Door de mand: Kees Vlietstra krijgt een kleur

'Dan ben je flauw hoor.' Ik kijk Peter glimlachend aan. Peter is schilder en heeft afgelopen week ons huis geschilderd. Peter heeft een oorbel, woont in stad, is een vakman en kan mooi vertellen.

Tijdens zijn schaft aan de keukentafel vertelt hij met Groningse nuchterheid over wat er in de loop van zijn carrière allemaal mis is gegaan met vallende potten verf. En ja, als je met een vijf liter blik witte verf een steiger op klimt en dat blik flikkert van zes meter hoogte op de zwarte auto van de buren 'dan ben je flauw hoor'.

Ik ben ook een tijdje schilder geweest. Als afgestudeerde ALO-er had ik nog geen werk en beunde dus een beetje bij. De rekening in De Negende Cirkel moest immers wel ergens van worden betaald. Ik hielp Rooie Lammert als schilder. Rooie Lammert was een stamgast bij mijn ouders in de kroeg en die kon met grote klusjes wel wat handjes gebruiken. Mijn eerste putje was een huis in Heiligerlee. Dat huis moest geverfd. Blauw. En de klant is koning ongeacht wat je zelf van de kleurstelling vindt was de eerste les van Rooie Lammert. Een andere verfwijsheid die mijn baas doceerde was dat je niet te zuinig met de verf aan de kwast moest zijn. De verf moest dik door de hoeken. Als er per ongeluk een veeg verf kwam op een plek waar het eigenlijk niet hoorde dan 'gaf dat niks want het was toch maar voor een ander.'

Lammert zijn specialiteit was plafonnetjes sauzen. Het liefst wit. Als zo'n plafond dan gesausd was sloot hij standaard af met: 'Zo, dat zit er weer strak in. Met een beetje mazzel hebben de bewoners van de winter een witte kerst.'

Terug naar Heiligerlee. Blauw moest het worden dus klauterde ik met een vijf liter blik de rolsteiger op. Echter, de rolsteiger nam zijn naam letterlijk, het ding begon te rollen. Ik probeerde de steiger in evenwicht te houden. Dat lukte maar net, het blauwe blik tuimelde daardoor wel naar beneden. Precies op de aangeharkte witte kiezelstenen van het tuinpad. Van bovenaf de steiger leek het blauw-witte tuinpad net op het smurfendorp. Ik was wel flauw hoor.

Rooie Lammert begon te vloeken en te schelden. Dat waren twee andere kernkwaliteiten van hem. Beschaamd klom ik naar beneden. Daar kreeg ik weer een lesje verfwijsheid. 'Wat je niet ziet is er niet,' zei Lammert. 'Objectpermanentie noemen ze dit in de ontwikkelingspsychologie' ging hij verder. 'Kom maar,' zei hij terwijl hij door zijn knieën ging. 'Draaien jij hampel.'
Drie kwartier later hadden we alle blauwe kiezelstenen omgedraaid. Blauw onder, wit boven. Weer twee dagen later was het huis strak blauw. Tot in de hoeken. We waren blij dat het die week niet regende.

Objectpermanentie dus. Als een baby van zes maanden met een knuffel speelt en het valt onder de bank dan is het voor de baby weg en gaat het iets anders doen. Als het iets niet ziet, dan is het er niet. Heerlijk om zo in het leven te staan. Als de baby objectpermanentie heeft ontwikkeld dan gaat het op zoek naar de knuffel. Op jacht.

Van de week was ik me weer eens bewust van dit fenomeen. Ik was weer eens te laat. De beelden waren namelijk al verwijderd. Beelden van naakte handbalsters van het Nederlands Team in een sauna. Op een porno website. Die beelden waren gemaakt door een bewakingscamera in de kleedkamer van de sauna. Schandelijke en walgelijke schending van de privacy van de handbalbabes. Zo'n man, kan alleen maar een man zijn die die beelden geplaatst heeft, moet wat mij betreft als taakstraf bij de eerste thuisinterland van de handbalsters (zondag 25 maart, Nederland-Hongarije) in de warming up in zijn blote reet op goal staan. En de bewuste internationals gaan hem dan een workshop keepen geven. Er schijnt een ongeschreven regel te zijn dat je niet op het hoofd van de keeper gooit. Die regel wordt uitgegomd. Het wordt tijd voor lijfstraffen. De dames gooien de ballen, met hars, snoeihard op zijn kopje. Vies ventje.

Heb dus die sauna beelden uit objectpermanentie perspectief wel gezocht, blijft tenslotte je werk als sportcolumnist, maar de beelden waren onvindbaar. In mijn hoofd kwamen wel weer beelden (vies ventje) van mijn eerste saunabezoek met de selectie van de Groninger korfbalvereniging Nic./John Schokker Makelaardij. Nou is het gemengde naakt voor ons korfballers natuurlijk niets bijzonders, we douchen immers ook altijd gemengd, maar dit saunabezoek staat me nog wel bij. Sauna Hilberdink in stad. Ik was zeventien en keek mijn ogen uit. Wat een mooie sauna. Toch had ik wat moeite met de klassieke sauna regels: de gasten werden geacht rustig, discreet, ontspannen, met een gelijkmatige ademhaling te relaxen. Mijn reet. Ik had het vooral bloedheet in die betimmerde hokjes. Gelukkig had ik een plastic bal (zonder hars) meegenomen om wat te kloten in het zwembadje. Met Evert en Jan-Hendrik rondo in het dompelbadje. In mijn blote pokkel een bommetje vanaf vier opgestapelde ligbedjes. Ons gedrag werd niet echt op prijs gesteld door de andere bezoekers. Ook de eigenaar van de het saunacomplex vond het niet zo tof. En of we na twee waarschuwingen het pand wel wilden verlaten. Vooruit. We werden dat jaar wel kampioen. In de eerste klasse. Daar zijn gelukkig nog beelden van.

Kees Vlietstra

Meer over dit onderwerp:
sport columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws