Door de mand: Kees Vlietstra verheugt zich op de Spelen

'Boe!', riep Annemarie. Ze stond in de keuken van ons appartementje in Val Thorens. We waren daar met een groep korfballers op skivakantie. Annemarie speelde in het tweede, was een beetje naïef en bleek daar op de Franse bergen beter te kunnen skiën dan te kunnen korfballen in de Wijerthal.

Verder had ze weinig ervaring met ontbijt maken. Daarom hielpen we haar een beetje. Brak van de derde helft après-ski van de vorige avond zaten we aan tafel en coachten we Annemarie. 'De bordjes liggen in het kastje boven het aanrecht. Ja, bestek is ook wel handig. Laatje naast het gasfornuis. Enne Annemarie, ik heb mijn koffie gewoon zwart.'

Iemand riep dat de gekookte eieren ook wel klaar waren en dat ze de eieren even moest laten schrikken. Schrikken? zag je haar denken. Annemarie haalde haar schouders op, duwde haar hoofd boven het steelpannetje en riep: 'Boe!'

Het was een heerlijk ontbijt.

Vrijdag beginnen de Olympische Winterspelen. Sporten in de kou. Ik gun ieder zijn sportplezier maar ik heb niet zo veel met wintersporten. Ja, ijshockey is gaaf omdat daar nog een spelelement in zit maar de rest? Biatlon, curling, schansspringen, kunstschaatsen? Respect hoor. Maar dank je de koekoek.

Toch zit ik straks twee week lang met mijn snufferd voor de tv. Wil niks missen. Vooral de verhalen achter de prestaties. Van Eddy the Eagle in 1988 tot straks Akwasi Frimpong, een skeleton atleet uit Ghana. Die verhalen maken de Spelen.

Ander verhaal. Val Thorens, winter 2000. Ik had het helemaal gehad met dat skiën. Dat begon al in het hokje van de skiverhuur. Mega druk. En als ik ergens een hekel aan heb dan is het wel aan wachten.

Marie Claire heette het meisje achter de balie. Een beginnend stagiaire die niet wist waar Abraham le moutarde haalde. Wat een slome. Als ik moest wachten op Marie Claire voor mijn ski's dan was door de opwarming van de aarde alle sneeuw al gesmolten op de hoogste berg van Val Thorens. Tijd voor actie. Ik keek eens om me heen. Vlak naast het toilet stonden twee mooie lange zwarte glimmende ski's. Nonchalant stapte ik uit de rij, liep richting het toilet, zette mijn skibril op, trok onopvallend de zwarte latten van de muur en trok de stoute ski's aan.

Na twee lesjes vallen en opstaan, ik had nog nooit eerder geskied, mochten we met ons klasje de lift in naar boven. Blauwe piste. Ging allemaal heel soepel. Vond het wel hoog. Heel hoog. Toen de stang van de stoeltjeslift boven mijn hoofd verdween zwabberde ik richting ons klasje. Dat klasje stond keurig in flankopstelling op me te wachten. De punten van mijn ski's begonnen te applaudisseren. Ik probeerde ze weer in parallelstand te krijgen maar ze gleden steeds verder over elkaar heen. Ik vond ze ook wel heel lang, die latten van me.

Het klasje kwam steeds dichter bij. Met grote ogen zagen ze me op zich af slingeren. De punten van de ski's waren inmiddels Mikado aan het spelen. Ik viel onder luid applaus van mijn teamgenoten head first in de sneeuw. Michel, onze Franse skileraar, kwam aangeskied, boog zich over me heen, keek naar mijn ski's en begon in een Frans dialect te schelden. 'Saut à ski lattes, tu vache!'

Bleek dat ik de hele dag op schansspringlatten geskied had. Als een koe volgens Michel. 'Boe!', stamelde ik met de bek vol sneeuw.

Ander verhaal over een andere wintersport. Schaatsen. Heb ik ook al niets mee. Jeugdtrauma. Ben wel heel benieuwd naar de 10 kilometer van Sven Kramer. Zijn strijd met Bloemen en Bergsma voor het goud. Wat een druk, wat een spanning. Zal ongetwijfeld een zware wissel op hem trekken.

Mijn afkeer van het schaatsen heeft zijn oorsprong bij de eerste les schaatsen op de ALO. Winter 1989, ijsbaan Stadspark. We moesten verzamelen in de eerste bocht. Op schaatsen. Mijn pootje over was als een pasgeboren giraffe die water dronk. Hoofdschuddend keek de schaatsdocent, Ben Eppinga heette de beste man, naar mijn gestuntel. Er zat nog een hoes om mijn rechterschaats.

We kregen ook les in ijshockey. Dat vond ik wel tof. De meeste van mijn klasgenoten ook. Noël en Jim waren omgekeerd evenredig aan elkaar. Noël kon goed hockeyen maar voor geen meter schaatsen terwijl Jim vaardig op de ijzers was maar behoorlijk ruzie had met de puck. Na een ongelukkige botsing kregen beide jongens ook ruzie met elkaar. En zoals dat gaat bij ijshockey sloegen ze elkaar op de bek. Noël won, hij sloeg Jim over de boarding. De docent, ben zijn naam vergeten, stond er glimlachend bij te kijken. Veel geleerd van die man.

We kregen ook didactisch practicum. Dan kwam er een basisschoolklas ADHD'ers die jij als onzeker ALO-studentje les moest geven. Schaatsles. Dat deden we in twee groepen. Eerste uur les geven en het tweede uur observeren. Of andersom. Na afloop moest je elkaar feedback geven. Ik zorgde altijd dat ik het eerste uur les kon geven. Dan kon je het tweede uur mooi vanuit de warme kantine boven de ijsbaan van het Stadspark achter een glas warme chocolademelk met rum observeren hoe je medeklasgenoten het ervan af brachten.

Bij mijn examenles ging het mis. Ik werd in de tweede groep ingedeeld om les te geven. Eerste deel dus observeren. Met een lekkere chocolademelk met rum. En op één schaats kan je niet lesgeven dus werden het er twee. Vooruit drie. Hooguit vier.

Mijn lesopdracht was spelenderwijs het remmen op de schaats aan leren. Ik koos voor het spelletje Anne Maria Koekoek. Met dubbele tong legde ik het uit. Mustafa was Anne Maria. Mustafa stond met zijn gezicht naar de boarding. De rest van de klas stond op schaatsen, veel houtjes, aan de andere kant van de ijshockeybaan. Zolang Mustafa met zijn rug naar de groep stond mocht die groep langzaam richting Mustafa schaatsen.

Op het moment dat Mustafa 'Anne Maria Koekoek' riep, moest hij zich razendsnel omdraaien. Zijn klasgenootjes moesten dan direct remmen en stokstijf stilstaan. Als Mustafa ziag dat je toch bewoog moest je terug naar de boarding. De eerste die Mustafa op zijn rug wist te tikken had gewonnen en mocht de nieuwe Anne Maria zijn. Fantastisch spel.

Ik deed, overmoedig door de chocomelk, zelf ook mee. Het remmen ging me opzienbarend goed af. Tot drie keer toe stond ik direct stil. Tot een meter voor Mustafa. Met volle vaart klapte ik met twee zwabbervoetjes op de rug van Mustafa. Die lag daardoor opeens achter de boarding. 'Koekoek!'

Ik wens iedereen fijne Spelen. En voor diegene die niet meedoen: blijf vooral spelenderwijs leren. Blijf alsjeblieft spelen.

Meer over dit onderwerp:
columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws