Column: Rolletjes

Voor we gaan roepen dat het Vegter's rolletje een onvervangbaar stukje, authentiek Gronings erfgoed is: het is gewoon een 'fokking' koekje, dat bij wijze van marketingtruc is opgerold om er slagroom in te kunnen spuiten. Een welkome traktatie in onze vetzuchtige provincie.

Je hoeft er trouwens geen slagroom in te spuiten, ze zijn droog ook goed te doen. Alleen moet je al etende de afbrokkelende kruimels, die door het stortkokertje dat het rolletje vormt in de palm van je hand vallen, als een soort laatste hap beschouwen, waarbij je je hand ook mag aflikken. Een heel authentieke manier van eten dus ook. Zoals je oesters moet slurpen, gebraden ortolaantjes met botjes en al in je bakkes moet schuiven en spaghetti om je vork moet winden. Verder heeft het koekje ook een heel authentieke smaak, waardoor je maar door blijft snoepen uit die netvlieskankerverwekkende, oranjepaarse doos, tot je er authentiek maagzuur van krijgt.

Omdat het zo'n verdomd authentiek rolletje is, blijft het nieuwjaarsrolletje van Vegter tegen wil en dank een beetje hangen in de Groningse streekproducten. Het heeft nooit een zegetocht gemaakt door de salons van Parijs, de wolkenkrabbers van New York en de favela's van Rio de Janeiro. Of zelfs maar Ommen. Opmerkelijk, want juist in deze geglobaliseerde wereld stelt de consument een eer in 'authentiek eten.' Daarom willen we parmaham en echte in Dublin gebottelde Guinness en eten zelfkwellende superfoodies zoveel orginele Zuid-Amerikaanse quinoa dat het er daar niet meer te krijgen is. Maar blijkbaar werkt dat met koekjes anders. In New York willen ze een donut en in Parijs waarschijnlijk Parijse wafels. In Ommen eet je geen Dalfser, maar Ommer moppen. Lokale koekjes reizen niet ver.

Misschien dat Vegter daardoor ook wel het loodje legde: hij kwam met zijn koekjes niet verder. En dat geldt ook voor de onvermijdelijke overnamepartij die straks de Vegters's rolletjes mag gaan maken. Authenticiteit wordt een blok aan zijn been: het mag er niet anders uitzien, niet anders smaken, niet anders verpakt worden dan we nu gewend zijn. De standaard van het nieuwjaarsrolletje staat in ons collectieve geheugen gegrift. Het is net alsof je een huis koopt waar je niks aan mag verbouwen. De rolletjes dragen natuurlijk wel enorm bij aan de omzet maar je wilt als ondernemer toch vooruit, en niet zijn ingemetseld tussen muren van miljoenen oranjepaarse koekjesdozen. De rolletjes komen de nieuwe eigenaar waarschijnlijk nog vóór nieuwjaar zijn neus uit, net zoals dat al te gulzige gebruikers overkomt.

Koekjesland mag een lieflijke naam hebben, maar het schijnt een slagveld te zijn waar gemene koekenbakkers elkaar met piepkleine marges op boter en suiker bevechten, en waar zelfs een Vegter met zijn rolletjeslegioen kon sneuvelen. Kleine marges vereisen grote omzetten. Te vrezen valt dat een nieuwe mijnheer Vegter het oude rolletjeswapen weer oppakt en de strijd gaat voeren met paasrolletjes, pinksterrolletjes, aardbevingsrolletjes, jamrolletjes, quinoarolletjes en dieetrolletjes en aldus een beetje door blijft rollen. Niks erfgoed, niks authenticiteit, niks regionale binding. We kunnen ze maar beter zelf gaan bakken, want we moeten wel van onze rolletjes kunnen houden. Bovendien hoeven ze dan ook niet meer in zo'n lelijke doos.

Lees ook:

- Kans op doorstart Vegter groot: vijftien overnamekandidaten
- Vegter, van de nieuwjaarsrolletjes, is failliet

Meer over dit onderwerp:
columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws