Instellingen

Door de mand: Kees Vlietstra over ALO-pikken en sporteikels

© RTV Noord

Het Dagblad van het Noorden kwam van de week met iets nieuws: een Sport Noord Podcast. In deze podcast, een stukje audio, nemen twee volwassen mannen informeel de noordelijke sportwereld onder de loep.

Daarbij nemen ze, zoals ze zelf in de aankondiging zeggen, geen blad voor de mond nemen. Mooi initiatief. Ja, ze vissen in mijn vijver, maar goed, een beetje concurrentie is natuurlijk nooit weg. Worden we met zijn allen alleen maar scherper en hopelijk beter van. De eerste DVHN-sportpodcast werd op Twitter aangekondigd met de titel:

'Wie is een grotere lul? Padt of Veldwijk?'

Uitdagende titel. Sex sells. Ik tikte het bewuste item daardoor toch even aan. Na vijf minuten geluisterd te hebben, sidekick William Plomp was in vorm, kreeg ik telefoon en heb het daarna niet meer afgeluisterd. Zonder op het antwoord in te gaan (grootste lul? Veldwijk, met afstand) is de vraag behoorlijk aanstootgevend. Er kwam op dat zelfde Twitter dan ook een storm van kritiek, waarop het Dagblad ging heroverwegen en direct daarop besloot (kan dus best, meneer Rutte) om de titel te wijzigen in het brave: Wie maakt het bonter, Padt of Veldwijk? (nog steeds Veldwijk).

Hoe dan ook geeft deze wijziging maar weer eens aan hoe krachtig, grof en gevoelig taal kan zijn. Ander voorbeeld. Jannik Pohl, de nieuwe spits van FC Groningen heeft blijk gegeven dat zijn voetbaltalenknobbel niet bijzonder hoog ontwikkeld is. Naar eigen zeggen begrijpt hij de aanwijzingen van zijn trainer niet. Dat zegt hij tenminste in een interview met de Deense krant Nordjyske.

Toen Pohl in augustus zijn Deense club Aalborg BK verruilde voor FC Groningen, verwachtte hij dat de voertaal bij zijn nieuwe werkgever Engels zou zijn. Maar, zo vertelt hij in Nordjyske, het Engels van coach Danny Buijs is niet al te best. Het gevolg: Pohl verstaat amper wat er wordt gezegd op de training. En, erger nog, tijdens de wedstrijden begrijpt hij de aanwijzingen niet die de coach hem toeroept vanaf de zijlijn.

Wat een alibi gejank van die Pohl. Hoe moeilijk kan het zijn? Danny Buijs schreeuwt hem toch niet in het Engels de stelling van Pythagoras toe? In het Gronings, Deens en het steenkools Muntendam Engels van Buijs is scoren gewoon scoren. Nogmaals, wat een alibi gelul van onze Deense topscorer.

Genoeg geluld. We gaan over naar de pik. De welbekende ALO-pik. Zaterdag vierde de ALO (Sportstudies heet het tegenwoordig) het 100-jarig bestaan. Meer dan 1100 oud ALO-ers kwamen bijeen in het Willem Alexander Sportcentrum. Het was fantastisch om oud klasgenoten en (sommige) docenten van toen weer eens te spreken of te ontlopen. Wat een prachtige mensen. Schitterende verhalen over die goeie ouwe tijd. Heel veel mensen vertelden me dat ze direct wel weer die studententijd wilden overdoen.

Op de fiets terug naar huis heb ik daar lang over nagedacht. Moest ook ineens aan Dick Heuvelman denken. Die Heuvelman had het namelijk als sportjournalist bij het Nieuwsblad van het Noorden niet zo op voetbaltrainers met een ALO-achtergrond. Hij schreef daar toen regelmatig over. Sommige columns uit die tijd heb ik bewaard. Kwam ze van de week bij het uitpakken van de verhuisdozen toevallig tegen. Zomaar even een stukje Heuvelman:

(...)'Dat is een echte ALO-pik, een beetje eigenwijs hè? Nou ja, een beetje.... Je hebt toch wel eens gehoord van de ziekte van ALO? Nee? Nou, die krijg je als je op de Academie voor Lichamelijke Opvoeding studeert. Die gymleraren denken dat ze de wijsheid in pacht hebben. De meest fantastische theorieën dokteren ze uit. Zulke lui, die staan bol van pedanterie. (...)Ach die Hans Westerhof is zo'n typische teambuilding-trainer. Kan voetballers inspireren het Pieterpad (Pieterburen-Maastricht) te gaan lopen, of een survival te doen in de Ardennen, maar voor het neerzetten van een elftal heb je meer nodig dan ALO.'(....)

(Apart op maandag: 7 november 1994 NvhN)

De ALO-pik van Dick. Heerlijk woord, ALO-pik. Vanaf mijn allereerste gymles in de eerste klas van de basisschool wist ik het zeker: wat er ook gebeurt, dit jongetje wordt een ALO-pikkie. Na zeven jaar VWO volgden dan ook zes lange jaren op de ALO. Ik was toen ook al gek op onderwijs en kan nog steeds moeilijk afscheid nemen.

Prachtige tijd gehad. Na vijf en een half jaar was ik het prototype spookstudent. Stond op alle klassenlijsten maar verscheen vooral in de Wijerthal, nachtcafé Lava, De Negende Cirkel, de Singelier, Land van Belofte en in de sociëteit van Mesacosa. Ik had nog maar een paar studiepunten nodig. Naast de gebruikelijke 42 punten per studiejaar moest je ook 8 punten halen in de zogenaamde vrije ruimte. Dat was sprokkelen. Naast korfbaltrainer (van Ben Crum) en basketbaltrainer A (van Hans Nieboer) ook een studiepunt gehaald voor een cursus 'Word Perfect 5.1'. Heb ik nog steeds profijt van, elke zondag bij het fabriceren van deze column.

Het laatste te verdienen punt was voor de cursus 'videogebruik'. Na meerdere sessies hoe de zware camera met VHS-banden te bedienen kregen we direct een examenopdracht mee: maak een sfeerreportage van de Open Dag van de ALO.

Samen metklasgenoot Hans Wieldraaier gingen we op pad door het ALO-gebouw aan de Van Swietenlaan nummer 1. Onze uitdaging lag in het zoeken van unieke camerapunten. Van kikker- tot vogelperspectief. Zo kwamen we ook uit in de machinekamer van het zwembad. Via de kelder kreeg je namelijk toegang tot vier onderwater kijkgaten. Door deze ronde raampjes kon je op één meter diepte in het bad kijken. Die kijkgaten werden gebruikt voor techniek analyses van de zwemslagen.

Er was helaas voor ons niet zo veel te zien behalve dan heel veel water. De Open Dag was nog niet begonnen. Toch maakten we een mooi shot van stilstaand water. We stonden op het punt de kelder te verlaten toen er plotseling een badpak voor onze camera verscheen. Met in dat badpak een echte ALO-kont. Daar kwam ook een zwembroek. De handen die hoorden bij de zwembroek streelden het lichaam in het badpak. Ook de handen van het badpak waren volop in beweging. Langzaam verdween één hand in de zwembroek die opeens veel strakker leek te zitten.

Hans en ik keken elkaar aan en gaven elkaar boven de camera een high five. Gratis porno op deze vroege morgen. Nu al de mooiste cursus van die hele ALO. De camera snorde gelukzalig. De hand in de zwembroek sjorde de zwembroek naar beneden. En daar, voor het oog van onze camera, floepte de ALO-pik der ALO-pikken tegen het raampje. Mozes kriebel, wat een ALO-pik! Met de camera op mijn schouder viel mijn mond open. Hans was vertwijfeld op de grond gaan zitten.

Achteraf heb ik alles wel weer wat kunnen relativeren. Van het boek 'Een didaktiek van het zwemmen' (A. Van der Sluis), stond me namelijk nog bij dat 'de brekingsindex van lucht ten opzichte van water ¾ is. Een vis die in werkelijkheid 4 meter ver is, schijnt dus slechts 3 meter ver te zijn en 1/3 groter te zijn dan in werkelijkheid. Een bijna-gevangen vis lijkt daardoor de vangst van het jaar (visserslatijn is op deze fenomenen gebaseerd)'.

Om heel eerlijk tegen u te zijn, op dat moment, met dé ALO-pik voor mijn camera, dacht ik niet aan deze relativiteitstheorie. Was wel heel geconcentreerd bezig met de videocursus, ik had dit studiepunt keihard nodig. Bovendien, de voorstelling was nog niet afgelopen. De handen van het badpak verplaatsten zich naar de billen zonder zwembroek. Het lichaam in het badpak kwam naar beneden. 'Verdomme, waar ken ik dat badpak toch van?', flitste het door me heen. Het hoofd van het laag uitgesneden badpak ging langzaam naar de ALO-pik. Vlak voor de koppeling keek ze ineens recht in de camera. Niet eens verbaasd of geschrokken. Ze gaf me -nauwelijks zichtbaar- een snelle knipoog.

Wat te doen? Waar vrouwen bij het kijken naar een pornofilm wachten tot de aftiteling omdat ze denken dat er aan het eind van de film getrouwd gaat worden, was ik er wel klaar mee. De zwembroek trouwens ook. Hans was intussen opgestaan en strompelde richting machinekamer. In de audiotheek hadden we koortsachtig overleg. Wat moesten we doen met de geschoten beelden? Hansie wilde ze direct wissen. Ik dacht aan mijn broodnodige studiepunten en wilde me houden aan de opdracht: maak een sfeerreportage van de Open Dag van de ALO.

Ik haalde de VHS band uit de recorder. In de ontvangstruimte naast de receptie stond een grote televisie met videorecorder. Ik duwde de band in het apparaat. 'Doe het niet, Keessie. Hier krijgen we problemen mee', fluisterde Hans in mijn oor terwijl hij me aan mijn arm trok. 'Die heb ik toch al en die worden alleen maar groter als ik dit studiepunt niet binnen sleep', siste ik hem toe. 'Het wordt tijd voor een beetje leven in de brouwerij.'

Ik drukte op 'play' en liep langzaam naar de kantine waar we een goed overzicht hadden op de entree. De Open Dag was begonnen. Potentiële studenten met hun papa's en mama's verdrongen zich voor de televisie. Consternatie alom. Open Dag in optima forma.

Het duurde nog een half jaar voordat ik met een oprotpremie de ALO moest verlaten. Ik had de ALO wel voorgoed veranderd. Direct na de diploma-uitreiking werd het competentie gericht onderwijs ingevoerd. En in de kantine had de kantinejuffrouw Meliena de menukaart uitgebreid.

Nieuw op de kaart: broodje ALO-pik.