Column: Lul-niet-Lollie

Naast het pepermuntje dat je kunt aanbieden aan een gesprekspartner met een slechte adem, of het stuk zeep als verjaarsgeschenk aan een onwelriekende kennis, is er nu ook de Lul-niet-Lollie, als non-verbaal signaal uit te delen aan praatzieke concertgangers.

De Lul-niet-Lollie is bedacht door een Haagse poptempel en overgenomen door de Groningse Oosterpoort. Hij schijnt in een behoefte te voorzien tijdens nette uitingen van popmuziek, waar volume niet de voornaamste outputfactor is. En aangezien in de gewijde sfeer van klassieke muziek alleen af en toe wordt gehoest, en dan nog tijdens de stiltes, zijn de lollies vooral bestemd voor het segment tussen ACDC en Bach. Zowel concertgangers als de artiesten vinden het geroezemoes uit de zaal dan hinderlijk. Dat klinkt, zeker in de popwereld, een beetje kleinzerig, maar toegegeven, je gaat naar een concert om een artiest te horen, en niet het gewauwel waar je de hele dag al naar moet luisteren. Het is geen toeval dat de lollie in Den Haag is ontwikkeld.

En het is zo beschááfd. Niet dat botte 'Hé lul, hou es even je kop' of 'Politesse!', niet dat zeikerige 'Could you please be a little more quiet, I can hardly hear myself' van de artiest en ook niet zo'n eng technocratisch bordje, met 'Stilte in de zaal.' Je lullende buurman een lollie geven, in plaats van een corrigerende tik. Héél subtiel. Alsof je een Gandhi bent die zijn andere wang toekeert. Passief agressief. Beleefd maar onverzettelijk. Dat is nog eens wat anders dan je handen tegen je oren drukken en heel hard 'Lalalalala' gaan roepen.

We kunnen in het moderne leven wel meer van dat soort zindelijke signalen gebruiken, deze emoticons van het sociale verkeer. Niet meer toeteren en met de lichten seinen tegenover onheuse weggebruikers, maar zwaaien met een vrolijke gele kaart. Niet meer roepen bij de bakker: 'U dringt voor!' maar de dader een zoute rij geven. Als uw huisgenoot winden laat zonder dat iemand er een nodig heeft, niet meer ostentatief met ramen en deuren staan wapperen, maar een grappige lege ballon uitdelen. 'Hier, dan kunnen we nog wat met dat gas.' We gaan elkaar voortaan onderhuids, met een glimlach, met subtiele signalen, heel beleefd de waarheid zeggen. Nou ja, tot de aldus opgekropte emoties er met geweld toch een keer uit komen.

De Lul-niet-Lollie is zelf ook veel breder toepasbaar dan uitsluitend in concertzalen. Zowel in letterlijke als in overdrachtelijke zin wordt er in het moderne tijdsgewricht veel te veel geluld. De weldadige stilte waar voor Adam en Eva nog zo'n overvloed van was, is inmiddels helemaal dichtgeplamuurd met geluid, met informatie, met tweets en met Facebook-posts. Het mag over de gehele linie wel wat stiller. We moeten voortaan aldoor Lul-niet-Lollies bij ons hebben, zowel digitale waarmee we de miljoenen online roeptoeters beleefd tot stilte kunnen manen, als fysieke die we kunnen uitdelen als er om ons heen teveel gekletst wordt. De Lul-niet-Lollie wordt de fopspeen voor volwassenen, opdat ze er zoet, pardon, suikervrij natuurlijk, op gaan sabbelen.

Zelf hoeft u gelukkig nooit een Lul-niet-Lollie, want het zijn gek genoeg altijd de anderen die teveel lullen.

Willem van Reijendam

Meer over dit onderwerp:
columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws