Peter den Oudsten: 'Ook wij moeten ons heftig verzetten tegen het opkomend antisemitisme'

'Wij moeten ons heftig, maar dan ook echt heftig verzetten tegen het opkomend antisemitisme. Ook wij mogen het niet laten gebeuren dat mensen worden uitgesloten.' Dat zei burgemeester Peter den Oudsten van Groningen vrijdagavond in zijn toespraak bij dodenherdenking.
'Zoals wij hier nu bij elkaar staan, stil zijn, samen zijn en met elkaar terugdenken aan de Tweede Wereldoorlog, denken aan al het leed dat ook de wereld van vandaag kent. Onze wereld', zegt Den Oudsten.
'En wordt ons verdriet om hen, die voor onze vrijheid vielen, vermengd met dankbaarheid dat we sinds de Tweede Wereldoorlog, in een vrij land leven zonder oorlog.'
'Wij, de meesten van ons van na de Tweede Wereldoorlog, kijken naar het verzet van toen door de bril van onze eigen tijdgebonden opvatting. Dan rijst automatisch de vraag: wat zouden wij doen nu, in onze tijd? Maar eigenlijk weten wij dat antwoord heel goed', vervolgt Den Oudsten.
'Ook wij mogen niet wegkijken van het kwaad. Ook wij moeten ons verzetten, als onze vrijheid en onze vrede wordt bedreigd. Als wij zelf, onze buren, onze vrienden, onze medeburgers worden gediscrimineerd op grond van hun afkomst, kleur of geloof.'
'Ook wij moeten ons heftig, maar dan ook echt heftig verzetten tegen het opkomend antisemitisme. Ook wij mogen het niet laten gebeuren dat mensen worden uitgesloten. Het werken aan een samenleving waarin dat niet gebeurt, kan alleen met elkaar. Zoals wij hier staan in onderlinge verbondenheid.'
'Vanavond de vierde mei, realiseren we ons temeer dat we een gezamenlijke morele opdracht hebben te vervullen voor nu en voor in de toekomst. Die opdracht, die brengt ons heel dicht bij de strijd van onze verzetsmannen en -vrouwen van toen', besluit Den Oudsten.