Column: Plaspauze

Plaspauzes zijn niet altijd wat ze lijken. Niet alleen gebeurt er achter de wc-deur van alles wat we niet willen weten, ook heeft zo'n pauze vaak een andere functie dan een louter lichamelijke. Even de druk van een moeilijk gesprek halen. Jezelf herkrijgen. Een korte time-out.

Een plaspauze is, behalve een smeermiddel in het sociale verkeer, ook een luchtbel. Maar het recht om je van tijd tot tijd even af te zonderen, onder het mom van een plaspauze, staat nergens duidelijk omschreven. Het is een ongeschreven regel ('when you gotta go, you gotta go') en dat wreekt zich nu. Want busreizend Nederland wordt deze week lamgelegd met als inzet een cao met daarin het recht van chauffeurs om elke 2,5 uur vijf minuten te plassen. Betaald, wel te verstaan. De bonden willen dat er in de baas zijn tijd wordt geplast. En dat kan nog aardig oplopen: volgens de vervoerders komt dat neer op een loonsverhoging van minstens 4 (!) procent per jaar. Met die wetenschap ga je toch anders tegen plassen aankijken.

Maar het gaat natuurlijk niet alleen om het geld, maar ook om de praktische uitvoering. De dienstroosters zijn zo dichtgetimmerd dat de buschauffeurs geen tijd hebben om bij de eindhalte even lekker te wateren, hun neus te poederen en wat dies meer zij. Ze moeten meteen weer terug, want de reiziger rekent op hun stiptheid. Hij kan niet een dag te laat aankomen in New York met het kontverhaal: 'Ik heb mijn vliegtuig gemist omdat mijn buschauffeur moest plassen.'

Anderzijds is het onmenselijk om een buschauffeur met aandrang urenlang te laten doorrijden. En dan hebben we het wel heel omfloerst over 'plaspauze', maar wat als zich iets aandient in het bruine segment? Als tien haltes voor het eindpunt de eerste inleidende beschietingen, in de vorm van waarschuwende ruftjes, al gaande zijn? Als je je met je gelede bus door druk stadsverkeer moet wurmen, terwijl je drol al begint in te dalen? Als hij, bij het wachten voor dat eindeloze stoplicht, kopjes gaat geven? Dan kun je toch nooit meer verantwoord chaufferen, laat staan de reizigers waarschuwen dat ze moeten uitchecken?

Kortom, er is wel eens voor minder gestaakt. Alleen is het lastig om er als reiziger sympathie voor op te brengen. Die wil best geloven dat het de schuld is van de roostermakers, van de werkgevers dus, en ultimo van de overheden die het openbaar vervoer zo scherp aanbesteden. Maar intussen kan hij niet naar zijn vader in het ziekenhuis omdat de vakbondsbestuurders in een onredelijke loopgravenoorlog zijn beland met de werkgevers. Het lijkt allang niet meer 'strictly business' te zijn, maar ook 'personal'. De standpunten zijn van beide kanten net zo rigide als de dienstregeling.

Die standpunten, het rooster, de dienstregeling, de verwachtingen van de reiziger… ze lijken allemaal te strak afgesteld, als radertjes in een machine die te diep in elkaar grijpen. De prijs van bedrijfszekerheid is een gebrek aan souplesse. Die zouden we allemaal een beetje moeten opbrengen, dan komt de machine weer op gang. Zo kunnen we als reizigers best een plaspauze van de chauffeur incalculeren. Maar dan moet die op zijn beurt ook even wachten, als wij met al onze bagage aan komen hollen als hij net wil wegrijden. Een plaspauze hoort niet in een cao, 'when you gotta go, you gotta go'.

Willem van Reijendam

Meer over dit onderwerp:
columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws