Instellingen

Column: Upie

© RTV Noord

Soms floept er iets uit mijn mond wat er net verkeerd uit komt. Ik bedoel het niet verkeerd, maar mijn hersenen weten net niet de juiste woorden te vinden. Of soms helemaal niet. Mijn hersenen hebben daar regelmatig flink last van. En daarna ik zelf.

'Wat vinst van mien nij jurkje?' vraagt Lientje als ze blij en trots de kamer binnenkomt in een blauwe jurk en ik achter de computer mijn verhaal zit te tikken. Ik zie dat het jurkje niet goed zit. 'Tis net n eerappelzak', floept het er zo uit. Als ik me zelf hoor, weet ik meteen dat het goed mis is. 

Het spreekwoord 'Wie zich brandt, moet op de blaren zitten' geldt al dagen. Lientje zegt geen woord. Ik voel me alleen in mijn eigen huis. Ik ben er zelfs een tikkie down van. Voor een oppeppertje ga ik maar even naar visboer Lich op de hoek naast de stamkroeg van weleer. Voor een haring zonder uitjes. Daar word ik vrolijk van. 

Ik wil net een hap nemen. 'Pakst hom eem bie t steert?' hoor ik naast mij. De haring blijft net boven mijn mond hangen. Het is Upie. Upie lacht en dat doet-ie bijna altijd. 'Waist woar t mainste vis zit he?' zegt hij, en slaat me op de schouder. In drie happen hap ik mijn haring weg en zeg: 'Bie mie in t lief' en wrijf over mijn buik. Upie moet erom lachen. 'Jaha', zegt-ie. 'Mor dat is ook tussen kop en steert...'

Upie komt van het dorp aan de andere kant van de stad. Upie heet eigenlijk Ubertus, vernoemd naar zijn opa, een pezige boerenknecht met blonde krullen en borstelige wenkbrauwen. Ubertus werd al gauw simpel Uup en van Uup naar Upie was een klein sprongetje. 

Upie is een jongen met de blonde krullen van opa. En met het Syndroom van Down. Een Downie in moderne taal. Maar dat wil Upie niet horen. 'Ik bin gain Downie, ik bin n Upie', verkondigt hij stellig. Hij spreekt daarbij de U een beetje uit als een Uh zodat Upie klinkt als Uppie. Geen Downie maar Uppie. Upie is om de drommel niet dom. 

Vroeger op school werd Upie wel eens gepest omdat-ie anders is dan gewoon. 'Upie Ompie Dompie, op zien maale klompie'. Of nog erger: Upie Haalf Maaltje. Daar werd Upie pas echt down van. Maar niet alleen down ook boos. Zo gaf hij - sterk als hij was - één van de jongens uit de klas een beste beuk op zijn kin.

De jongen bleef een poosje dizzy op de grond liggen tot schrik van de jongens en meisjes die eromheen stonden. En van Upie. Upie vertelde het voorval aan zijn opa. Opa gaf hem met de pezige arm om de schouder van zijn kleinzoon geslagen het advies om nooit meer iemand te slaan. Hij kon het beste terugslaan met woorden. 'Hest  zeker wel voeding had, mor gain opvoeding', was de zin die Opa meegaf aan Upie.  

Het pesten was na de beste beuk, die ontzag had ingeboezemd op het schoolplein, ook wel grotendeels afgelopen. Als er toch nog iemand was die kwaad sprak over Upie, was steevast zijn antwoord : 'Hest zeker wel voeding had, mor gain opvoeding…' 

Upie ging goed in het leven. Hij had een baantje bij de groenvoorziening van de gemeente en door zijn vrolijkheid mochten zijn collega's hem graag. Upie zelf had er ook lol in. Het enige wat nog miste was een meisje. Upie in zijn uppie was ook maar in zijn uppie om het zomaar even te verwoorden. 

Sinds kort zijn er ook datingbureaus voor Downies. Dus ook voor Upie. In Stad. Op een doordeweekse dinsdag ging Upie met pa en moe met de trein naar Stad. Voor een intakegesprek op het datingbureau. 

Ze werden vriendelijk ontvangen door een knap meisje in een blauw jurkje, lange dreadlocks en een enorme tatoeage van een draak op haar rechterarm. Of ze het makkelijk konden vinden en of ze misschien koffie of thee wilden. Met een dampende kop koffie en een Bastogne-koekje begon het gesprek. 

Het meisje vroeg aan Upie wat voor meisjes hij leuk vond. 'Meisjes met een jurkje aan vin'k wel leuk', zei Upie. 'En wat nog meer?' ging het meisje van het datingbureau verder. 'Nou, meisjes met lang haar met van die vlechten erin en als 't even kan ook nog een dikke tattoo op de arm'.  

Het werd stil aan de andere kant van het bureau. Het meisje van het datingbureau begon te kleuren en keek naar Upie. Die gaf haar een knipoogje. Pa en moe begonnen te lachen en daarna ook Upie en daarna weer na ook het meisje van het datingbureau. 

Die Upie was niet alleen klouk. Hij was stiekem ook nog een charmante versierder. 

Ik bestel nog een portie kibbeling met saus meenemen om wat goed te maken. Upie bestelt een lekkerbekje. Als ik met de goedmaakkibbeling vertrek, krijg ik een klap op de schouder als afscheid. 'Moi hor en tot zundag op de radio'. Ik pak mijn fiets die ik tegen de muur heb gestald. 

Voorzichtig, met puutje kibbeling in de hand, stap ik erop en draai 'm richting de toren, richting huis. Op dat moment bots ik bijna tegen een man met een lange regenjas en lakschoenen. 

'Kijk toch uit, stomme mongool!' roept hij woest. Er zouden nu weer hele verkeerde dingen uit mijn mond kunnen komen, maar deze keer ben ik erg tevreden over mijn antwoord.

'Hest vrouger zeker wel voeding had, mor gain opvoeding….'  

Erik Hulsegge