heen toen de eerste planken met flammkuchen werden uitgedeeld. Als een horde hongerige honden stortte de grijze groep bij ons aan tafel zich op de hete baksels met kaas en ui. Met opgetrokken wenkbrauwen sloeg mijn Groningse vriend het tafereel gade. Meewarig schudde hij het hoofd.

Bij het rondje bier hetzelfde tafereel. Gulzig griste de meute de pullen bier van de dienbladen. De serveerster had het zweet op het voorhoofd staan. Niet vanwege de hitte of het harde lopen, maar vanwege de gretige groep bierdrinkers die, met de pul nog maar nauwelijks in de vuisten, het blonde goedje al slurpend tot zich nam voordat de serveerster haar kont had kunnen keren. Opnieuw keek Hans toe. Deze keer verbijsterd. Ik zat rustig achter hem. We kruisten onze blikken. En richtten ons weer op de sprekers voorin de zaal. Sprekers die inmiddels behoorlijk waren afgeleid van het gedoe, gemurmel, geslurp en gesmak in de zaal.

Toen de klapdeuren van de keuken opnieuw openzwiepten voor een rondje flammkuchen, zag ik Hans bezorgd zijn hoofd fronsen. Moeizaam probeerde hij zijn aandacht bij de sprekers te houden. Maar onze tafelgenoten waren ook bij deze tweede portie niet te stuiten. Veertien gezichten met kwijlende monden volgden simultaan de op ons aflopende serveerster totdat ze bij onze tafel stilhield, en als in een langzame slowmotion beweging het grote ronde houten dampende dienblad op tafel zette. Op het moment dat een chique dame op leeftijd in groenig mantelpakje wilde aanvallen en haar echtgenoot met een afwerend gebaar probeerde zijn concurrerende buurvrouw verderop van het voedsel weg te houden, greep Hans in. Met een ruk vloog hij over tafel, omarmde met zijn hele machtige bovenlijf het grote dienblad met stukken druipende Elzassische heerlijkheid, en trok deze met tafelkleed, omvallende glazen en al, onze richting uit.

Boos keek hij de kring rond. Stak priemend zijn vinger op. En siste met gedempte stem 'Deze is van ons!' Hij draaide zich vervolgens in alle rust naar mij om, hield me parmantig het dienblad voor en knikte mij bemoedigend toe. Beschaamd nam ik een punt, pakte een servet, en probeerde zo onzichtbaar mogelijk een hap te nemen. Ik voelde de boze blikken van de babyboomers om ons heen. Durfde nauwelijks te slikken. Dat zag Hans. Langzaam stond hij op, boog dreigend over tafel en keek alle tafelgenoten een voor een indringend aan. In vloeiend Frans sneerde hij, wijzend naar mij: 'Hij is tenminste bescheiden. Zo zijn Groningers!' Met een plof ging hij zitten. De man naast me kuchte protesterend waarop Hans zich met een ruk omdraaide, waarna de man zich wijselijk stil hield.

Bij de uitgang hield de dame met het groene mantelpakje ons staande. Met haar hand op zijn arm vroeg ze Hans: 'Excuseer, maar wat is een Groninger?' Hans bedacht zich niet, rechtte zijn schouders, en brulde woest 'Veur mie stait ain Grunneger altied op nummer ain!!'

Marc Wiers

Marc is altied onderwegens tussen Genua (Italië), Straatsburg (Frankrijk) en Groningen. Wat hij onderweg tegenkomt vertelt hij hier elke maandag. Volg Marc op Twitter.

Meer over dit onderwerp:
columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws