Groningse vluchtelingen aan een baan? 'Netwerken'

Hoe helpen we vluchtelingen nou aan een baan? Die vraagt blijft hangen na nieuwe cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek in opdracht van vier ministeries dinsdag publiceerde.

Het CBS berekende dat elf procent van de vluchtelingen die in 2014 asiel aanvroegen een baan heeft kunnen vinden. 89 procent daarvan lukte dat dus (nog) niet.

Werk belangrijk voor integratie?

Volgens minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is werk onmisbaar voor een succesvolle integratie van asielzoekers. 'Een baan is bij uitstek het middel om te integreren, om de Nederlandse taal te leren en om echt mee te doen in onze samenleving', schreef hij eind maart in een brief aan de Tweede Kamer

Als werk zo essentieel is, waarom lukt het tot nu toe dan maar elf procent van de onderzochte groep asielzoekers om een baan te vinden? En vooral: hoe kan dit percentage worden opgeschroefd?

Taal

Volgens Niels Kemper van Humanitas Groningen speelt taal een belangrijke rol. 'De eerste uitdaging voor vluchtelingen die hier komen is de taal. Het Nederlands zijn ze niet machtig.'

Kemper noemt de eerste groep Syriërs die hier naartoe kwamen als voorbeeld. Deze waren hoog opgeleid en spraken nog vrij redelijk Engels. Daardoor was er redelijk wat enthousiasme over hun komst. Volgens Kemper is het echter voor velen een stuk lastiger gebleken om aan het werk te komen, zeker het werk op niveau dat ze in het thuisland gewend waren. 'Nederlandse bedrijven blijken toch niet zo happig op mensen die geen Nederlands kunnen.'

Dat komt volgens Kemper onder meer tot uiting in de taaleis die werkgevers stellen. 'A2 is het taalniveau dat beheerst moet worden om te slagen voor het inburgeringsexamen.' Bij veel banen is het hogere B1-niveau vereist. Die eis lijkt aan de hoge kant. 'Voor de meeste statushouders is dit niveau zelfs niet haalbaar na vijf jaar inburgeren.' 

Werkcultuur

Ook werkcultuur is volgens Kemper voor veel statushouders een belangrijke belemmering. 'Syriërs bijvoorbeeld zijn vaak ondernemers. Die willen een eigen bedrijfje beginnen. Maar die lopen tegen grote verschillen in bedrijfsvoering aan.

'Hier worden daardoor andere competenties gevraagd dan in het land van herkomst.' In hun thuisland zijn bijvoorbeeld de administratieve eisen een stuk minder dan hier in Nederland.

Netwerken

Wat is dan nodig om statushouders wél aan een baan te helpen? Evert Sulman, projectleider bij Groningen Verwelkomt, heeft wel een begin van een oplossing: netwerken. 'In Nederland in het algemeen wordt driekwart van de banen via via geregeld. Dat moet bij vluchtelingen dan ook kunnen werken.'

Het schrijven van sollicitatiebrieven heeft volgens Sulman nauwelijks zin. Omdat de Nederlandse taal vaak slecht beheerst wordt, worden brieven van nieuwe Nederlanders vaak terzijde geschoven, meestal omdat er veel spelfouten in staan. 

Toch is er ook wel behoefte aan om vluchtelingen aan te nemen. Sulman: 'Naast dat er branches zijn met een grote vraag naar werknemers (ICT & Horeca, red.), zie ik bij bedrijven veel motivatie om maatschappelijk verantwoord bezig te zijn, onder meer door statushouders een kans te geven.'

Matchen

Groningen Verwelkomt heeft wel een idee hoe de organisatie hierin wil ondersteunen. 'We willen geen uitzendbureau worden. Daar hebben we de capaciteit niet voor. Maar we willen wel bijeenkomsten gaan organiseren waarin werkgevers en statushouders aan elkaar gekoppeld worden.'

Dat zou dan een grotere bereidheid moeten opleveren om statushouders aan te nemen. De precieze vorm is nog niet bekend, maar in eerste instantie proeft Sulman bij bedrijven wel bereidheid om hieraan mee te doen. 'En als die er uiteindelijk toch niet blijkt te zijn, dan pakken we het op met Nederlanders die werkgevers in hun netwerk hebben.'

Meer over dit onderwerp:
GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws