Minister lovend over Noordelijke doorstroom mbo-studenten naar hbo

Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven heeft woensdagmiddag het vernieuwde Wiebengacomplex in Groningen geopend.

Het Wiebenga is in de jaren twintig gebouwd als Nijverheidsschool. Tegenwoordig is het een locatie van de Hanzehogeschool, waar de Academie voor Gezondheidsstudies en de Academie voor Verpleegkunde zijn gehuisvest.

Ruimtegebrek maakte een verbouwing noodzakelijk. Het binnenterrein is volgebouwd met praktijklokalen en heeft daarmee dezelfde functie als in de beginjaren.

Het Wiebengacomplex in 2016, tijdens de verbouwing.

Afbeelding

Foto: Jos Schuurman/FPS

Doorstromen naar hbo

Van Engelshoven werd tijdens de opening bijgepraat over de Noordelijke samenwerking om mbo-studenten succesvol te laten doorstromen naar het hbo. Drie hbo-instellingen en acht mbo-instellingen werken hiervoor samen. Volgens de minister is het een voorbeeld voor de rest van Nederland. 'Het is een hechte samenweking tussen nogal wat instellingen die je niet in heel veel regio's ziet dus ik ben daar heel erg van onder de indruk.'

Mbo-studenten worden al tijdens hun studie voorbereid op het hbo. Per opleiding is beschreven wat ze moeten kunnen bij de overstap naar het hoger onderwijs. Ze volgen vaak al tijdens hun mbo-opleiding modules op de hogere school en krijgen begeleiding bij hun keuze voor een opleiding. Via een toelatingstoets proberen de hogescholen erachter te komen of studenten het gewenste niveau hebben.

Onder de indruk

Van Engelshoven is onder de indruk 'hoe goed ze kijken wat de student nodig heeft om die overstap goed te kunnen maken. Bij de ene student zal het gaan om onderzoeksvaardigheden, bij de ander gaat het om inhoudelijke kennis, bijvoorbeeld extra wiskunde. Dat er echt maatwerk wordt geleverd.'

De Noordelijke instellingen boeken hiermee succes. Steeds meer mbo'ers kiezen ervoor door te studeren en steeds meer mbo'ers maken hun hbo-opleiding helemaal af.

Minder uitval

Bij de Hanzehogeschool bijvoorbeeld daalde de uitval van het aantal mbo-studenten na het eerste jaar van 19,8 procent in 2012 tot 16,2 in 2016. Bij NHL Stenden is het verschil nog groter (van 21,4 naar 13,6 procent).

De derde Noordelijke hbo-instelling deelt niet in het succes; bij Van Hall Larenstein valt nog altijd twintig procent van de mbo-studenten na het eerste jaar af. Landelijk valt een klein twintig procent uit in het eerste jaar.

Lees ook:

- Asbest in gebouw Hanzehogeschool (2016)
- Nieuwbouw Hanzehogeschool komt weer op gang door 50 miljoen Kamp (2015)

Meer over dit onderwerp:
Groningen-Stad GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws