Column: waar blijven de Groningse topbasketballers?

Groningen is basketbalstad nummer één. Met ruime voorsprong op de concurrentie. Het ongekend succesvolle seizoen heeft een euforisch gevoel opgeroepen dat hoogstens vergelijkbaar is met het eerste kampioenschap van Donar in 1982.

We zouden zomaar kunnen gaan denken dat we weer iets voorstellen, internationaal. De zegereeks van Donar is te danken aan een goed afgestemde, vooral buitenlands geschoolde, spelersgroep. En daar zit de kern van een grote uitdaging. Waar blijven de Groningse toppers die we zelf opleiden tot internationale supersterren?

Zo op het oog zijn alle voorwaarden aanwezig. Nederlanders zijn lang, gezond, rijk genoeg om veel te kunnen sporten en geïnteresseerd in succes. En toch kunt u geen enkele Nederlandse speler noemen die (ooit) de absolute wereldtop heeft bereikt.

De speler die daar het dichtst bij in de buurt kwam, Rik Smits, schopte het tot zeer gewaardeerde NBA'er bij de Indiana Pacers. Maar in eigen land verscheen hij pas erg laat op de radar.

Alle toonaangevende basketballanden in Europa leiden hun eigen talenten op. Met een eigen filosofie, een duidelijke stijl en vooral scholen op hoog niveau. Spelers met talent worden al op jonge leeftijd gescout en klaargestoomd voor de EuroLeague (drie tredes hoger dan het Europese niveau waarop Donar dit jaar succesvol was) of de NBA. 

Daarmee hebben al die landen een traditie opgebouwd die wij niet hebben. Successen van Donar zijn een bron van inspiratie voor de jeugd. Gelukkig zijn er nu regionale talentencentra en is er op initiatief van NOC/NSF en het nationale team een plan voor betere jeugdbegeleiding gestart. Een familielid van mij is daar nauw bij betrokken, dus ik ben niet objectief. Van het welslagen van die ontwikkeling hangt alles af.

Wat als we er eindelijk in slagen om talenten al vanaf jonge leeftijd structureel vaardigheden bij te brengen en zo goed te trainen dat al die al aanwezige voorwaarden resulteren in echte supersterren uit Nederland? En we een volwaardige Eredivisie realiseren waarin meer ploegen op hoog Europees niveau spelen en serieus mee kunnen doen om de titel dan nu het geval is?

We zijn er nog niet. Niet alle topclubs zien hun (korte termijn) toekomst in het opleiden van eigen jeugd. Maar er is wel beweging. Nederland, en dus Groningen, heeft in de jaren tachtig de boot gemist door te blijven hangen in oude structuren, onderlinge naijver en gebrek aan de juiste ambitie.

Er zal over heel wat schaduwen heen gestapt moeten worden. Het kan. Er zijn hoopvolle tekenen. En zeg nou zelf, als u mag kiezen tussen een superseizoen van Donar met acht Groningse jongens in plaats van acht in het buitenland geschoolde spelers,dan zou u het toch ook wel weten? De talenten zijn er, de ideeën ook. Nu de clubbestuurders nog.

Mischa van den Berg

Mischa van den Berg is naast hoofdredacteur van RTV Noord liefhebber en oud-speler van Donar en broer van basketbalcoach Marco van den Berg.

Meer over dit onderwerp:
columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws