Column: Fransje, de crimineel van het verzorgingstehuis

De rolstoel van Frans Blauw is niet meer de allernieuwste. Hier en daar een buts en in de zwarte bekleding twee beginnende scheuren. Het deert de rijkunsten van Frans niet. Handig duwt hij zijn rolstoel tussen de dichtschuivende deuren van de lift.

Vier vrouwenogen kijken hem vanuit twee rolstoelen geirriteerd aan. 'Doar most es n moal mit ophollen Fransje', is het verwijt van Vraauw Boneschansker, een rondborstige dame met een gele fles op haar schoot. 'De graauwe gaait ons over de grieze'.

Frans is voor de medebewoners van het verzorgingstehuis, die voornamelijk uit vrouwen bestaat, Fransje. Vraauw Bessembinder, die ook op de eerste verdieping woont, kent Fransje nog van vroeger. Fransje was het boefje van de straat. Eerst was het kattenkwaad als aardappels in een uitlaat proppen of de stoepjes voor de deuren vol groene zeep smeren. Maar daar bleef het niet bij.

Waar zijn buurjongetjes braaf naar school gingen en bij de scheepswerf aan de slag gingen, koos Fransje een ander pad. Het dievenpad. En het moet gezegd. Fransje was er goed in. Deuren openen was zijn specialiteit. Het begon met autodeuren. Hij schoof met gevoel een flinterdun metalen stripje langs het portierraam naar beneden en wipte het slot 'lopies' los. En deed de autodeur op dezelfde manier weer dicht.

Zo haalde hij zonder dat de bezitters het snapten tientallen auto's leeg. Fransje zijn werkgebied was de Stad. Op fiets met lege fietstassen ging hij heen en op fiets met overvolle fietstassen reed hij terug. Na de autodeuren kwamen de huisdeuren. Misschien had Fransje het daarbij moeten laten. Een supermarktdeur werd hem fataal.

De eigenaar van de supermarkt was een vooruitstrevende man en dol op nieuwe snufjes. Zo installeerde hij als eerste ondernemer in de provincie Groningen een bewakingscamera, Hoewel het beeld flink korrelig was, herkende een van de kassameisjes Fransje meteen. Zij woonde in hetzelfde dorp en had nog bij hem op school gezeten. 

Het gevolg was dat Fransje zijn verdere leven meer in de bak zat dan in zijn eigen huis. Misschien had hij het daarbij moeten laten, maar Fransje ging in de drugs. In de drugsplantjes. Eerst kweken en heel veel verkopen en later ook heel veel zelf oproken.

De stap naar de hardere pretmiddelen was niet ver. Op een dag kwam de man met de hamer en werd hij per ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis om daarna maanden te worden opgeborgen in een afkickkliniek. 

En nu zit uitgeleefde Fransje op een revalidatieafdeling van een verzorgingstehuis in zijn oude dorp. Zijn ingevallen gezicht en zijn half rot gebit verraden zijn beruchte verleden. Dat beruchte verleden heeft zich al om gepraat. Het gevolg is dat het hele verzorgingstehuis Fransje probeert te mijden. 

Op de eerste verdieping sjeest Fransje zijn rolstoel achteruit de lift uit gevolgd door twee hoofdschuddende vrouwen. De vrouwen die een elektrische rolstoel hebben, zoeven geruisloos naar de gezamenlijke ruimte. Ze parkeren hun rolstoel aan een grote ronde tafel. 

Op het grote tv-scherm aan de wand is het beeld van Koningin Maxima te zien. Haar zus is overleden. 'Ik wos aal nait dat ze n zuster haar', zegt Vraauw Boneschansker en zet de gele fles met een zwarte kip op tafel. Even later parkeren nog vier vrouwen hun rolstoel aan de tafel. Vraauw Buiskool zet onder instemmend geroezemoes nog een gele fles met zwarte kip op tafel. 

'Doe zolst toch de gloaskes mitnemen Jantje?' zegt Vraauw Buiskool tegen Vraauw Bessembinders. 'Die kijkt verbaasd en schudt haar hoofd. 'Nee hor. Dat zol Hinderkje doun' en ze knikt richting Vraauw Hoendervanger. Die kijkt op haar beurt verbaasd en schudt haar hoofd waarna de tafel ontaardt in mopperend geroezemoes . 

Op dat moment komt net de dochter van Vraauw Buiskool aangelopen. Zij haalt wel even de glaasjes. 'Neem ook vot eem n buske slagroom mit en vergeet de lepeltjes nait', roept Vraauw Boneschansker haar achterna.

Tien minuten later zitten zes dames hun glaasjes stilzwijgend en vergenoegd leeg te lepelen. De dochter van Vraauw Buiskool neemt met een zwaai en een 'moi hor moe' afscheid. 

Als de tweede fles wordt aangebroken, komt Fransje aangesjeesd. 'Joe maggen aal gain twij flezzen hebben', zegt ie als zijn rolstoel naast de veel grotere rolstoel van Vraauw Boneschansker met een ruk tot stilstand komt. 'Most n flezze op kop hebben?!' zegt de rondborstige vrouw en zwaait de lege fles vervaarlijk boven haar hoofd. Fransje maakt dat ie wegkomt. 

Als de vrouwen even later twee gele flessen soldaat hebben gemaakt zit de stemming er goed in. Fransje wordt giechelend op de hak genomen. 'Zien bek is net n beerput… Dij wilst ook nait opentrekken.' De vrouwen lachen met rode koontjes. 

'Woar is mien telefoon?' maakt Vraauw Boneschansker ruw een einde aan het gelach. 'Hai lag hier net nog'. Zes vrouwenogen gaan onder tafel, zes andere kijken elkaar aan. Vraauw Boneschansker kijkt nog of ie niet per ongeluk tussen haar been en het rolstoelkussen is gegleden. Maar nee, geen telefoon. 
 
''Fransje!!! Dij gaalsterd', roept Vraauw Boneschansker grimmig. 
 
Die avond is het hele verzorgingstehuis in rep en roer. Fransje de crimineel heeft de telefoon van Vraauw Boneschansker gestolen. De directeur moet er aan te pas komen om de gemoederen te sussen als de kamerdeur van Fransje wordt belegerd door woedende vrouwen in een rolstoel. Die nacht doen zeker zes vrouwen, een man en drie verzorgsters geen oog dicht. 

De volgende morgen vlak voor het ontbijt. Vraauw Buiskool krijgt telefoon van haar dochter. Of een van de dames misschien ook een telefoon mist? 'Hou waistoe dat?' vraagt moeder Buiskool vol verbazing. 

'Ik denk dat ik gusteroavend per ongeluk n telefoon mitnomen heb van joen toavel dou joe zatten te klokjen. Dij telefoon leek noamelk perzies op dij van mie…' 

Erik Hulsegge

Meer over dit onderwerp:
columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws