Column: Tram

Een paar weken na de raadsverkiezingen in Groningen is het allang niet meer spannend welke partijen in het college komen, maar draait het om de vraag: komt er wel of geen tram. O ja, en om de vraag wie de rekening betaalt…

Een tram. Hij spookt al decennia rond in de dromen van de GroenLinkser. Niet een metro, een snelle waterstofbus of die buizenpost van Elon Musk, maar een elektrisch voertuig op rails. Heerlijk nostalgisch, grootstedelijk en schoon, dus helemaal GroenLinks. Het piepende geluid als een tram de bocht doorgiert, die leuke bel als hij plotseling stopt voor een onoplettende fietser, het zoevende geluid bij het optrekken, het klinkt de GroenLinkser als muziek in de oren. Toeters en bellen. Toekomstmuziek die dankzij die verkiezingsoverwinning straks op het program komt te staan.

Een tram is niet alleen maar een vervoermiddel, het is ook een symbool. De politieke betekenis stijgt boven het ding uit, net zoals de auto dat is voor de VVD, het gezin voor het CDA en vliegende meeuwen voor de PVV. Als de tram er komt, zal die nog decennia herinneren aan de tijd dat GroenLinks hier de dienst uitmaakte. Een symbool mag wat kosten zonder dat we meteen over de baten gaan lopen zeuren. Bezwaren dat een waterstofbus hetzelfde kan als een tram, maar dan zonder die kekke geluiden, dat de binnenstad weer eens een bouwput wordt, dat winkeliers de bui nu al zien hangen als het om hun omzet gaat en dat het project, net als ALLE bouwprojecten, zeker drie keer zo duur wordt als aanvankelijk begroot, is kinderachtig gemier van laffe kruideniers. We moeten groots en meeslepend durven zijn. De verbeelding (terug) aan de macht. GroenLinks stáát ervoor.

Intussen zien we in de straten, nu nog mondjesmaat, een ander symbool opduiken dat, anders dan de tram, vrijwel gratis is: het gele hesje. Het wordt gedragen door murmureerders met onlustgevoelens. Heel kort samengevat zijn ze boos dat ze een rekening moeten betalen voor overheidsambities waar ze zelf niet om hebben gevraagd. Vroeger zouden ze boos zijn geworden op God, die het in al die eeuwen óók maar niet lukte om vrede, rechtvaardigheid en een lagere CO2-uitstoot te bewerkstelligen. Maar omdat, sinds Zijn dood, de overheid die pretenties heeft overgenomen, moet die het nu ontgelden. Overal ter wereld belooft de overheid veel meer dan ze waar kan maken. En áls er al een keer iets wordt gedaan aan die vrede, rechtvaardigheid of CO2-uitstoot, komt dat logischerwijs voor rekening van de burger. Maar die koopt dus liever een geel hesje bij de bouwmarkt om in zijn vrije tijd in de druilregen met een spandoek te lopen, dan dat hij constructief meebetaalt aan die plannen. De tram versus het gele hesje. Het ene symbool botst met het andere.

Het gaat bij prestigeprojecten zoals de tram vaak om de 'credits'. Wie krijgt het pluimpje. In het bedrijfsleven krijgen, nee 'toucheren' de topbestuurders de bonus voor een mooie jaarwinst, ook als daarvoor een paar duizend werknemers hebben moeten werken of, erger, wijken. Omdat een balans in evenwicht moet zijn, nemen die de 'debits' voor hun rekening. Omdat God, als gezegd, dood is, moeten we met dat onrecht leren leven. Maar het zou aardig zijn als de overheid, als Diens plaatsvervanger, althans zo sportief zou zijn om die credits te delen. Dus bijvoorbeeld royaal op de trams zou afdrukken: 'Mogelijk gemaakt dankzij de belastingbetaler en het vele geduld van de burger.' Misschien dat de gele hesjes hier dan in de kast blijven hangen.

Willem van Reijendam

Meer over dit onderwerp:
columns GRONINGEN
Deel dit artikel:

Recent nieuws