Door de mand: Kees Vlietstra staat te schelden voor de tv

Donderdag scoorde Robin van Persie zijn eerste doelpunt voor Feyenoord sinds zijn rentree in de Eredivisie. Het was een wonderschone goal. Combinatie van perfecte techniek en sublieme timing.

Ik zat te schelden voor de tv. Van Persie scoorde de 3-0 namelijk tegen FC Groningen. Pas een dag later kon ik tijdens de zoveelste herhaling respect opbrengen voor de schoonheid van de goal.

Diezelfde vrijdag berichtte het Duitse blad Kicker over geruchten dat Arjen Robben geen contractverlenging bij Bayern München gaat krijgen. (Deze geruchten zijn niet bevestigd – redactie) De club zou Robben te oud vinden. Dat is goed nieuws. Voor ons. Arjen, kom alsjeblieft terug naar Groningen. Je hoeft lang niet alles te spelen volgend jaar. Uitwedstrijden op kunstgras laat je bijvoorbeeld lekker lopen. Dan kan je mooi met Bernadien naar de Hoendiep Meubelboulevard. Als je zo af en toe in thuiswedstrijden maar iets laat zien van je uitzonderlijke klasse zijn we allang blij. Een achteloos steekpassje, een demarrage over rechts, uitkappen, voor je favoriete linker en pats boem in de kruising. We smachten naar iets van vernuft. Dat mag ook prima in een bloedeloze 0-0 tegen pak 'm beet ADO Den Haag. Alsjeblieft Arjen, we hebben je nodig.

Ander sportnieuws. Vrijdag was ook de openingsceremonie van de Olympische Winterspelen. Noord -en Zuid Korea schudden elkaar de hand. Sport verbroedert. Wat een poppenkast. Heb me twee uur groen en geel geërgerd maar ben beroepshalve blijven kijken. Mijn gedachten dwaalden wel constant af.

Zomer 2005. We stonden voor de MSV-Arena in Duisburg. Een half uurtje later zou de sluitingsceremonie van de World Games beginnen. Het was een drukte van belang op het plein voor het stadion. Honderden atleten stonden uitgelaten te wachten om met een vlaggenparade het uitverkochte voetbalstadion te betreden. Met het Nederlands korfbalteam hadden we twee uur eerder de finale gewonnen. Van België. Weer van België. Ik had als assistent-bondscoach een bescheiden rolletje in dat succes. Het echte zware werk begon nu pas. De sluitingsceremonie én het slotfeest. Hoofd Entertainment, Chef Derde Helft. Ik zat in de bediening. Tijdens het plaatsen van de bestelling bij een mobiele bar werd ik op mijn schouder geramd. Ik draaide me snel om. Een Belgische korfbalsupporter keek me troebel aan. Zijn hoofd was geel, rood en zwart geschminkt. De kleuren liepen een beetje door. 'Hé Patrieck, een pintje?' vroeg ik hem. 'Awel Keeskop,' begon hij met dubbele tong. 'Nen pintke is altijd goe.' Ik duwde hem een vol glas bier in zijn handen. 'Amai, dat is tof,' proostte Patrieck naar me. 'Wat denkt u, kan ik met jullie mee naar binnen? Ik wil ook wel op dat veld staan.'
Ik keek naar mijn accreditatie die om mijn nek hing. 'Dat gaat niet makkelijk worden vriend', antwoordde ik. 'Je hebt een officiële kaart nodig. Ze controleren heel streng. Duitsers he.'
De Belgische Duivel keek me nu ineens boos aan. Alsof ik hem eigenhandig de toegang tot de sluitingsceremonie had ontzegd. Zijn ogen in het geverfde hoofd spuwden vuur. Patrieck begon in een niet te verstaan Antwerps dialect te schreeuwen. Met de woordenbrij kwamen er ook wat druppels bier mee naar buiten. Die belandden in mijn gezicht. Vond ik een beetje ondankbaar. Toch had ik ook met Patrieck te doen. Hij was helemaal van Antwerpen naar Duisburg gereden. Had zijn hoofd in de kleuren van de Belgische vlag laten verven, had zich voor de finale vol laten lopen met Duits bier om zijn land weer kansloos te zien verliezen van den Ollanders. Ik wist wat hij voelde. Wat voor hem de Rode Duivels waren dat was en is FC Groningen voor mij. Supporter tegen beter weten in. Nog niet eens the best of the rest.

De supportersgroep van het Belgische nationale korfbalteam heette 'Alles Kapot'. Ze maakten sfeer in de hal, trommels, gezang, geschreeuw, gevloek, echte supporters. Twee keer dertig minuten gas erop. Alles Kapot. Maar goed, korfbal is al meer dan 115 jaar een spelletje van acht tegen acht en aan het eind heeft Nederland gewonnen. Dit maal met 18-6. Dat Alles Kapot stond meer voor zelfdestructie. Patrieck was dan ook helemaal kapot.

Ik gaf hem nog een pintke en beloofde mijn best te doen om hem binnen te krijgen. Eerst even pissen. Bij de mobiele urinoirs stonden lange rijen wachtenden. Daar kon ik als Chef Derde Helft natuurlijk niet op wachten. Ik glipte langs de bewakers de catacomben van het stadion binnen. In de kleedkamer van die Gäste was het heerlijk wateren. Snel weer terug. Plicht roept. Op de terugweg naar het plein viel mijn oog op een bord aan een stok. Dat bord stond tegen de muur van het stadion. Het was een landenbord. Zo'n bord waarmee een vrijwilliger van de World Games het stadion binnenloopt en de deelnemers van dat land daar vrolijk achteraan huppelen. Bij het boksen noemen ze zo'n persoon een rondemiss, bij het darten een Walk-on-girl en bij de Formule 1 een pitspoes. Het darten en autoracen hebben deze dames helaas in de ban gedaan. Bij het oplopen in het stadion daar in Duisburg, 2005 praten we nog steeds over, waren het nog gewoon schöne hübsche Mädchen.

Also, ik trok razendsnel mijn trainingsjack uit, pakte het landenbord en duwde de stok in de broekspijp van mijn trainingsbroek, het bord op mijn rug, jack er over en klaar was Käse.

Het liep wat ongemakkelijk die plank op de rug en die stok in mijn broek maar in de drukte op het plein viel het niet op. Bij de mobiele bar stond Patrieck nog steeds te oreren dat alles kapot moest. De Belgische driekleur op zijn gezicht was inmiddels één grote paarse vlek. Ik lokte hem met een pintke weg van de bar.

Vliegensvlug trok ik het landenbord uit mijn trainingspak en duwde het plechtig bij Patrieck in zijn handen. Die begon te glimlachen. 'Dank u', fluisterde hij emotioneel.

Een kwartier later marcheerden we het stadion binnen. Wij liepen met alle Nederlandse sporters achter het landenbordje met Die Niederlande. Ik keek mijn ogen uit. Twintigduizend Duitsers zongen ons toe. Wat een onthaal. Ik begon spontaan uit de maat te dansen met een vrouwelijke touwtrekker uit Botswana. Sport verbroedert. Iedereen was blij en vrolijk.

Patrieck was ook blij en vrolijk. Hij kon zonder accreditatie zomaar het stadion binnen waggelen. Hij liep in zijn eentje en hield zijn landenbord trots vast. Patrieck was de Walk-on girl zonder hoofddoek van de Islamic Republic of Iran. Sport verzustert. Toen wel.

Kees Vlietstra

Meer over dit onderwerp:
sport columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws