Column: Zwemvriend Wim

De klimop woekert op het graf van m'n ouders. Vorst, droogte, dat spul overleeft alles.

Zoals zoveel bejaarden begon m'n vader de dag graag met een bezoek aan het zwembad. 's Winters binnen, 's zomers buiten. Met een ferme duik erin en dan 20 baantjes, schoolslag en rugslag. 'Waar denk je dan aan ondertussen?' vroeg ik hem. 'Aan niets.'

Eens spraken twee vrouwen hem aan in het water: 'Meneer, uw zwembroek kan echt niet meer hoor, hij schijnt door.' Ik vond het gênant, maar zelf zag hij de humor ervan in. En zo aardig van die dames dat ze hem gewaarschuwd hadden dat hij voor gek liep.

De doorschijnende zwembroek ging de vuilnisbak in en voor een nieuwe hoefde hij de deur niet uit. Er lag nog een stapeltje, door m'n moeder ooit aangeschaft in de uitverkoop. Niet helemaal de laatste mode, maar ach. Na haar overlijden heeft m'n vader nooit meer nieuwe kleding hoeven kopen. Overhemden, sokken, complete kostuums, alles was op voorraad. 'Zo lief dat ze dat gedaan heeft', zei hij vaak.

Zoals overal maakte m'n vader ook in het zwembad vrienden, met wie hij voor en na het baantjes trekken een praatje maakte. Een van hen was Wim. Toen m'n vader al heel erg ziek was en niet meer kon zwemmen bezocht Wim hem thuis, om afscheid te nemen. Een aardige, beetje eigenaardige man.

Bij de uitvaart kwam Wim aanzetten met een plantenbak, in de vorm van een schip. Dat was symbolisch, legde hij mij uit bij het condoleren. De uitleg duurde zo lang dat er een file ontstond. 'Zwemvriend Wim, wilt u afronden!' riep mijn zus van vooraan in de rij.

Ik nam het schip, gevuld met klimop en parapluplant, mee naar Groningen en zette het op m'n terras. Na de eerste nachtvorst lag het in stukken op de grond. Ik redde de klimop en plantte 'm het jaar daarop tussen viooltjes, afrikaantjes en andere zomerbloeiers op het graf.

De papyrus was niet te redden dacht ik, maar hij bleek geen hulp nodig te hebben. In onze nogal natte tuin duikt 'ie iedere zomer massaal op. Tussen de tegels, in de moestuin, het gazon, de bloemperken, overal piepen vrolijke parapluutjes boven de grond die al snel uitgroeien tot flinke paraplu's.

Ik verzamel ze in een grote bloempot en denk aan m'n vader, die net zoveel van water hield als de papyrusplant. Hij zou mijn getuinier met plezier aanschouwd hebben.

Cunera van Selm

Vanaf volgende week is Erik Hulsegge terug met zijn wekelijkse column.

Meer over dit onderwerp:
columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws