Column: Carnaval in 't Noorden

We hebben gereserveerd bij het restaurantje l'Amfora. Als we met z'n achten de steeg inlopen zien we dat het er bomvol is. Verbaasd kijken we elkaar aan.

Eigenaar Beppe, voor ons inmiddels een bekend gezicht, staat met een glas wijn in de hand bij de ingang een sigaartje te roken. Hij kijkt verrast onze kant op. 'Jullie willen nog komen eten? Ach sorry dat gaat niet. Mijn zoon is op het laatste moment toch nog geslaagd, na jaaaren en jaaaren studeren. Dat vieren we met onze familie en zijn vrienden vanavond.' Ik feliciteer hem hartelijk en wil me al omdraaien maar Nicolò, de brutaalste van ons, vraagt geërgerd naar onze reservering. 'Hebben jullie gereserveerd? Voor vanavond?' Hij bedenkt zich niet en wenkt ons naar binnen. 'Jullie zijn mijn gasten. Echt, kom!' Trots worstelt hij zich door de drukte naar een klein tafeltje achterin de zaak. Links van ons staat een bandje op een klein podiumpje snoeihard te spelen. Overal staan studenten, jongeren en familie. We zijn benieuwd hoe hij dit gaat regelen.

Blijkbaar roept Beppe iets belangrijks in de oren van een kelner, die voor ons half in de garderobe onmiddellijk een tafeltje dekt, wijnglazen neerzet en ons gebaart te gaan zitten. Ongemakkelijk kijken we elkaar aan. De meiden blijven weifelend staan. 'Ga toch zitten! Geniet van al het eten!' roept de kelner over het lawaai heen en draait zich om, de keuken in. Nietsvermoedend ga ik zitten en neem een teug van de witte wijn. Dan lijkt de band de eerste tonen in te zetten van 'Carnaval in 't Noorden' van Pé Daalemmer en Rooie Rinus. 'Rapadapa! Rapadapa! Pa-pa-da-pa-pa!!'

Vragend kijk ik Roberto aan, die het hele lied waarschijnlijk maar heel vaagjes kent en mijn blik niet beantwoordt. Ik draai me om en hoor de zanger met een heel vreemd, zwaar buitenlands, onverstaanbaar accent, iets zingen over 'oom Rieks' en 'Avebe.' Nou ja, dat denk ik in ieder geval. Een deel van de jonge gasten joelt namelijk luid mee. En door het gejoel en het lawaai kan ik er eigenlijk helemaal niks van verstaan. Maar de melodie is onmiskenbaar. 'Het is Gronings, dit lied!' roep ik enthousiast naar de Italianen om me heen. 'Pé Daalemmer en Rooie Rinus!' Ze kijken me meewarig aan.

Als het bandje klaar is springt Beppe het podium op en slaat een arm om zijn geslaagde zoon. 'Het is niet te geloven, maar het is hem toch gelukt! Ik heb hem gesmeekt om te stoppen, bezworen af te studeren, ik heb nachten wakker gelegen, we hebben gehuild en gezweet, ik heb vloekend de collegegelden betaald, maar lieve vrienden: hij heeft hem binnen, zijn diploma!' Beppe houdt een opgerold paperas omhoog. Gejoel in de zaal achter ons. Wij zitten inmiddels vooral te eten. De zoon neemt de microfoon over. 'Bedankt lief stadje van me, bedankt voor alles. Voor de lange nachten. De lieve mensen. De fietsen. Het bier. De koelte. De rust.' Hij pauseert. 'De meiden!' Zijn groep jonge vrienden gaat uit z'n dak van het lachen. Ik klop Roberto ongeduldig op zijn schouders. 'Hij heeft het over Groningen, zie je? Lange nachten, bier, fietsen, koelte?' Liefdevol klopt Roberto me op mijn wangen en richt zich weer op de pasta.

Als we willen afrekenen wuift Beppe achter de toog onze biljetten weg met een afwerend gebaar. 'Jullie waren mijn gasten! Limoncello?' Naast mij staat, inmiddels nogal aangeschoten, zijn zoon. Ik vraag hem waar hij gestudeerd heeft. 'Il Nord' kreunt hij met dubbele tong, pakt een glas limoncello en kiepert die in één keer achterover. Roberto en onze vrienden staan al bij de uitgang, en mijn man wenkt me met een dringende blik naar buiten. 'Waar in Il Nord?!' schreeuw ik over het lawaai in de oren van de jongen. Hij wijst omhoog. 'Olanda?' roep ik, inmiddels hees van het geschreeuw. Verbaasd kijkt hij me aan. Is even stil. En zakt dan door z'n knieën van het lachen. 'Olanda? Nooo! Aosta!! Italia! Aan de grens met Frankrijk en Zwitserland, in het Noorden bij de Mont Blanc!'

Buiten staan zeven Italianen me met geamuseerde blik op de wachten. Met een twinkeling in z'n ogen legt Diego een arm om mijn schouders. 'Ze zongen wel degelijk in een dialect. Het Genuese dialect. Een volkslied over zeemannen die na hun terugkeer flink feestvieren.' Hij fluit het refrein voor. Ik kijk hem beschaamd aan. Het lijkt niet eens op Pé en Rinus. 'Mannen die verkleed als zeelui feestvieren, is net carnaval,' lacht hij opgetogen, waarna we met onze vrienden de koude carnavalsnacht inlopen. In het Noorden. Van Italië.

Marc Wiers

Marc is altied onderwegens tussen Genua (Italië), Straatsburg (Frankrijk) en Groningen. Wat hij onderweg tegenkomt vertelt hij hier elke maandag. Volg Marc op Twitter.

Meer over dit onderwerp:
columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws