NoordZaken checkt: 7.500 nieuwe banen dankzij provincie?

Voor bedrijven heeft de provincie Groningen allerlei subsidies en steunprogramma's klaarliggen. Al die regelingen bij elkaar hebben in de afgelopen twee jaar drieduizend nieuwe banen opgeleverd, claimt de provincie.

Datajournalist Egbert Minnema en NoordZaken-redacteur Loek Mulder leggen de claim langs de factcheck-meetlat.  

Het houdt niet op bij drieduizend nieuwe banen. Omdat iedere nieuwe baan in de rekensom die de provincie maakt ook weer anderhalve extra baan oplevert, heeft Groningen@Work bij elkaar 7.500 mensen een nieuwe (voltijds) baan bezorgd. Groningen@Work is de naam waar alle steun- en subsidieregelingen sinds 2016 zijn ondergebracht.

Werk

Het programma van de provincie Groningen is bedoeld om zo veel mogelijk Groningers aan werk te helpen. Bijvoorbeeld via de Groninger Ondernemersregeling, de regeling Innovatief en Duurzaam MKB Groningen, het Investeringsfonds Groningen (veertig miljoen) en het Innovatiefonds Noord-Nederland.

Bedrijven kunnen er subsidies of leningen krijgen voor investeringen. Ook projecten als de campagne van Top Dutch, Snel Internet Groningen en Region of Smart Factories zijn onder de paraplu van Groningen@work gebracht.  

Ik kan er niet precies achter komen hoe deze banencijfers zijn gedefinieerd
Jouke van Dijk - hoogleraar RUG

Klinkende cijfers

Het zijn klinkende cijfers die de provincie als resultaat van Groningen@work presenteert. Maar kloppen ze? Frank Mennega, projectleider van Groningen@Work plaatst zelf al een eerste kanttekening. Volgens hem gaat het niet om banen die er de afgelopen twee jaar daadwérkelijk bij zijn gekomen. Hoewel de provincie dat wel zo presenteerde.

'Die drieduizend zijn de verwachte werkgelegenheidseffecten', zegt Mennega. Dit getal komt tot stand in overleg met bedrijven die bij Groningen@Work aanklopten voor steun.

'Sommige banen bestaan na twee jaar al daadwerkelijk. Andere banen nog niet, omdat bepaalde projecten een langere looptijd hebben dan twee jaar.'

Houvast

We hebben de provincie meerdere keren gevraagd naar de methode waarmee de werkgelegenheidseffecten worden berekend. Die rekenmethode wil of kan de provincie niet geven. Het enige houvast komt van de verwachtingen van de bedrijven zelf. Het is bovendien niet duidelijk of het gaat om écht nieuwe banen of dat het banen zijn die dankzij de subsidie overeind zijn gebleven.

Onderbouwing

Jouke van Dijk, hoogleraar Regionale Arbeidsmarktanalyse van de Rijksuniversiteit Groningen, laat weten benieuwd te zijn naar een gedegen onderbouwing van het banencijfer. Die mist hij momenteel.

'Ik kan er niet precies achter komen hoe deze banencijfers zijn gedefinieerd. In hoeverre gaat de groei van een bedrijf dat door Groningen@Work wordt gesteund ten koste van banen bij andere bedrijven?' Dat laatste aspect is door de provincie niet meegewogen.

Veeg uit de pan

Gedeputeerde Patrick Brouns gaf bij de presentatie van de banencijfers het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) een veeg uit de pan. 'Men heeft daar 1.500 projecten onder handen', zei Brouns in het Dagblad van het Noorden. 'Maar men is nog steeds niet in staat mij te vertellen hoeveel banen dat oplevert. Die projecten zijn geen doel voor ons, banen wel.'

Berekeningswijze

Dat het SNN niet concreet kan zeggen voor hoeveel banen het verantwoordelijk is, is niet zo gek. Het SNN doet voor de drie noordelijke provincies de uitvoering van (Europese) subsidieprogramma's. Voor het meten van de effecten kijkt het SNN veel breder dan naar werkgelegenheid alleen.

'Er is maar één project waarbij de provincie ons aanvullend heeft gevraagd om werkgelegenheid in de doelstelling op te nemen. Deze meting gebeurt door ondernemers te vragen wat zij verwachten dat het project aan arbeidsplaatsen gaat opnemen', zegt Henk Emmens, Manager Subsidies bij het SNN.

Stimulerend

Bij subsidieregelingen die innovatie bij het midden- en kleinbedrijf stimuleren, controleert de organisatie of er ook echt nieuwe producten zijn gekomen, of bedrijven meer met elkaar samenwerken, of ze gebruik maken van kennis van universiteiten, enzovoorts.

'Een subsidie moet een stimulerend effect hebben', aldus Emmens. 'Wij kijken eerst naar het totale effect en kijken dan vervolgens terug naar wat onze bijdrage is geweest. Want een effect van een programma is niet simpelweg de optelling van geschatte effecten van individuele projecten. Zeker niet als je uitgaat van de raming van de indiener en belanghebbende zelf.'

Stel een toeristisch bedrijf hoopt met een subsidie drie banen te creëren, maar die komen er  niet. Is het project dan mislukt?
Henk Emmens - SNN

Mislukt?

Dat bovendien niet altijd duidelijk is of een project een succes is of niet legt Emmens uit met een voorbeeld.

'Stel: een toeristisch bedrijf hoopt met een subsidie drie banen te creëren, maar die komen er uiteindelijk niet. Is het project dan mislukt, of heeft de steun ervoor gezorgd dat de bestaande banen zijn behouden omdat zonder subsidie de boel failliet was gegaan?'

Het SNN wil maar zeggen: Er is meer nodig om te bepalen of een project een succes is.

Per bedrijf

Volgens hoogleraar Van Dijk is daarom een goede onderbouwing van de provinciale banencijfers onmisbaar. Van Dijk verwijst naar de Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland (NOM), die in het jaarverslag per bedrijf specificeert wat de verwachte werkgelegenheidseffecten zijn van een subsidieregeling. 'Iets dergelijks zou de provincie toch ook kunnen doen.'

Omdat de provincie de documenten niet wil vrijgeven na herhaaldelijk verzoek kan RTV Noord niet controleren of deze cijfers juist zijn of niet.

Status: NIET ONDERBOUWD, NIET TE CHECKEN

4.500 indirecte banen

Dan de 4.500 indirecte banen bovenop de drieduizend directe banen. Economische groei zorgt ervoor dat elke baan indirect ook voor nieuw werk zorgt. Van Dijk legt uit hoe dat werkt.

'Als een hoger opgeleide uit bijvoorbeeld Amsterdam naar Groningen komt om te werken, dan spendeert hij ook zijn inkomen in de Groningse economie. Hij koopt bij de lokale middenstand, de kinderen gaan hier naar school en dat zorgt voor extra werkgelegenheid.'

Effecten

Dit effect is het grootst wanneer de nieuwe banen door hoger opgeleiden worden ingevuld die niet eerder in Groningen werkten. Maar veel banen in de provincie gaan naar mensen die al in de provincie wonen, bijvoorbeeld zij die in de uitkering zaten. Dan is dit consumptie-effect kleiner.

Dan is er ook het effect via de productie. Want een nieuwe baan zorgt ook voor nieuw werk bij afnemers en toeleveranciers. Hoeveel banen dat oplevert verschilt sterk per sector. En als de afnemers en toeleveranciers buiten de provincie gevestigd zijn, levert het geen banen op in Groningen. Een bedrijf dat subsidie krijgt moet een inschatting kunnen geven van wat voor zaken ze gaan doen met andere bedrijven in de regio, vindt Van Dijk.

Gezonde verhouding

De indirecte baaneffecten noemen economen het multiplier-effect. Van Dijk vindt het een gezonde verhouding wanneer één nieuwe baan indirect ook één extra baan oplevert.

Mennega zegt dat de provincie met Groningen@Work een multiplier van 1,5 hanteert. Dit betekent dat elke directe baan anderhalve indirecte banen extra zou opleveren. Dus bij drieduizend directe banen komen nog eens 4.500 indirecte banen: een totaal van 7.500 banen. Volgens Mennega heeft de provincie daarmee gekozen voor een 'bescheiden multiplier-effect'.

Tekort schieten

Van Dijk vindt dat de provincie met de berekening hier tekort schiet vanwege het gebrek aan onderbouwing. Want dat vindt hij voor een hogere multiplier dan één noodzakelijk.

Net als bij het directe baaneffect is ook hier volgens de hoogleraar een betere onderbouwing vereist. Maar ook die kan of wil de provincie niet presenteren. Daardoor zijn ook de cijfers niet te checken en is de claim niet te maken.

Status: NIET ONDERBOUWD, NIET TE CHECKEN

Meer over dit onderwerp:
economie GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws