Column: Doei Doei

'Goud bezig buurman'. Buurman Knuterman steekt zijn duim omhoog als hij in de auto stapt. Hij doelt op mijn gehark. Het gazon, mijn voortuin, mijn tuinmantrots, is bedekt met een dikke laag bruine bladeren. En dat is nog nooit eerder voorgekomen.

'Verkeerde wind zeker', was mijn verklaring aan Lientje. Door mijn knieoperatie moest het even wachten, maar nu op zaterdagmorgen heb ik de tuinhandschoen opgepakt en hark ik mijn gazon weer groen.  

Het raspen van de hark vermengt zich met het monotone gebrom van de motor van de auto van buurman Knuterman. De voordeur bij de buren gaat langzaam open. Buurwichtje stapt er uit, gevolgd door buurvrouw Knuterman die samen met hond Pipo in de deur blijft staan.

Buurwichtje draagt een fel geel shirtje over een zwart trainingsjasje en een zwart rokje. Daaronder een zwarte maillot en daar weer overheen felgele kousen. In haar hand een roze sporttas, die bijna net zo groot is als zijzelf. Ik herken het tenue uit duizenden. Het is van de hockeyclub. 

De club waar ook Lientje ooit voor speelde. En ik kleumend verliefd langs de kant haar voetbal-met-een-stokkie kunsten bewonderde

'Hallo buurman Erik. Ik ben op hockey', zegt buurwichtje. 'Ik zie het', zeg ik. 'Goed je best doen', voeg ik eraan toe. Buurwichtje knikt bedachtzaam, maar een antwoord komt er niet. Als ze bij haar vader in de auto stapt, klinkt het vanuit de voordeur: 'Doei Doei'. Buurwichtje zwaait eerst naar haar moeder en dan naar mij. Maar ik zie het al niet meer. 

Mijn gedachten zijn geprikkeld door het 'Doei Doei' van buurvrouw Knuterman. Buurvrouw zegt al heel lang 'Doei Doei' en geen 'Moi hor', 'Goedgaan' of 'Beste mor weer'. En ze doet dat met fenomenale verve. De eerste Doei is kort, de tweede Doei wordt aan het eind uitgerekt. Zo dat het een gekunsteld 'DoeDoeeiiijj…'  wordt. 

In mijn beleving heeft buurvrouw Knuterman nooit anders dan gedoeidoeid. En dat 'Doei Doei' brengt mij weer op Tim en Tom Coronel. De goedgebekte eeneiige racetweeling uit de reclame van een verzekeringsmaatschappij. 'Doei Doei' is motto en slogan voor de overstapweken. Je zegt 'Doedoei'  tegen je eigen verzekeringsmaatschappij en je moet je aansluiten bij de maatschappij waar Timmie en Tommie reclame voor maken. 

Onderhand roept heel Nederland 'Doei Doei!'  

Die Tim en Tom zijn hele aardige gozers, maar overstappen, nee dat doe ik niet. Ik weet dat de tweelingbroers zo aardig zijn omdat ze ik een keer heb ontmoet. Dat was bij Pauw en Witteman. 

Mijn broer en ik, niet geheel toevallig ook tweeling, werden zo'n vijf jaar geleden uitgenodigd om mee te werken aan een tweelingspecial van de late avond talkshow van Jeroen Pauw en en toen nog Paul Witteman.

Een vriendelijke juffrouw van de VARA-redactie paaide ons via de telefoon. Ik vroeg heel gevat of we dan ook aan tafel kwamen te zitten. Nou, dat was niet de bedoeling. Mijn broer en ik zaten in het publiek en kregen dan één of twee vragen van Pauw of Witteman.

'Nou, dan komen we ook niet. Aan tafel of we blijven mooi in Groningen', zei ik heel stoer en met de gedachte: Hier hoor ik nooit meer iets van. Maar op de ochtend van uitzending rinkelde mijn telefoon. Meisje van de VARA. Het was goed. Of we om acht uur in Amsterdam konden zijn.

In de studio waar ook De Wereld Draait Door wordt uitgezonden, werden we allervriendelijkst ontvangen. Door het meisje van de productie, door het meisje van de schmink, door Pauw, door Witteman 'en door Tim en Tom Coronel. 

En ja tijdens de uitzending zaten de Groninger broertjes bij Pauw en Witteman aan tafel en de bekende racebroertjes Tim en Tom Coronel in het publiek. Na de uitzending spraken we nog even met de aimabele broers Coronel. Bij de auto namen we amicaal afscheid. 'Hoi' zeiden de  racebroers. Uit mijn mond floepte, beïnvloed door buurvrouw Knuterman; 

'DoeiDoei….'

Mijn vader en moeder waren daags erna apetrots dat ik op tv was bij Pauw en Witteman. Ik vertelde aan tafel dat de Coronels heel erg aardige kerels waren. Mijn moeder werd even stil en kwam toen met een ontboezeming. Uri Coronel, oud-voorzitter van Ajax en familielid van Tim en Tom, wilde vroeger heel graag verkering met mijn moeder.

Mijn moeder komt uit Het Gooi. En Uri uit Amsterdam zag het mooie Bussumse wichtje helemaal zitten. Mijn vader die toen ook in Bussum woonde, was hevig verliefd op mijn toen nog piepjonge moeder. Hij gooide al zijn Groningse charmes en slagvaardigheid in de strijd en troefde Amsterdamse Uri af als liefdesrivaal.  

'Man wat een mooi verhaal is dat', mijmer ik leunend op mijn hark in de voortuin. 'Dij bloadern waaien nait vanzulf in de container'. Het is buurvrouw Knuterman die het met een lach op haar gezicht zegt. De opmerking bereikt het doel: ik hark weer verder.  Buurvrouw Knuterman doet de voordeur zonder iets te zeggen achter haar dicht. 
 
Als ik het grasveld bijna bladervrij heb, komt buurvrouw op de fiets van de oprit. Ze gaat aan het werk in de winkel. Ze kijkt goedkeurend naar mijn gazon. Ze zwaait nog evenen op het moment dat ik het niet meer verwacht komt ie dan toch:

'Doedoeijjj…'   

Als ik ze ooit nog eens zie, zal ik Tim en Tom toch eens vragen hoe ze aan de slogan komen van de reclame van de verzekeringsmaatschappij. 

Erik Hulsegge

Meer over dit onderwerp:
columns Winschoten
Deel dit artikel:

Recent nieuws