Column: Week

© RTV Noord
Een gordijn van regen jaagt over het donkere dak van de achterburen. De toppen van de populieren erachter wuiven 'gramnieterg' het afscheid van de zomer. Het begin van de herfst raakt zoals elk jaar mijn gemoed.
Ik denk dat het daardoor komt dat ik nadenk over mijn leven. Het gedachtensprongetje naar Lientje is een kleintje. Het is zeven jaar geleden dat de vonk oversprong in het startvak van de RUN van Winschoten.
Lientjes komst veroorzaakte een vuur van verandering op Numero Dertien. Verandering in het huis, verandering in het werk. Maar - zo bedenk ik me nu - ik ben zelf ook flink veranderd. 
Ik was een man van het cafe. Bier drinken, een beetje dom 'kwakken', een verhitte politieke discussie of een goed gesprek met een vriend van vroeger; het was mijn lust en mijn leven. Van die man is niks meer over. Soms een theaterbezoekje, soms een hapje eten in een leuk etablissement. Er gaan weken voorbij dat ik geen glas bier meer vat in mijn kleine handen.
Roken doe ik ook niet meer. Lientje is er fel tegen en in mijn eentje in de regen buiten staan om te kunnen genieten van een sigaret is ook geen doen. Roken doe ik dus niet meer, maar zeggen dat ik gestopt ben doe ik ook niet. Er zijn van die momenten dat een rokertje het lekkerste van de hele wereld is. Die spaarzame genotsbelevenis zou ik niet willen missen omdat mijn geweten me in de weg zit. 
Ik doe nu aan wielrennen. Althans ik fiets op een racefiets in een strak zwart pakje met een immense helm op mijn hoofd. Meestal alleen omdat de drukke agenda's van mijn vrienden en die van mij veel te ver uiteen lopen. Lientje vindt het mooi dat ik fiets. Haar blik wordt altijd even broeierig als ik nat van het zweet in mijn strak pakje de woonkamer inkom.  
Nooit eerder heb ik mezelf als toentjeman beschouwd. Nu maai ik wekelijks het enige tijd geleden aangelegde gazon. Ik maai het met strepen als in een voetbalveld. Ik bestrijd met hand en tand de heermoes en de paardenbloemen. Mijn gras is strak groen. 'Dien gras staait der weer schier bie', knikt Lientje bewonderend als we in onze bruine burgerauto stappen. 
Mijn huis was nooit een echte bende. Maar de afwas van een paar dagen kon er best staan en de vuilnisbak vergat ik regelmatig. 's Avonds voor het naar bed gaan, ruim ik nu het huis nog even op, vlij de vaat in de afwasmachine, draai als het kan nog een wasje en op de dinsdag rij ik als allerlaatst de vuilnisbak voor. 
Waar ik me vroeger geen moment zorgen maakte, is dat nu wel anders. Als Lientje onderweg is en later is dan aangekondigd, kijk ik wel drie keer op mijn telefoon of er ook een berichtje van haar is. En als het me te lang duurt, bel ik net zo lang tot ik haar aan de draad krijg. 
Ook doe ik allemaal nieuwe dingen, schrijf ik columns, heb ik twee boeken uitgebracht, geef ik lezingen en ben ik - wie had dat ooit gedacht - zo maar radiopresentator. Of maak ik verre reizen. 
Het is nog niet zo lang geleden dat ik niet eens een vliegtuig in durfde omdat ik het in mijn broek deed van angst. En nu rijd ik op een fietsje door de immens drukke straten van Bangkok en volgend jaar in een camper door Nieuw-Zeeland. 
Ik kan ook maar zo ontroerd raken. Toen Lientje de marathon van Rotterdam had gelopen en ik haar in de menigte vond, dodelijk vermoeid met rood hoofd maar blije ogen, schoten de tranen in mijn ogen.  
Of als we op zondagmiddag naar Termunten rijden voor een lekkerbekje en een bakje kibbeling en zij op de terugweg tevreden naast me ligt te slapen, wordt mijn hart week.
Dat gebeurt nu ook als ik eraan denk en dit schrijf. 
's Avonds in bed vertel ik Lientje dat ik best wel veranderd ben. Ik wil haar zeggen dat het door haar komt. 
'Waist wat t is laiverd...',  begin ik. Voordat ik verder kan gaan, word ik onderbroken. 'Joa Hinderk. Dat wait ik wel…' Lientje kijkt me aan met haar mooie blauwe ogen. 
'Dat is leeftied..' 

Erik Hulsegge