Noordelijke scheepsbouwers in de race voor overname Barkmeijer

De scheepswerven Niestern Sander in Farmsum en Thecla Bodewes Shipyards in Kampen zijn beide kandidaat voor overname van activiteiten van de failliete werf Barkmeijer in Stroobos.

Personeel van de werf is maandag geïnformeerd door curator Marco Kalmijn over de voortzetting van Barkmeijer. Hoe een doorstart wordt ingevuld is nog onderwerp van onderhandeling.

Meerdere scenario's

Daarvoor zijn er meerdere scenario's. Een overname en voortzetting van de volledige werf is een mogelijkheid, maar in elk geval Niestern Sander heeft daar geen belangstelling voor. Het kan ook zijn dat een deel van de orderportefeuille wordt gekocht door een van beide belangstellenden.

Interesse is er in elk geval voor de opdracht van de Britse reder Hanson UK. Die laat twee baggerschepen bouwen bij Barkmeijer. Een order van zeventig miljoen euro, waar Barkmeijer zich aan heeft vertild. Bij de bouw ervan liepen de kosten hoog op en de Rabobank wilde de tekorten niet langer financieren.

Niestern Sander wil de HC Medway die momenteel op de werfkade voor Hanson gebouwd wordt in Farmsum afbouwen. Thecla Bodewes wil dat op de werf in Stroobos doen.

Achter de schermen

Achter de schermen heeft de provincie Groningen zich ingespannen voor een voortbestaan van Barkmeijer. Zowel op ambtelijk als op politiek niveau is er contact met bijvoorbeeld opdrachtgever Hanson in Groot Brittannië. Maar, benadrukt ez-gedeputeerde Patrick Brouns: 'Wat we kunnen doen is beperkt.'

Bedrijven die failliet zijn financieel steunen, behoort niet tot de mogelijkheden, aldus Brouns. Daar is de provincie nou eenmaal niet voor. Bovendien verbieden EU-regels voor staatssteun dat. 'We kijken waar we de curator kunnen ondersteunen in zijn activiteiten', legt Brouns uit.

Geen onbekende in de scheepsbouw

Brouns is geen onbekende in de scheepsbouw. Hij ging in 1996 aan de slag bij de Central Industry Group in Groningen, waar hij jaren werkte. De sector, die jaarlijks zo'n 1,3 miljard in het Noorden omzet en duizenden mensen werk bezorgt, gaat hem aan het hart, zegt Brouns.

'We plaatsen onszelf zeker niet op de voorgrond', aldus Brouns. 'De curator is leidend. Daar waar die denkt dat we een rol kunnen vervullen, springen we bij. Daarnaast gebruik ik mijn netwerk om te zien of ik ergens meerwaarde kan hebben.'

'Van crisis is geen sprake'

Ook met curator Pieter Lettinga van Coops en Nieborg in Hoogezand houdt Brouns een lijn open. De gedeputeerde wil trouwens benadrukken dat in zijn opvatting het bankroet van Barkmeijer en Coops en Nieborg niet model staat voor de situatie in de noordelijke scheepsbouw als geheel. Van een crisis is volgens Brouns geen sprake.

De recente faillissementen zijn twee op zichzelf staande gevallen, nuanceert Brouns. Barkmeijer kwam in moeilijkheden door de Hanson-order en een zakelijk conflict met een Kroatische scheepsmagnaat over de afbouw van de Joint Runner I. Coops en Nieborg verloor veel geld met de ontwikkeling van offshore-kranen. 'Waarbij de problemen bij Barkmeijer het laatste zetje gaven.'

Brouns: 'Wat er bij Barkmeijer en Coops en Nieborg gebeurt raakt wel veel bedrijven. Wanneer er geen oplossingen komen zal dat gevolgen kunnen hebben voor nog andere ondernemingen, maar het is niet zo dat veel ondernemingen nu in de problemen zijn.'

Lees ook:

- Doorstart Coops en Nieborg en Barkmeijer nauw met elkaar verbonden
- Vrees voor domino-effect na omvallen scheepswerf Barkmeijer

Meer over dit onderwerp:
economie GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws