Column: Herindeling

Eindelijk zijn we verlost van die stomme metafoor van 'kleine nederzetting die moedig weerstand blijft bieden tegen de machtige overheerser'. De gemeente Haren die, als het Gallische dorpje van Asterix, haar hakken in het zand zette tegen de fusie met Groningen, bestaat straks niet meer.

De Eerste Kamer heeft dinsdag als allerlaatste orgaan de fusie van Groningen, Haren en Ten Boer goedgekeurd, zoals eerder Provinciale Staten en de Tweede Kamer dat al hadden gedaan. Het is het sluitstuk van vijf jaar lang hartstochtelijk verzet vanuit Haren tegen deze 'herindeling', die het karakter van het dorp zou aantasten. Het hele circus van rechtszaken, haalbaarheidsonderzoeken, tegenonderzoeken, trouwplannen met Tynaarlo, raadsvragen, statenvragen, Kamervragen, opstappende wethouders en bestuurlijke ruzies is nu afgelopen. De circustent kan na deze marathonvoorstelling eindelijk worden opgedoekt. Je zou het een democratische rite de passage kunnen noemen, die alleen wat langer duurt dan bijvoorbeeld een besnijdenis, een huwelijksnacht of de inwijding bij een motorclub. Dan hoef je tenslotte alleen maar een plastic schedel vol pis leeg te drinken, in plaats van een diepe staatsrechtelijke beker vol procedures.

Omdat een underdog a priori sympathie krijgt, was het logisch dat de voorvechters van zelfstandigheid jarenlang de warme wind van het meevoelende publiek in de rug voelden. Temeer omdat ze spraken namens een meerderheid van de Harenaars. Dat lijkt comfortabel, maar dat is het niet. Tot rede komen, het hopeloze van de zaak inzien en de strijd opgeven was niet eens meer een optie. Harenaars als Mariska Sloot en Gustaaf Biezeveld hadden dat vaandel nu eenmaal vast en niemand nam het meer van ze over. We moeten ze nageven dat ze die vlag helemaal tot de finish gedragen hebben. Als ze in Haren blijven wonen, zullen ze tot hun dood respectvol toegeknikt worden op straat door dorpsgenoten die hun inzet heus niet zijn vergeten.

Een schrale troost is dat ze tot in lengte van jaren kunnen zeggen: wij hebben toch gelijk gehad. 'Als Haren niet was opgegaan in Groningen, zouden we nu maar 3,25% OZB-verhoging hebben gehad in plaats van 3,5%.' Of: 'Een zelfstandig Haren zou NOOIT terrasjes hebben toegestaan na tien uur 's avonds.' Of: 'Nu de gemeente Haren niet meer bestaat, is het afgelopen met het jaarlijkse schoolontbijtje op de derde woensdag van mei.' En dan hebben we het nog niet eens over het verdwijnen van het gemeentelijke logo op de koffiekopjes, het goedkope parkeren en Sinterklaas, die nu natuurlijk alleen in Groningen zijn entree maakt. Wel gelijk gehad, maar het dus niet gekregen. Daar kun je generaties lang over blijven mokken. Die penalty die Duitsland tegen Nederland kreeg in 1974 was trouwens ook niet terecht.

Maar zolang de groene zone tussen Groningen en Haren niet wordt volgebouwd door begerige projectontwikkelaars (een plausibel doemscenario), blijft het dorp Haren gewoon bestaan, net als Hoogkerk of Ten Boer, en dus ook de dorpscultuur. Je hoeft geen Asterix te heten, en er gelijk op te meppen, om je als dorpeling afwerend op te stellen tegenover de beschaving die de Stadjers meebrengen. Gezond wantrouwen laten blijken is al voldoende. Niet groeten, wegkijken, de verkeerde kant op wijzen, ('do ist der Bahnhof') en vooral láng in de rij van bakker en visboer laten wachten. Zo blijft Haren toch een beetje voor de Harenaars. Misschien wel meer dan ooit.

Willem van Reijendam

Meer over dit onderwerp:
columns
Deel dit artikel:

Recent nieuws