Door de mand: Kees Vliestra mijmert over rugnummers

Het was afgelopen vrijdagochtend even weer donderdagochtend 21 februari 1985. Die ochtend kwam ik bezweet thuis van mijn krantenwijk (Volkskrant, Selwerd) en was net op tijd om de start van de Elfstedentocht live te volgen op tv.

Mijn vader was ook al wakker. Niet om nou direct de Tocht der Tochten te kijken ('flauwekul allemaal'), nee er was door de strenge vorst een waterleiding geknapt en de kelder stond daardoor blank. Vaders damage control ging gepaard met het nodige gevloek en getier. Vond ik altijd heerlijk. Weer veel nieuwe uitdrukkingen geleerd. Toen hij een half uurtje later naast me op de bank kwam zitten gaf hij direct ook maar even commentaar. 'Die Mart Smeets blijft een braakmiddel. Nou heeft meneer opeens ook verstand van marathonschaatsen. Hoe laat moet je eigenlijk op school zijn?' Ik haalde mijn schouders op in de hoop dat vader zou zeggen: 'Ach, blijf ook maar lekker thuis jongen. Je mag nog zo lang naar school. Dit is sportgeschiedenis, memorabel. Ik bel wel dat je ziek bent.' Maar nee, het enige wat nog kwam was de voorspelling dat 'die nummer 13 de tocht wel eens zou kunnen winnen. Let maar op.' Een uurtje later ging ik naar school en weer zes uur later won Evert van Benthem, met beennummer 13, de Elfstedentocht.

Mooie tijden. Terug naar de onze. Terug naar afgelopen vrijdagochtend. 'Pap, moet je kijken. Die vrouwen zijn echt lang.' Mijn jongste zoon zit op de bank tv te kijken. Nederland-Servië, halve finale WK volleybal, Japan. 'Zo, die nummer 18 van die blauwen is goed. Wat een mokerslag.' Ik sta in de keuken broodjes te smeren. Over een kwartier vertrekt hij naar school. Als ik naast hem ga zitten komt de nummer 9 van Servië vol in beeld met haar haakneus, waarop zoonlief zegt: 'Zo, en die is net zo lelijk als ze lang is.' Ik kijk hem glimlachend aan. Tegelijk zeggen we: 'En ze is echt lang hoor.'

Dit soort heldenverering vinden we maar overdreven in sportland Nederland
Kees Vlietstra - Columnist

We voelen elkaar wat dit soort flauwekul betreft feilloos aan. Ik geniet. Doe er nog een schepje bovenop. 'Weet je wel dat die nummer 9 een pistool onder haar shirtje heeft?'
Zoontje legt de korsten van het broodje op het bordje en kijkt me verwachtingsvol aan. 'Ja,' zeg ik. 'Als ze iemand tegen komt die lelijker is dan zij, dan mag ze die neerschieten.'
Zoonlief begint te grinniken. Pakt zijn rugtas en vertrekt op mijn e-bike naar school. 'Nou, moi he.'

De Nederlandse vrouwen verliezen uiteindelijk daar in Japan met 3-1. Na afloop van de wedstrijd ga ik als een wervelwind door het huis. Tijdens het stofzuigen denk ik aan Japan en aan pistolen. Om precies te zijn aan die ene keer dat ik in Japan was en dat ik een pistool op mijn hoofd kreeg geduwd. Ja mensen, echt waar, een blaffer op mijn kop. Dat zat zo.

In 2002 waren de World Games in Japan. Ik was mee als assistent bondscoach van het Nederlands korfbalteam. Na de gewonnen finale tegen België, toen haalden de Belgen nog wel eens een finale, was er een spetterend slotfeest. Na afloop van het feestje gingen we met een select groepje 'nog even verder kijken'. Wat ik me nog kan herinneren is dat de Belgische bondscoach Eddy van Hoof in zijn beste Japans van de nachtportier van het hotel een routebeschrijving naar het enige uitgaan etablissement van Akita wist te ontfutselen. Binnen een half uur stonden we voor een groot wit gebouw. Geen ramen, één deur. Wij naar binnen. Een labyrint van gangen en trappen. Donker vooral. Tientallen deurtjes naar of een karaoke bar of een sushivreetkamertje. Een avondje op stap betekende voor de Japanners uit de maat meezingen met de plaatselijke Wilfred Genee en soep eten met chop sticks. Terwijl wij gewoon op zoek waren naar een gezellige bruine kroeg met André Hazes uit de boxen en bier en bitterballen op de bar.

Was te veel gevraagd. Met Daniela Riet en Daniel(son) Hulzebosch probeerden we het laatste deurtje. Ik liep voorop, daar ben je assistent bondscoach voor op zo'n avond. De deur zwaaide naar binnen open. Donker hol. Veel rook. Ik zette een wankele stap over de drempel. Een oud vrouwtje zat op een barkruk met haar gekromde rug naar me toe. Voordat ik wat kon zeggen draaide ze zich vliegensvlug om en zette een pistool tegen mijn slaap. Voelde niet echt als een warm welkom. De loop van het pistool voelde koud aan. De vrouw keek me met samengeknepen ogen lobbig aan. Ik rilde. 'Aha', bracht ik stamelend uit. 'Are you playing Russian Roulette?' Stomme vraag achteraf. Had een open vraag moeten stellen, maar ja ik was toch een beetje gespannen met zo'n Colt op me gericht. Daniela en Daan hebben mijn leven gered door me razendsnel weg te trekken, de deur in het gezicht van die Japanse takketrol dicht te smijten en het op een lopen te zetten. Tien minuten later stonden we hijgend voor het spelershotel. Tering, wat was die vrouw lelijk.

Maar goed, terug naar afgelopen week. Waar Evert van Benthem tot tweemaal de Elfstedentocht wist te winnen met beennummer 13, zo schaatste 'onze' Daniëlle Bekkering 21(!) jaar met beennummer 5 in het marathonpeloton. Nu Daniëlle gestopt is barstte het gevecht om haar nummer los. Uiteindelijk wist ene Janet Beers het heilige nummer te bemachtigen. Wat natuurlijk een schande is want dat nummer had retired moeten worden. Niemand had ooit nog mogen schaatsen met nummer D05 in het vrouwen peloton. Als eerbetoon aan de vrouw die maar liefst 63 wedstrijden wist te winnen in haar carrière.

Maar nee, dit soort heldenverering vinden we maar overdreven in sportland Nederland. Is ook wel een persoonlijk dingetje. Zoals u als sportkenner natuurlijk wel weet, heb ik jarenlang met rugnummer 14 gespeeld bij de Groninger korfbalvereniging Nic. In het eerste. Zestien jaar lang. Week in, week uit. Met rugnummer 14. Voor- en boegbeeld. Degradaties en landskampioenschappen. Van drie vakken in Oldeholtpade tot finales in Sportpaleis Ahoy'. Met rugnummer 14. Tien hoofdtrainers en drie shirtsponsors overleefd. Met rugnummer 14. Groninger sporticoon. En ja, ik vind het dan niet alleen belachelijk dat na mijn afscheid 'mijn' rugnummer 14 niet retired is door 'mijn' Nic. maar het is helemaal schandalig dat ik afgelopen week niet genoemd ben als potentiële naamgever van het nieuwe TopsportZorgCentrum. Kom ik zo rond de gemeenteraadsverkiezingen nog wel even op terug.

Roelof heeft een seizoenskaart van SC Heerenveen. Toch mag ik hem wel
Kees Vlietstra - Columnist

Terug naar de échte sport. Niet alleen in Japan werd een groot kampioenschap gespeeld. Ook in Friesland. Het EK korfbal. De finale ging verrassend genoeg niet tussen de eeuwige rivalen Nederland en België maar tussen Oranje en Duitsland (met Nic.-er Sven Müller in de Mann/Frauschaft). In het internationale korfbal bestaan geen kleintjes meer. De Belgen hadden in de voorronde verloren van onze oosterburen waardoor een finale plaats onhaalbaar bleek. De Belgen hebben wel direct ingegrepen na dit debacle. Zo hebben ze in discuswerper Rutger Smith een 'kwaliteitsmanager werpnummers' aangesteld. De Reus van Tolbert moet het doelen verbeteren van de Diamonds. Hoop dat beide partijen weten waar ze aan beginnen. In Heerenveen won Oranje de finale op zijn Duits met 21-8. Hulde.

Ja ja, succes heeft vele vaders. De meest interessante partij uit Gronings perspectief was die om de negende en tiende plaats. Polen-Ierland. Door zich te plaatsen voor deze wedstrijd kwalificeerden beide landen zich voor het WK volgend jaar in Durban, Zuid-Afrika. Is even wat anders dan Oldeholtpade uit.

De bondscoach van de Polen is Roelof Koopmans. Roelof is mijn zwager. Roelof komt uit Jubbega en heeft een seizoenskaart van SC Heerenveen. Toch mag ik hem wel. Roelof was ervan overtuigd dat hij met de Polen Zuid-Afrika zou halen. Hij coachte de beslissende wedstrijden op het EK in een polo met Polska achterop en schoenen van zilver krokodillenleer. Dan heb je lef hoor. Dat lef sloeg over op zijn ploeg. Goed gecoacht al met al.

Ook de Ieren gaan naar het WK. Aanvoerder van de Ieren is Shay Conroy. Shay speelt in het groen en wit van de Irish Army met rugnummer 9. Bij zijn club Nic., en nu komt het, jarenlang in het eerste met rugnummer, jawel, 14. Ik keek altijd met gemengde gevoelens toen Shay nog in het eerste speelde. Toch hebben we een week voor het EK in de kantine van Nic. de toernooitactiek nog even doorgenomen. Shay heeft goed geluisterd. Shay cijferde zich het hele toernooi weg. Speelde niet als een 9 maar als een 14. Shay is van een hele kleine een hele grote speler geworden. En gaat volgend jaar naar Zuid-Afrika. Maar moet ondanks het Ierse succes volgende week gewoon weer in Nic.4 spelen. Tegen SCO. En Shay, dat staat niet voor Schotland maar voor Sport Club Oldeholtpade. Enne Shay, je mag ook tijdens de competitiewedstrijden gewoon met je pistool onder je shirtje spelen hoor.

Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws