Column: Le Noorman

Ik heb een bucketlist. Op het wensenlijstje van mijn leven staat bijvoorbeeld: een roman schrijven. En er stond voorlezen in een kerk op. Puur toeval. Maar twee weken geleden werd die laatste wens ingelost. Ook nog eens op een zondagmorgen.

Dat gebeurde in een uitzending van de Noordmannen op Noord. Vanuit een bankje in de kerk van Niehove mocht ik in de uitzending verhalen over mijn hachelijke vakantie-avonturen. Die sensatie streepte ik diezelfde dag opgetogen van mijn bucketlist. 

Gisteren kreeg de lijst weer een streep: Toeschouwer van de Ryder Cup. Ik ben een golffanaat. Mijn lijf is te krakkemikkig om zelf te spelen maar kijken kan ik er uren naar. Ik word er heel rustig van. 

In de Ryder Cup strijden de beste golfers van Amerika tegen de beste van Europa. Tiger Woods, Rory McIlroy, Dustin Johnson of Sergio Garcia om een paar namen te noemen.

Het is de grootste golfwedstrijd op aarde. En daar wilde ik ooit een keer bij zijn. Harm Lubbert en Willy ook. Dus togen drie Groningers naar Parijs waar de 42-ste editie van de Ryder Cup nu wordt gespeeld.

En logeren wij in Bures-sur-Yvette onder de rook van Parijs. Een dorpje met een kerk, een postkantoor, een supermarkt, een stationnetje, een restaurant en hele aardige mensen, die je best de weg willen wijzen naar dat enige restaurant. 

Een magere jongen met staartje en een meisje met een vriendelijk glimlach verwijzen ons naar het centrum. 'You follow the sign Centre Ville', zegt de jongen met Allo-Allo-accent.

Een oude vrouw met grote boodschappentas, een jongere vrouw die zich er graag mee bemoeit, een vrouw met best veel blauwe oogschaduw, een vriendelijke man met bril, een jong stelletje met twee afbakpizza's, een vrouw in judopak in een auto en een vader met een slungelige puberzoon. Ze proberen ons allemaal verder te helpen. In het Frans.

Drie Groninger mannen hopeloos verdwaald in de taal. En verdwaald in het dorp. Wij weten bij god niet meer waar we zijn. Ik moet denken aan mijn Franse leraar Mijnheer Metref. Mijnheer Metref was een klein mannetje, vriendelijke bruine ogen, altijd in pak en op zijn hoofd een te zwarte toupet. De meest lieve man die ik ooit heb ontmoet.

Ik zie hem nog fietsen op zijn oude damesfiets met schooltas op de pakjedrager. Mijnheer Metref werd nooit kwaad. Tot die ene keer toen ik voor de honderdste keer omgedraaid in mijn schoolbank de keiharde kopballen van Peter Houtman voordeed aan Hieronymus en er a la Theo Koomen luidkeels commentaar bij gaf.

'Boem!!!' Plotseling een enorme knal. Ik schoot van schrik als Peter Houtman echt de lucht in. Mijnheer Metref had met zijn platte hand op mijn tafel geslagen. Ik draaide me geschrokken om. De ogen van Mijnheer Metref schoten vuur. 

Ik vreesde even dat hij me zou aanvallen. 'Eric! Tu es un paresseux et un grand bavard!!!'  Ik was een aartslui varken en een grote kletskous. Nogmaals sloeg hij op de tafel en dirigeerde me woest de klas uit. 

Ik wilde dat ik beter opgelet had bij mijnheer Metref. Met blaar en een verdraaide knie komen we tenslotte weer op de plaats in het dorp waar we het allereerst de weg hebben gevraagd. Een man met pijp, die er uitziet als een leraar Engels, vertelt dat het restaurant om de hoek zit. 'Only fifty metres' zegt hij met een blik van: 'Stelletje sukkels!' 

De volgende morgen zitten drie mannen met spierpijn en elk een treinkaartje in de trein richting golfbaan. We hebben ons goed en wel genesteld als drie streng kijkende Franse mannen in uniform ons naderen in het gangpad. 'Controle', zegt Harm Lubbert droog. 

Wij pakken tegelijkertijd onze kaartjes uit de portemonnee die we bij de vriendelijke mijnheer van het stationnetje hadden gekocht. De oudste en strengste man pakt het kaartje van Harm Lubbert en haalt het door een apparaatje. Hij begint eerst binnensmonds te schelden en dan tegen zijn collega's te praten. In zijn stem zit niet veel goeds. 

Ineens staan er drie streng kijkende  mannen voor onze neus. Ook mijn kaartje en die van Willy worden door het apparaatje gehaald. Drie woeste Franse blikken. De oudste pakt een opschrijfboekje als een agent die een bekeuring uitschrijft. Drie sullig verbaasd kijkende Groningers weten niet wat hen overkomt.

Dan verschijnt een mooie Franse brunette op het treintoneel. De mannen in uniform negerend, vraagt ze waar we vandaan komen. Dat verstaan we nog wel. 'Pays-Bas' klinkt het nederig in koor. 'Dat treft',  zegt ze. 'Want ik spreek heel goed Nederlands'. Ze krijgt een heerlijke glimlach op haar mond. Drie Groningers kijken nog verbaasder.

De vloeiend Nederlands sprekende mooie vrouw blijkt de controleur van de controleurs te zijn. Ze legt uit dat we het kaartje vergeten zijn af te stempelen, Tja weten wij veel. Ze drukt ons een kaartje in de hand met een eigen geschreven stempel erop. 'Hier kom je overal mee door en volgende keer stempelen', zegt  ze en geeft ons een charmant knipoogje. 

Bij het volgende station komt een klein oud vrouwtje bij ons zitten op de nog enige vrije plek. Haar rimpelige handen omklemmen de hengsels van een zwarte tas. Ze kijkt me aanmet een twinkeling in de ogen. Ik knik vriendelijk. 'Le Noorman', zegt ze zacht en knikt naar mij. Ik weet niet wat ze bedoelt. Ze ziet dat ik het niet begrijp. 

'Le Noorman', zegt ze nog een keer. En heft haar handen om bij haar hoofd een gebaar van een grote helm met hoorns te maken. 'Tu es un Noorman', is ze heel stellig. Ze strijkt met haar vingers rond haar kin en ze wijst naar mijn baard.  

'Eric, le Noorman…..' 

Erik de Noor(d)man. Deze grand bavard weet even niets meer te zeggen. 

A bientot, 

Erik Hulsegge

Meer over dit onderwerp:
columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws