Column: Oliemannetje

Het klinkt een beetje denigrerend, het woord 'oliemannetje', maar Hans Alders gebruikt het al jaren als geuzennaam. De man die moest zorgen dat de enorme ambtelijke machine rond de gaswinningsproblematiek in Groningen soepel bleef draaien.

Maar tegen zoveel wrijving tussen al die raderen is zelfs de beste olie niet opgewassen.

De naam heeft iets vrolijks, maar de realiteit van het oliemannetje is anders. Je ziet Alders voor je, als Charlie Chaplin in de fabriek in Modern Times, bezig als een razende aan alle knoppen van de machinerie te draaien. De NAM, het ministerie van EZ, gemeenten, provincie, bewoners, bouwers, schade-experts, geologen, journalisten, Kamerleden en alle stuurlui aan wal. De machine was de afgelopen drie jaar weerbarstig. Alleen na erg hard duwen, trekken, pompen en verzuipen kwam er soms een beetje resultaat uit. Zo kan Alders het programma om scholen te versterken op zijn conto schrijven, en ook het benoemen van arbiters die in actie komen bij onenigheid over de schade en het instellen van een opkoopregeling. Het doet denken aan enorme raffinaderijen die na een hoop geraas een piepklein emmertje jus d'orange afscheiden of kamergrote computers die alleen boter, kaas en eieren kunnen spelen. Wel heerlijke jus, en die computer wint ook altijd, maar je vraagt je toch af: had er niet meer in gezeten?

En zoals Chaplin zelf door de machines werd opgeslokt, zo werd ook Alders langzamerhand onderdeel van de machine. Hans Alders transformeerde in 'de NCG'. En een NCG bedient geen knoppen, een NCG is een radertje op zichzelf. Een radertje met een gestaag uitdijende staf van ten slotte 130 man in die eeuwige personele vlucht vooruit die zo kenmerkend is voor instanties. Bureaucratie trekt nu eenmaal bureaucratie aan, en wordt ten slotte een wereld op zich, met een eigen taal, waar buitenstaanders geen touw aan vast kunnen knopen. Alders wilde heel graag van gemeenten, provincie én rijk zijn, maar hij stond, mede door dat technische jargon, ver van de Groningers af. Veel te ver in elk geval voor een oliemannetje.

Alders vertrekt omdat hij zichzelf niet meer geloofwaardig vindt. Maar zijn aanstelling was al vanaf het begin een belofte die nooit werd ingelost. Dat is niet zijn schuld, want NCG-zijn betekent waden door stroop. De titel Nationaal Coördinator alleen al is daarbij een loodzwaar harnas. Niet de ideale outfit van een oliemannetje. Alders heeft keihard gewerkt, maar bijvoorbeeld de toezegging van twee jaar geleden dat er snel zesduizend huizen versterkt zouden worden, is loos gebleken. De druppel was dat hij zelfs de belofte niet gestand kon doen aan Groningers die al rekenden op versterking van hun woning. Wiebes doet (nog) niet wat Alders belooft. Hij had geen andere keus dan het bijltje erbij neergooien.

Toen hij donderdagavond in Appingedam voor de laatste keer een groep Groningers toesprak, kreeg hij, als dank voor zijn, werk een staande ovatie. Niemand heeft trouwens ooit een zittende ovatie gekregen. De bevolking die hem de afgelopen jaren heeft overladen met kritiek en wantrouwen, ontdekt ineens dat Alders al die tijd voor hen aan het werk was geweest. Het was misschien een sentimenteel gebaar en misschien kon dat ook pas nadat hij zijn harnas als Nationaal Coördinator Groningen uit had gedaan. Een oliemannetje kun je in je hart sluiten, een NCG niet.

Meer over dit onderwerp:
columns dossieraardschok
Deel dit artikel:

Recent nieuws